Cellen en weefsels
WEEK 1 HC 1
Osteoblasten zijn aanwezig in het bot en maken bot.
Odontoblasten zijn aanwezig in de tandpulpla en maken dentine (tandbeen). Hun vermogen
om nieuwe dentine te maken is beperkt in vergelijking met osteoblasten.
Wanneer door cariës de dentine is aangetast wordt eerst de cariës verwijdert waarna er
biomateriaal wordt aangebracht. Dit biomateriaal stimuleert de aanwezige odontoplasten
om dentine te vormen (tertiaire dentine= reparatief dentine)
Ameloblasten zijn alleen aanwezig tijdens de tandontwikkeling en vormen het glazuur.
Dus, eens vergaan glazuur is voor altijd weg.
Glazuur is gemineraliseerd (98% mineraal hydroxyapatiet (HAp)).
Het is het hardste weefsel in ons lichaam. Het is stijf en bros en wordt ondersteund door
dentine.
Dentine is ook gemineraliseerd (45% mineraal Hap)
Het is minder stijf en bros. Het is hydrofiel wat de hechting met composiet (hydrofoob)
uitdagend maakt.
Structuur glazuur
- De Hap kristallen zijn hexagonaal en groter dan in ander gemineraliseerd weefsel
(bot, dentine)
- Het bevat structurele eenheden die lopen van glazuur-dentinegrens tot het
tandoppervlakte (prismata). De richting van de prismata hangt af van de plaats op
het element. Bij cariës moeten de base van de prismata op glazuur dentine grens
liggen anders breekt het af. Ze moeten dus altijd ondersteund zijn.
- Bevelen: prismata zo boren dat het wel ondersteund wordt.
• Cariës vordert sneller in dentine
• Het boren in dentine pijnlijker en kan de pulpa beschadigen
• Blootgestelde dentine gevoeligheid
, WEEK 1 HC 2
Krachten
Tussen tand en bot zit het parodontaal ligament. Als je kauwt wordt het parodontaal
ligament steeds gerekt.
Bij ortodontische krachten wordt het element getrokken naar een kant waardoor er aan de
ene kant van het parodontaal ligament compressie is en aan de andere kant rekking.
Bij ortodontische tandverplaatsing kan het kaakgewricht overbelast raken waardoor er
kraakbeen schade kan ontstaan.
Extracellulaire matrix (ECM): een structuur die deel uitmaakt van biologische weefsels, maar
zich buiten de cellen bevindt. De extracellulaire matrix biedt stevigheid en structuur aan
weefsels. (vaak eiwitten)
- Collageen
- Glycosaminoglycanen (GAG)
Er bestaan 3 soorten kraakbeen:
1. Hyaline:
- Collageen type 2
- Veel GAGS,
- Functie: demping en glijding
2. Elastische:
- Collageen type 2 en elastine
- Veel GAGS
- Functie: stevigheid en flexibiliteit.
3. Vezelige:
- Collageen type 2 en 1
- Medium hoeveelheid GAGS
- Functie: weerstaan rek en glijden.
Het kaakbot gewricht (TMJ) heeft meer vezelig kraakbeen.
Collageen type 1 zitten in alle steunweefsels. Dat is handig want die extra vezels zorgen
ervoor dat het kaakgewricht het rekken en strekken kan weerstaan.
Epitheelcellen:
- Zeer sterk aan elkaar verankerd
- Gepolariseerd (ze hebben een bovenkant en onderkant)
- Ze staan vaak op Basaalmembraan (speciale eiwit laag)
- Ze hebben geen matrix tussen de cellen
De epitheelcellen van de gingiva zijn gevoelig voor verplaatsing
maar hun rol is niet zo groot.
WEEK 1 HC 1
Osteoblasten zijn aanwezig in het bot en maken bot.
Odontoblasten zijn aanwezig in de tandpulpla en maken dentine (tandbeen). Hun vermogen
om nieuwe dentine te maken is beperkt in vergelijking met osteoblasten.
Wanneer door cariës de dentine is aangetast wordt eerst de cariës verwijdert waarna er
biomateriaal wordt aangebracht. Dit biomateriaal stimuleert de aanwezige odontoplasten
om dentine te vormen (tertiaire dentine= reparatief dentine)
Ameloblasten zijn alleen aanwezig tijdens de tandontwikkeling en vormen het glazuur.
Dus, eens vergaan glazuur is voor altijd weg.
Glazuur is gemineraliseerd (98% mineraal hydroxyapatiet (HAp)).
Het is het hardste weefsel in ons lichaam. Het is stijf en bros en wordt ondersteund door
dentine.
Dentine is ook gemineraliseerd (45% mineraal Hap)
Het is minder stijf en bros. Het is hydrofiel wat de hechting met composiet (hydrofoob)
uitdagend maakt.
Structuur glazuur
- De Hap kristallen zijn hexagonaal en groter dan in ander gemineraliseerd weefsel
(bot, dentine)
- Het bevat structurele eenheden die lopen van glazuur-dentinegrens tot het
tandoppervlakte (prismata). De richting van de prismata hangt af van de plaats op
het element. Bij cariës moeten de base van de prismata op glazuur dentine grens
liggen anders breekt het af. Ze moeten dus altijd ondersteund zijn.
- Bevelen: prismata zo boren dat het wel ondersteund wordt.
• Cariës vordert sneller in dentine
• Het boren in dentine pijnlijker en kan de pulpa beschadigen
• Blootgestelde dentine gevoeligheid
, WEEK 1 HC 2
Krachten
Tussen tand en bot zit het parodontaal ligament. Als je kauwt wordt het parodontaal
ligament steeds gerekt.
Bij ortodontische krachten wordt het element getrokken naar een kant waardoor er aan de
ene kant van het parodontaal ligament compressie is en aan de andere kant rekking.
Bij ortodontische tandverplaatsing kan het kaakgewricht overbelast raken waardoor er
kraakbeen schade kan ontstaan.
Extracellulaire matrix (ECM): een structuur die deel uitmaakt van biologische weefsels, maar
zich buiten de cellen bevindt. De extracellulaire matrix biedt stevigheid en structuur aan
weefsels. (vaak eiwitten)
- Collageen
- Glycosaminoglycanen (GAG)
Er bestaan 3 soorten kraakbeen:
1. Hyaline:
- Collageen type 2
- Veel GAGS,
- Functie: demping en glijding
2. Elastische:
- Collageen type 2 en elastine
- Veel GAGS
- Functie: stevigheid en flexibiliteit.
3. Vezelige:
- Collageen type 2 en 1
- Medium hoeveelheid GAGS
- Functie: weerstaan rek en glijden.
Het kaakbot gewricht (TMJ) heeft meer vezelig kraakbeen.
Collageen type 1 zitten in alle steunweefsels. Dat is handig want die extra vezels zorgen
ervoor dat het kaakgewricht het rekken en strekken kan weerstaan.
Epitheelcellen:
- Zeer sterk aan elkaar verankerd
- Gepolariseerd (ze hebben een bovenkant en onderkant)
- Ze staan vaak op Basaalmembraan (speciale eiwit laag)
- Ze hebben geen matrix tussen de cellen
De epitheelcellen van de gingiva zijn gevoelig voor verplaatsing
maar hun rol is niet zo groot.