Week 1
Beklamel
Het stelsel van het rechtspersonenrecht brengt met zich mee dat de bestuurder van een rechtspersoon
slechts onder bijzondere omstandigheden persoonlijk aansprakelijk is jegens een derde, in het geval
dat de rechtspersoon haar verplichtingen jegens die derde niet nakomt. In dit arrest is in dit kader een
specifieke maatstaf ontwikkeld. Een benadeelde schuldeiser van een kapitaalvennootschap kan een
bestuurder van die vennootschap in privé aanspreken op grond van onrechtmatige daad (met andere
woorden de bestuurder is aansprakelijk op grond van onrechtmatige daad), indien de bestuurder ten
tijde van het aangaan van de transactie al wist of moest weten dat de vennootschap de verplichting niet
kan nakomen en geen verhaal kan bieden voor de door die wanprestatie veroorzaakte schade die de
derde lijdt.
Staleman/ Van de Ven
1. Voor de ernstige verwijtbaarheid in de zin van artikel 2:9 BW wordt in dit arrest door de Hoge Raad
het volgende criterium gegeven: ‘Voor aansprakelijkheid op de voet van artikel 2:9 BW is vereist dat
aan de bestuurder een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Of in een bepaald geval plaats is voor een
ernstig verwijt als hier bedoeld, dient te worden beoordeeld aan de hand van alle omstandigheden van
het geval. Tot de in aanmerking te nemen omstandigheden behoren onder meer de aard van de door de
rechtspersoon uitgeoefende activiteiten, de in het algemeen daaruit voortvloeiende risico’s, de
taakverdeling binnen het bestuur, de eventueel voor het bestuur geldende richtlijnen, de gegevens
waarover de bestuurder beschikte of behoorde te beschikken ten tijde van de aan hem verweten
beslissingen of gedragingen, alsmede het inzicht en de zorgvuldigheid die mogen worden verwacht
van een bestuurder die voor zijn taak berekend is en deze nauwgezet vervult.
2. Een decharge strekt zich niet uit tot informatie waarover een individuele aandeelhouder uit andere
hoofde – buiten het verband van de algemene vergadering van aandeelhouders – de beschikking heeft
gekregen, of tot gegevens die niet uit de jaarrekening blijken of niet anderszins aan de algemene
vergadering van aandeelhouders zijn bekend gemaakt voordat deze de jaarrekening vaststelde.
Berghuizer Papierfabriek N.V.
Indien een bestuurder heeft gehandeld in strijd met een wettelijke of statutaire bepaling of een andere
regel die de rechtspersoon beoogd te beschermen, moet dit als zwaarwegende omstandigheid worden
aangemerkt bij de beoordeling of er sprake is van ernstige verwijtbaarheid. In dat geval kan er
aansprakelijkheid voor de bestuurder ontstaan op grond van artikel 2:9 BW. De vraag of er sprake is
van onbehoorlijk bestuur dient te worden beoordeeld aan de hand van alle omstandigheden van het
geval.
Blue Tomato
De Rechtbank en het Hof waren van mening, dat met het schenden van de publicatieplicht (art. 2:394
BW) –overeenkomstig het systeem van artikel 2:248 lid 2 BW– onbehoorlijk bestuur ook voor het
overige onweerlegbaar vaststond, en werd vermoed een belangrijke oorzaak van het faillissement te
zijn geweest. De Hoge Raad heeft hiertegenover gesteld dat het de bestuurder is toegestaan om
het rechtsvermoeden van artikel 2:248 lid 2 BW te weerleggen. Alsdan is het de taak van de curator
om aannemelijk te maken dat nochtans de kennelijk onbehoorlijke taakvervulling mede een
belangrijke oorzaak van het faillissement is geweest.