Samenvatting paragraaf 2 t/m 6
Paragraaf 2 – Scheppingsverhalen
In scheppingsverhalen wordt duidelijk waarom de wereld is zoals die is, dus waarom er
mensen zijn, die zich tot elkaar aangetrokken voelen, ze elkaar verdriet doen, dingen
doodgaan, sommige dieren op mensen lijken, we soms pijn en verdriet hebben en we niet
volmaakt zijn.
Scheppingsverhalen gaven antwoord op levensvragen. Er werd verteld hoe de wereld/aarde
is ontstaan en waarom er dag en nacht is. Voor ons zijn het nu wetenschappelijke vragen
(gewone vragen), omdat we meer wetenschappelijke kennis hebben.
Verhaal uit Zuid-Amerika: Een verhaal van Plato:
De mensen van leem (lomp, Vroeger waren mensen bolrond, met vier handen en benen, twee
onhandig) en hout (ruw, gezichten (andere kant op kijkend, maar 1 schedel), vier oren en 2
boosaardig) waren allebei niet schaamdelen. Ze buitelden rond met uitgestrekte benen en draaiden
goed. Toen kwamen er mensen sneller rond om te rennen. De waren sterk en trots van geest en
van deeg. De moe geworden probeerden de hemel te bestormen en de goden aan te vallen.
goden vonden deze onvolmaakte Omdat de goden hun eigen werk niet wouden vernietigen zei Zeus: Ik
mensen goed, Maar zorgden wel zal ze in tweeën snijden, en misschien later nog een keer (een been).
dat ze fouten maken en die diepe De twee delen gingen op zoek naar elkaar. Omdat ze zich wouden
geheimen van de wereld niet verenigen stierven ze van de honger. Daarom bracht Zeus de
kunnen begrijpen geslachtsdelen naar voren, waardoor ze konden voorplanten
Het Bijbelse boek Genesis:
God schiep de hemel en aarde, het licht (wat hij scheidde van duisternis) en noemde dit nacht en dag. Op
dag 2 scheidde god het water onder het gewelf van het gewelf erboven, dit noemde hij hemel. Daarna
maakte god levende wezens en de mens als zijn evenbeeld. Op de zesde dag zorgde god ervaar dat planten
voedsel werden voor mensen en dieren. Op de zevende dag nam god rust. Omdat de mens alleen was
bouwde nam god zijn ribben, en bouwde hij hier een vrouw uit die het naar de mens bracht.
Paragraaf 3 – Darwins evolutietheorie
Vroeger geloofden mensen dat de wereld niet uit zich zelf ontstaan zou kunnen zijn, maar
dat er een knappe ontwerper zoals god voor nodig is, net zoals er een knappe ontwerper
nodig is om een telefoon te ontwerpen.
Charles Darwin (1809 – 1882) kwam door biologisch onderzoek tot de conclusie dat alle
levende wezens waren ontstaan uit één oervorm van het leven. Het leven komt, in een
proces van miljoenen jaren, voort uit primitieve eencellige wezens. Er is dus geen knappe
ontwerper geweest, maar de levende soorten zijn ontstaan door toeval.
Dit bracht een shock teweeg, want de mens was volgens de christenen toch geschapen naar
Gods beeld en gelijkenis? Sommigen weigerden de opvatting te geloven. Darwin zelf verliet
uiteindelijk de christelijke kerk omdat hij de wreedheid van de natuur niet kon verenigen met
een goede, volmaakte supergod. Dit komt o.a. omdat zijn tienjarige dochter was overleden.