Strafrecht samenvatting – Bo Baars
Hoofdstuk 1 – Het strafbare feit
1.0 – Inleiding
Materieel strafrecht : wat is strafbaar, welke gedragingen mogen niet? Vinden we vooral terug in het
Wetboek van Strafrecht.
Formeel strafrecht: hoe gaan we met de overtreding van regels om? Vinden we vooral terug in het
Wetboek van Strafvordering.
Het strafrecht is gebaseerd op vergelding (achteraf) en preventie (voor en achteraf).
1.1– Voorwaarden van het strafbare feit
Strafbaar feit een menselijke gedraging, die valt binnen een delictsomschrijving en die
wederrechtelijk en aan schuld te wijten is.
Art. 27 Wetboek van strafrecht : iemand kan als verdachte worden aangemerkt als er een redelijk
vermoeden is van schuld én dat deze persoon een strafbaar feit heeft gepleegd.
Een strafbaar feit moet voldoen aan 4 voorwaarden :
Menselijke gedraging een persoon heeft een gedraging verricht. De persoon heeft een
gewilde spierbeweging uitgeoefend. Ook het nalaten van een spierbeweging kan strafbaar
zijn. Ook rechtspersonen (vereniging, stichting, besloten vennootschap) kunnen strafbare
feiten plegen, dit noemen we functioneel daderschap.
De gedraging valt binnen een delictsomschrijving in een delictsomschrijving staan welke
gedragingen strafbaar zijn. Dit moet wettelijk zijn vastgelegd (legaliteitsbeginsel). Om te
kijken of een menselijke gedraging valt onder een delictsomschrijving moeten we de wet
interpreteren. Staat in art. 16 Gw!
Een wederrechtelijke gedraging het is in strijd met het recht. Agenten bijvoorbeeld mogen
geweld gebruiken, dit is dus niet wederrechtelijk. Ook een beroep op noodweer
(zelfverdediging) is niet wederrechtelijk. Dit noem je een rechtvaardigingsgrond.
Aan schuld te wijten de gedraging moet aan schuld te wijten zijn. De gedraging moet aan
de persoon kunnen worden toegerekend. Soms zijn er schulduitsluitingsgronden, denk aan
ontoerekenbaarheid.
1.2 – Bestanddelen en elementen
Delictsomschrijving : een strafbaar feit.
Elementen ongeschreven voorwaarden om iemand te kunnen straffen, wederrechtelijkheid en
schuld. Een verdachte moet wel aan de voorwaarden voldoen , wil hij veroordeelt kunnen worden.
Bestanddelen staan in een tenlastelegging, een menselijke gedraging en een delictsomschrijving.
Cruciale onderdelen van de delictsomschrijving. Zijn wel geschreven.
Culpose delicten : schuld is bestanddeel in plaats van element.
Als de wederrechtelijkheid en schuld ook in de delictsomschrijving staan, zijn het ook bestanddelen.
1.3 – Verschillende strafbare feiten
Misdrijven en overtredingen
1
, Misdrijven : Boek 2 Sr, misdrijven moeten zwaarder worden gestraft dan overtredingen en er
staat altijd een gevangenisstraf op.
Overtredingen : strafbedreiging mag minder zijn. Hiervoor kan je alleen een geldboete krijgen
of hechtenis en vind je in boek 3 Sr.
Formele en materiele delicten
Formele delicten : delicten die een bepaald handelen strafbaar stellen. Het gaat om de
handeling en niet om het gevolg. Het gevolg is niet van belang.
Voorbeelden : art. 310 Sr (diefstal), art. 350 Sr (zaakbeschadiging).
Materiele delicten : het intreden van een bepaald gevolg is strafbaar. Het gaat dus om het
gevolg.
Voorbeeld : doodslag, het maakt niet uit hoe diegene om het leven komt (met wat voor
wapens etc.), maar dat diegene dood is.
Soms is het onduidelijk of het een materieel of formeel delict is!
Commissie – en omissiedelicten
Commissiedelicten : delicten die een bepaald handelen strafbaar stellen. Mishandelen, stelen,
iemand doden.
Omissiedelicten : het nalaten wordt strafbaar gesteld. Art. 450 Sr, nalaten van hulp verlenen.
Gronddelicten, gekwalificeerde delicten en geprivilegieerde delicten
Gronddelicten : een bepaalde gedraging is strafbaar gesteld. Een soort nulpunt.
Gekwalificeerd delict : delict is ernstiger dan het gronddelict. Er is een extra bestanddeel aan
toegevoegd. Het kent dus ook een zwaardere strafbedreiging. Denk aan het verschil tussen
doodslag en moord.
Geprivilegieerd delict : het is een lichtere variant van het gronddelict en dus met een lagere
stafbedreiging. Denk aan kinderdoodslag.
Hoofdstuk 2 – Wederrechtelijkheid
Wederrechtelijkheid is een belangrijk bestanddeel en vind je vaak terug in een delictsomschrijving.
Wederrechtelijk betekent in strijd met het recht. In sommige delictsomschrijvingen staat
wederrechtelijkheid omschreven, dit met het doel dat volkomen normaal gedrag strafbaar wordt, dan
wordt het dus een bestanddeel in plaats van een element.
Betekenis 1 : zonder toestemming van de rechthebbende, de leer van Remmelink de
verdachte handelt zonder eigen recht. Er bestaat een privaatrechtelijke bevoegdheid van
de verdachte (toestemming rechthebbende), maar ook een publiekrechtelijke
bevoegdheid (agenten).
Betekenis 2 : bestanddeel is element het bestanddeel wederrechtelijkheid betekent
vaak hetzelfde als het element wederrechtelijkheid.
Hoofdstuk 3 – Opzet
Het is of opzet óf schuld, nooit beide. Zonder opzet of schuld is er geen sprake van een misdrijf.
3.1- Kleurloos en boos opzet
Boos opzet
Wanneer de verdachte willens en wetens de strafwet heeft overtreden. De verdachte wist dat hij de
wet overtrad en wilde dit ook. Hij weet wat hij doet is strafbaar.
Voorbeeld : mishandeling is in de familie de Groot doodgewoon, er is geen sprake van boos opzet
want de familie weet niet dat ze de wet op mishandeling overtreden.
2
, Kleurloos opzet
Er wordt alleen gekeken naar het handelen van de verdachte. Wanneer een verdachte willens en
wetens heeft gehandeld is er sprake van kleurloos opzet. Het is niet duidelijk of de verdachte wist dat
zijn handelen strafbaar is. De wetgever gaat van kleurloos opzet uit.
3.2 – Verschillende vormen van opzet
Opzet als bedoeling (hoogste gradatie) 1
Een verdachte heeft een bepaalde bedoeling en daarom pleegt hij een strafbaar feit. De verdachte wil
dat er een gevolg intreedt. Het is niet vereist dat het gewilde gevolg ook daadwerkelijk intreedt.
Bij het oogmerk gaat het om het doel dat de verdachte heeft. Om dit doel te bereiken pleegt de
verdachte willens en wetens een strafbaar feit. Het einddoel kan anders zijn, maar de naaste doelen
kunnen wel strafbaar zijn.
Opzet als zekerheidsbewustzijn
Het gaat om een gevolg waar de wil van de dader niet op is gericht. Met een bepaalde handeling
heeft de dader een bepaald doel willen bereiken, maar als rechtsreeks gevolg is het ongewilde gevolg
ingetreden. Als de verdachte wist dat door zijn handeling het ongewilde gevolg intrad, noemen we
het opzet als zekerheidsbewustzijn.
Voorbeeld : Piet wil zijn school verbranden, maar naast dat de school verbrandt sterven daarmee
waarschijnlijk ook honderden leerlingen.
Opzet als waarschijnlijkheidsbewustzijn
De gevolgen van het handelen van een verdachte treden waarschijnlijk in. Een verdachte handelt en
weet dat de gevolgen waarschijnlijk zullen intreden. Voor de tenlastelegging van de OVJ maakt het
niet uit of we spreken van opzet als zekerheidsbewustzijn of opzet als waarschijnlijkheidsbewustzijn.
Het gaat immers beiden om opzet.
Voorwaardelijk opzet (lichtste vorm van opzet, laagste gradatie)
Het willens en wetens blootstellen aan de aanmerkelijke kans op het intreden van het gevolg en het
gevolg op de koop toenemen.
1 – Aanmerkelijke kans op het intreden van het gevolg feiten, omstandigheden en gedragingen.
2 – Weten van het bewustzijn je moet bewustzijn van die aanmerkelijke kans.
3 – het willen het op de koop toenemen van het intreden van de gevolgen.
Test je casus aan de bovenstaande voorwaarden voor voorwaardelijk opzet!
Het is mogelijk dat bepaalde gevolgen als gevolg van het handelen van de verdachte zullen intreden.
De verdachte is bewust van de mogelijke gevolgen maar moet die gevolgen ook hebben aanvaard.
Wanneer een verdachte wist dat een bepaald gevolg van zijn handelen in zou kunnen treden, en er
toch voor heeft gekozen om er mee door te gaan is het voorwaardelijk opzet.
Voorbeeld : het Porsche arrest.
Het moet gaan om een aanmerkelijke kans, een aanmerkelijke kans dat zijn handelen kan leiden tot
een bepaal gevolg. Toch gaat diegene er mee door en komt dit gevolg uit.
Casus oplossen over opzet :
1 – Welke gradatie opzet hebben we?
2 – Wat is de definitie van voorwaardelijk opzet? Schrijf die op!
1 Oftewel oogmerk.
3
Hoofdstuk 1 – Het strafbare feit
1.0 – Inleiding
Materieel strafrecht : wat is strafbaar, welke gedragingen mogen niet? Vinden we vooral terug in het
Wetboek van Strafrecht.
Formeel strafrecht: hoe gaan we met de overtreding van regels om? Vinden we vooral terug in het
Wetboek van Strafvordering.
Het strafrecht is gebaseerd op vergelding (achteraf) en preventie (voor en achteraf).
1.1– Voorwaarden van het strafbare feit
Strafbaar feit een menselijke gedraging, die valt binnen een delictsomschrijving en die
wederrechtelijk en aan schuld te wijten is.
Art. 27 Wetboek van strafrecht : iemand kan als verdachte worden aangemerkt als er een redelijk
vermoeden is van schuld én dat deze persoon een strafbaar feit heeft gepleegd.
Een strafbaar feit moet voldoen aan 4 voorwaarden :
Menselijke gedraging een persoon heeft een gedraging verricht. De persoon heeft een
gewilde spierbeweging uitgeoefend. Ook het nalaten van een spierbeweging kan strafbaar
zijn. Ook rechtspersonen (vereniging, stichting, besloten vennootschap) kunnen strafbare
feiten plegen, dit noemen we functioneel daderschap.
De gedraging valt binnen een delictsomschrijving in een delictsomschrijving staan welke
gedragingen strafbaar zijn. Dit moet wettelijk zijn vastgelegd (legaliteitsbeginsel). Om te
kijken of een menselijke gedraging valt onder een delictsomschrijving moeten we de wet
interpreteren. Staat in art. 16 Gw!
Een wederrechtelijke gedraging het is in strijd met het recht. Agenten bijvoorbeeld mogen
geweld gebruiken, dit is dus niet wederrechtelijk. Ook een beroep op noodweer
(zelfverdediging) is niet wederrechtelijk. Dit noem je een rechtvaardigingsgrond.
Aan schuld te wijten de gedraging moet aan schuld te wijten zijn. De gedraging moet aan
de persoon kunnen worden toegerekend. Soms zijn er schulduitsluitingsgronden, denk aan
ontoerekenbaarheid.
1.2 – Bestanddelen en elementen
Delictsomschrijving : een strafbaar feit.
Elementen ongeschreven voorwaarden om iemand te kunnen straffen, wederrechtelijkheid en
schuld. Een verdachte moet wel aan de voorwaarden voldoen , wil hij veroordeelt kunnen worden.
Bestanddelen staan in een tenlastelegging, een menselijke gedraging en een delictsomschrijving.
Cruciale onderdelen van de delictsomschrijving. Zijn wel geschreven.
Culpose delicten : schuld is bestanddeel in plaats van element.
Als de wederrechtelijkheid en schuld ook in de delictsomschrijving staan, zijn het ook bestanddelen.
1.3 – Verschillende strafbare feiten
Misdrijven en overtredingen
1
, Misdrijven : Boek 2 Sr, misdrijven moeten zwaarder worden gestraft dan overtredingen en er
staat altijd een gevangenisstraf op.
Overtredingen : strafbedreiging mag minder zijn. Hiervoor kan je alleen een geldboete krijgen
of hechtenis en vind je in boek 3 Sr.
Formele en materiele delicten
Formele delicten : delicten die een bepaald handelen strafbaar stellen. Het gaat om de
handeling en niet om het gevolg. Het gevolg is niet van belang.
Voorbeelden : art. 310 Sr (diefstal), art. 350 Sr (zaakbeschadiging).
Materiele delicten : het intreden van een bepaald gevolg is strafbaar. Het gaat dus om het
gevolg.
Voorbeeld : doodslag, het maakt niet uit hoe diegene om het leven komt (met wat voor
wapens etc.), maar dat diegene dood is.
Soms is het onduidelijk of het een materieel of formeel delict is!
Commissie – en omissiedelicten
Commissiedelicten : delicten die een bepaald handelen strafbaar stellen. Mishandelen, stelen,
iemand doden.
Omissiedelicten : het nalaten wordt strafbaar gesteld. Art. 450 Sr, nalaten van hulp verlenen.
Gronddelicten, gekwalificeerde delicten en geprivilegieerde delicten
Gronddelicten : een bepaalde gedraging is strafbaar gesteld. Een soort nulpunt.
Gekwalificeerd delict : delict is ernstiger dan het gronddelict. Er is een extra bestanddeel aan
toegevoegd. Het kent dus ook een zwaardere strafbedreiging. Denk aan het verschil tussen
doodslag en moord.
Geprivilegieerd delict : het is een lichtere variant van het gronddelict en dus met een lagere
stafbedreiging. Denk aan kinderdoodslag.
Hoofdstuk 2 – Wederrechtelijkheid
Wederrechtelijkheid is een belangrijk bestanddeel en vind je vaak terug in een delictsomschrijving.
Wederrechtelijk betekent in strijd met het recht. In sommige delictsomschrijvingen staat
wederrechtelijkheid omschreven, dit met het doel dat volkomen normaal gedrag strafbaar wordt, dan
wordt het dus een bestanddeel in plaats van een element.
Betekenis 1 : zonder toestemming van de rechthebbende, de leer van Remmelink de
verdachte handelt zonder eigen recht. Er bestaat een privaatrechtelijke bevoegdheid van
de verdachte (toestemming rechthebbende), maar ook een publiekrechtelijke
bevoegdheid (agenten).
Betekenis 2 : bestanddeel is element het bestanddeel wederrechtelijkheid betekent
vaak hetzelfde als het element wederrechtelijkheid.
Hoofdstuk 3 – Opzet
Het is of opzet óf schuld, nooit beide. Zonder opzet of schuld is er geen sprake van een misdrijf.
3.1- Kleurloos en boos opzet
Boos opzet
Wanneer de verdachte willens en wetens de strafwet heeft overtreden. De verdachte wist dat hij de
wet overtrad en wilde dit ook. Hij weet wat hij doet is strafbaar.
Voorbeeld : mishandeling is in de familie de Groot doodgewoon, er is geen sprake van boos opzet
want de familie weet niet dat ze de wet op mishandeling overtreden.
2
, Kleurloos opzet
Er wordt alleen gekeken naar het handelen van de verdachte. Wanneer een verdachte willens en
wetens heeft gehandeld is er sprake van kleurloos opzet. Het is niet duidelijk of de verdachte wist dat
zijn handelen strafbaar is. De wetgever gaat van kleurloos opzet uit.
3.2 – Verschillende vormen van opzet
Opzet als bedoeling (hoogste gradatie) 1
Een verdachte heeft een bepaalde bedoeling en daarom pleegt hij een strafbaar feit. De verdachte wil
dat er een gevolg intreedt. Het is niet vereist dat het gewilde gevolg ook daadwerkelijk intreedt.
Bij het oogmerk gaat het om het doel dat de verdachte heeft. Om dit doel te bereiken pleegt de
verdachte willens en wetens een strafbaar feit. Het einddoel kan anders zijn, maar de naaste doelen
kunnen wel strafbaar zijn.
Opzet als zekerheidsbewustzijn
Het gaat om een gevolg waar de wil van de dader niet op is gericht. Met een bepaalde handeling
heeft de dader een bepaald doel willen bereiken, maar als rechtsreeks gevolg is het ongewilde gevolg
ingetreden. Als de verdachte wist dat door zijn handeling het ongewilde gevolg intrad, noemen we
het opzet als zekerheidsbewustzijn.
Voorbeeld : Piet wil zijn school verbranden, maar naast dat de school verbrandt sterven daarmee
waarschijnlijk ook honderden leerlingen.
Opzet als waarschijnlijkheidsbewustzijn
De gevolgen van het handelen van een verdachte treden waarschijnlijk in. Een verdachte handelt en
weet dat de gevolgen waarschijnlijk zullen intreden. Voor de tenlastelegging van de OVJ maakt het
niet uit of we spreken van opzet als zekerheidsbewustzijn of opzet als waarschijnlijkheidsbewustzijn.
Het gaat immers beiden om opzet.
Voorwaardelijk opzet (lichtste vorm van opzet, laagste gradatie)
Het willens en wetens blootstellen aan de aanmerkelijke kans op het intreden van het gevolg en het
gevolg op de koop toenemen.
1 – Aanmerkelijke kans op het intreden van het gevolg feiten, omstandigheden en gedragingen.
2 – Weten van het bewustzijn je moet bewustzijn van die aanmerkelijke kans.
3 – het willen het op de koop toenemen van het intreden van de gevolgen.
Test je casus aan de bovenstaande voorwaarden voor voorwaardelijk opzet!
Het is mogelijk dat bepaalde gevolgen als gevolg van het handelen van de verdachte zullen intreden.
De verdachte is bewust van de mogelijke gevolgen maar moet die gevolgen ook hebben aanvaard.
Wanneer een verdachte wist dat een bepaald gevolg van zijn handelen in zou kunnen treden, en er
toch voor heeft gekozen om er mee door te gaan is het voorwaardelijk opzet.
Voorbeeld : het Porsche arrest.
Het moet gaan om een aanmerkelijke kans, een aanmerkelijke kans dat zijn handelen kan leiden tot
een bepaal gevolg. Toch gaat diegene er mee door en komt dit gevolg uit.
Casus oplossen over opzet :
1 – Welke gradatie opzet hebben we?
2 – Wat is de definitie van voorwaardelijk opzet? Schrijf die op!
1 Oftewel oogmerk.
3