College: Luister- en gespreksvaardigheden 18-11-2015
* Kennismakingsgesprek:
- Face-to-face - Telefonisch
* 1e consult bij een NP:
Wat wil jij helder krijgen? Wat wilt de pt bereiken in dat eerste contact?
Zorgvraag v/d pt.
Zorgbehoefte (volgens professional)
Wat is het eerste doel?
* Doelen MH 1e consult:
- Vertrouwens- en samenwerkingsrelatie opbouwen.
- Problemen pt verhelderen. GESPREKSTECHINIEKEN
- Gegevens inwinnen (anamnese).
- Informatie geven aan de pt.
- Hulp bij menings- en besluitvorming over o.a. behandeling.
* 2 monologen maken geen dialoog. Vb. 2 mensen zijn aan het telefoneren maar het lijkt dat ze met elkaar aan het praten zijn, door handgebaren.
* Gesprekstechnieken:
- Luisteren - Vragen stellen
* Luisteren is de basis voor het aangaan van een relatie.
* Luisteren lijkt passief. Maar vraagt een actieve houding.
- Concentratie, actieve participatie en discipline.
* Actief luisteren:
- Stilstaan bij wat de ander zegt, niet er op vooruit lopen.
- Doorvragen bij onduidelijkheden.
- Begrijpend reageren en de ander vertellen hoe zijn boodschap overkomt.
* Waarom is luisteren zo belangrijk:
- Bron van info:
o Wens v/d pt; zorgvraag.
o Niveau v/d pt.
o Eigen visie gezondheid v/d pt.
o Hoofd- en bijzaken onderscheiden.
- Toont interesse, aandacht en betrokkenheid.
* De actieve luisteraar:
- Is met de boodschap- en niet met zichzelf bezig.
- Nodigt de zender non-verbaal uit.
- Nodigt de zender verbaal uit.
- Maakt actief gebruik van tweerichtingsverkeer.
[Maar: luistervaardigheden toepassen zonder eerlijke aandacht voor de ander werkt averechts.]
● Parafraseren = de laatste uitingen v/d spreker worden in andere woorden weergegeven (herformuleren).
● Samenvatten = essentie van wat de spreker heeft gezegd wordt kort weergegeven (groter deel info of tekst).
● Reflecteren = reflecteren van gevoel, weergave v/d beleving, begrik uiten en controleren.
Belangrijk hoofd- en bijzaken onderscheiden.
* Functie parafraseren, samenvatten en reflecteren:
- Uitdrukken van aandacht en begrip.
- Geven van feedback.
- Toetsen van juistheid van eigen waarnemingen; ‘heb ik het goed begrepen?’
1
, - Structuur aanbrengen in het gesprek.
Verbaal actief luisteren.
* Fouten bij actief luisteren:
- Napraten of papegaaien.
- Gevoelens negeren of bagatelliseren.
- Te ver vooruit luisteren.
* Communicatie vraagt waarneming. Bv. iemand zegt groen maar je ziet de kleur blauw, dit moet je opvallen.
* Doel van vragen stellen (vb.):
- De ander aan het denken zetten. - Contact maken.
- Om te weten te komen wat de ander wel of niet weet. - Negatieve behandeling: de ander op zijn nummer zetten (doe je
- Info inwinnen. dat thuis ook zo?)
- Praatje maken, gezelligheid. - Bevestiging krijgen
- Nieuwsgierigheid. - Aandacht krijgen.
* De functie van vragen stellen als MH:
- Interesse tonen. - De communicatie openen.
- Info verzamelen. - Controleren of je het begrepen hebt.
- De zender helpen. - Het standpunt v/d zender verduidelijken.
* Soorten vragen:
- Gesloten vragen bv. wanneer bent u voor het laatst bij de tandarts geweest?
o Snel feitelijke info.
o Geen uitnodiging om te praten; om achtergrond info te geven.
o De richting van het gesprek sturen.
o Gesloten vragen beginnen met; wie, waar en wanneer.
- Open vragen bv. hoe hebt u de behandeling bij de tandarts ervaren?
o De ander is vrij om te bepalen hoe de vraag te beantwoorden.
o Mening, beleving, gedachten en ideeën van een ander worden duidelijk.
o Intensiveren het contact.
o Wanneer de bootschap meer is dan een mededeling, zijn open vragen een goede methode om de
bedoeling v/d ander te begrijpen.
o Open vragen beginnen met; hoe, wat en waarom.
- Suggestieve vragen Bv. vindt u ook niet dat een gezonde mond heel belangrijk is voor de algemene gezondheid? & Zou je dat wel doen?
o Vragen eigenlijk niets, geven een verkapte mening.
o Gebruik ze weinig.
o Meeste zijn gesloten.
- Reflecterende vragen bv. begrijp ik goed dat u teleurgesteld wat dat de tandarts zo negatief was?
o Controleren of iets goed begrepen is, zowel door onszelf als door de ander.
o Reflecteren van gevoelens = empatisch luisteren.
o Goede reflectie: is gericht op het gevoel (de beleving) achter de ervaring.
o Sluit aan bij de intensiviteit v/d gevoelens v/d spreker.
o Is gesteld in ‘fresh words’
o Wordt op een vragende manier gebracht.
- Doorvragen: E-in vragen
o Gaan door op het gedachtespoor van de ander.
o Sluiten aan, gaan in op hetgeen de ander zegt.
o Actie: vraag door binnen het onderwerp.
o Concentreer je op hetgeen de ander zegt zonder jouw mening daar in te betrekken.
- Doorvragen: E-ex vragen
o komen voort uit onze eigen gedachten en zijn dus voor de ander een vraag over een neiuw
onderwerp.
o Gaan niet door op wat de ander heeft gezegd.
o Vb. ‘Ik heb iets tegen die tandpasta met fluoride.’
E-in: ‘Kunt u mij zeggen wat u erop tegen heeft?’
E-ex: ‘Hoe staat u tegenover de gezondheid van uw eigen gebit?’
2
,* Doorvragen:
- Onduidelijke argumenten (‘Waar baseer je dat op?’).
- Niet alles is verteld (‘Wat is er nog meer dat ik moet weten om je goed te begrijpen’).
- Moeilijke woorden gebruikt worden (‘Wat bedoel je daarmee/ met dit woord?’).
- Tegenstrijdige info (‘Je zei net dit en nu dat. Kun je dat eens uitleggen?’).
* Luisteren en vragen stellen: aandacht gevend gedrag:
* Niet woordelijk: * Woordelijk:
- Oogcontact - Spreken en luisteren
- Lichaamshouding - Verbaal volgen
- Minimale aanmoedigingen - Samenvatten en parafraseren
- Pauzes en stiltes - Reflectie
* Fouten die er gemaakt worden in communicatie in de praktijk (Ashley Latter):
- Behandelaar vergeet hoe belangrijk het contact is en dat elke patiënt- specifiek op die pt gerichte-
aandacht nodig heeft.
- Er wordt te technisch gesproken; de pt kan je niet volgen en haakt af.
- Met een oplossing komen zonder echt goed te luisteren wat de pt wil. Doe geen aannames en
beoordeel je pt niet te snel.
- Luisteren om een antwoord te geven; je bent dan niet echt aan het luisteren.
- Te vrijblijvend blijven en geen concrete afspraken maken met de pt over (financiën van) de
behandeling.
● Anamnese = herinnering. Het inwinnen van info staat centraal. [Wet WGBO]
- Tandheelkundige anamnese - Medische anamnese: gezondheidsvragenlijst
- Mondhygiëne anamnese - Sociale anamnese
● Medische anamnese = gezondheidsvragenlijst.
* Doel: Het inwinnen van info over de gezondheid van de pt nu en in het verleden, voor zover deze van belang is voor
de behandeling. D.m.v. de vragenlijst kan de behandelaar het medische risico bepalen, dat zou kunnen ontstaan
tijdens de behandeling. Hierdoor kunnen medische calamiteiten voorkomen worden. Het is daarom belangrijk dat de
vragenlijst zorgvuldig wordt ingevuld, maar ook bij ieder bezoek eventuele veranderingen opvragen en verwerken.
* Leerdoelen:
1. Vraagt naar problemen of klachten van patiënten op een gepaste manier.
Vraag alleen naar relevante problemen/klachten v/d pt.
2. Kan zowel verbaal als non-verbaal volgend gedrag laten zien naar aanleiding van de communicatie van de
patiënt.
Verbaal en non-verbaal: nodigt de zender uit. Door actief te luisteren.
3. Parafraseert, reflecteert en vat samen naar aanleiding van wat de patiënt zegt.
Parafraseren = de laatste uitingen v/d spreker worden in andere woorden weergegeven (herformuleren).
Reflecteren = reflecteren van gevoel, weergave v/d beleving, begrik uiten en controleren.
Samenvatten = essentie van wat de spreker heeft gezegd wordt kort weergegeven (groter deel info of tekst).
4. Kan onderscheid tussen hoofd- en bijzaken maken.
Wat is het probleem v/d pt. Hier op ingaan als je weinig tijd hebt. Om een patiëntenrelatie op te bouwen kan het
vaak goed zijn om verder in te gaan op de bijzaken.
5. Heeft inzicht in het doel van vragen stellen.
Informatie inwinnen v/d patiënt, zodat je straks veilig aan een behandeling kan starten.
6. Kan op het juiste moment open versus gesloten vragen stellen.
Open vragen de ander bepaald hoe de vraag beantwoord wordt, mening, beleving, gedachten en ideeën van een
ander worden duidelijk, intensiveren het contact. Als de boodschap meer is dan een mening zijn open vragen een
goede methode om de bedoeling v/d ander te begrijpen. Beginnen met hoe, wat en waarom.
Gesloten vragen snel feitelijke info inwinnen, geen uitnodiging om te gaan praten (om achtergrond info te geven),
de richting van het gesprek sturen. Beginnen met wie, waar en wanneer.
7. Kan waar nodig doorvragen en het gesprek sturen teneinde relevante informatie te verkrijgen.
Bij doorvragen is het vaak handig om gesloten vragen te stellen om ergens meer info van te krijgen en om een
duidelijk beeld te krijgen voor jezelf van het probleem of gebeurtenis.
8. Kan actief luisteren en laat aandacht gevend gedrag aan de patiënt zien.
3
, Reflecterende vragen stellen. Empatisch vermogen laten zien aan de pt.
Is met de boodschap- en niet met zichzelf bezig, nodigt de zender verbaal en non-verbaal uit en maakt actief gebruik
van tweerichtingsverkeer.
9. Weet hoe een telefonische kennismaking uitgevoerd moet worden.
Gegevens vragen van de pt (naam, telefoonnummer, evt. probleem, wel/geen verwijzing, emial, etc,)
10. Is in staat kritisch te kijken naar de informatie die binnen komt, zowel verbaal als non-verbaal.
Komt de non-verbale houding overeen met wat de pt verteld.
Klopt het hele verhaal wat de pt verteld heeft, of zijn er tegenstrijdigheden.
11. Weet welke fouten vaak gemaakt worden in communicatie.
Zo min mogelijk suggestieve vragen stellen aan de pt.
12. Maakt kennis met de gespreksvaardigheden die nodig zijn voor een kennismakingsgesprek en
anamnesegesprek.
● Anamnese = herinnering. Het inwinnen van info staat centraal. [Wet WGBO]
- Tandheelkundige anamnese - Medische anamnese: gezondheidsvragenlijst
- Mondhygiëne anamnese - Sociale anamnese
● Medische anamnese = gezondheidsvragenlijst.
* Doel: Het inwinnen van info over de gezondheid van de pt nu en in het verleden, voor zover deze van belang is voor
de behandeling. D.m.v. de vragenlijst kan de behandelaar het medische risico bepalen, dat zou kunnen ontstaan
tijdens de behandeling. Hierdoor kunnen medische calamiteiten voorkomen worden. Het is daarom belangrijk dat de
vragenlijst zorgvuldig wordt ingevuld, maar ook bij ieder bezoek eventuele veranderingen opvragen en verwerken.
College: Contact met de patiënt 24-11-2015
* Een soortgesprek is afhankelijk van het onderwerp en doel.
● Rapport = de relatie die je met een pt opbouwt. Een staat van wederzijdse openheid, vertrouwen en
sportactiviteit. Essentieel voor effectieve pt behandeling, medewerking en controle. Wederzijdse aandacht, positieve
houding en coördinatie.
* Gespreksmodellen:
- Probleemontdekkend gesprek
- Counselinggesprek
- Adviesgesprek
- Slechtnieuws gesprek
➢ Probleem ontdekkend gesprek:
● Exploratieve fase open vragen. ‘Waarom komt deze pt nu bij mij met deze klacht?’
● Anamnetische fase veel gesloten vragen. Valkuilen: afraffeltempo, suggestieve en meerkeuzevragen.
● Behandelplanfase sterk adviserend karakter. Wat voor info kan de MG geven.
* Zorgvraag:
- Wat zijn de eigen ideeën v/d pt over zijn klachten (denken)?
- Welke gevoelens laat de pt blijken over zijn klachten (voelen)?
- Hoe gaat de pt met zijn klachten om (handelen)?
- Waarom komt deze pt nu met deze klacht(en) of vraag/vragen?
- Wat verwacht de pt van mij?
Patiëntgerichte benadering: aandacht voor de zorgvraag & psychosociale context.
Klachtgerichte benadering: uitsluitend aandacht voor de medische diagnostiek.
➢ Counselinggesprek:
* Reflecteren van gevoelens neemt een centrale plaats in.
- Bespreken van problemen, maar meer focus op relatie dan krijgen van info.
- Relatie is bepalend voor effect.
● Clientgerichte gedrachtstherapie (client-centered) = bv. bij angst.
* Houdingscomponenten:
- Empathie
4