leerdoelen leerjaar 2 periode 2:
Leerdoelen week 1:
1. Het eigen beeld over psychiatrie weergeven:
- Wat is psychiatrie:
Psyche (geest) + iatros (arts) sinds 19e eeuw.
Daarvoor spiritueel verklaard.
19 en 20e eeuw: classificatie, psychotherapieën, medicatie.
- Wanneer psychiatrische ziekte?
Ongewenste, onaangename toestanden.
Belemmeren het normale functioneren.
Het overkomt de persoon in kwestie.
2. Maatschappelijke opvattingen en (voor)oordelen ten aanzien van psychiatrisch
patiënten benoemen:
- Psychische ziekten bestaan niet.
- Psychische aandoeningen is zeldzaam.
- Ik ken niemand met en psychische aandoening.
- Als je een psychische aandoening hebt, dan betekent dit dat je gek bent.
- Psychische ziekten heb je je leven lang en zijn onmogelijk te behandelen.
- Als iemand een psychische aandoening heeft, dan is het hun eigen schuld.
- Alleen mensen die zwak zijn vragen om hulp.
- Mensen met een psychische aandoening stellen zich aan.
- Mensen met een psychische aandoening zijn gewelddadig.
- Mensen met een psychische aandoening zijn incompetent.
- Psychische ziekten hebben geen invloed op tieners – problemen die zij ervaren zijn
slechts een onderdeel van de puberteit.
- Mensen met een psychische aandoening – vooral degenen die lijden aan een
depressie – vragen om aandacht of zijn ‘drama queens’.
1
, 3. Het werkveld van de geestelijke gezondheidszorg (GGZ) beschrijven, de
verschillende settingen noemen waarbinnen behandeld wordt (gesloten, open,
ambulant, dagbehandeling etc.) en de rol van de (psychiatrisch) verpleegkundige
binnen het multidisciplinaire team beschrijven:
- Werk terreinen psychiatrie:
1. Kinder- en jeugd psychiatrie:
Specifieke benadering bij een kind.
Ouders betrokken.
Andere ziektebeelden (Autisme, ADHD)
2. Volwassenen psychiatrie:
Verschillende afdelingen op basis van hoofddiagnose.
3. Ouderen psychiatrie:
Vaker lichamelijke oorzaak.
Meer co-morbiditeit.
Andere omstandigheden.
Levensfase problematiek.
4. Klinische psychiatrie:
Acute opname afdeling.
Dagbehandeling.
Langdurige opname afdeling.
5. Sociale psychiatrie:
Opname voorkomend, zoveel mogelijk in de maatschappij blijven.
6. Forensische psychiatrie (opname ter observatie of TBS)
7. Ziekenhuis psychiatrie (combinatie met lichamelijke ziekten)
- Multidisciplinair werken in psychiatrie:
Psychiater.
Psycholoog.
Psychotherapeut.
Psychiatrisch verpleegkundige.
Sociaal psychiatrisch verpleegkundige (post HBO)
Maatschappelijk werk.
Vaktherapeut
o Creatieve therapie (kunst, muziek of dans).
o Psycho- motorische therapie.
4. De geschiedenis van de ggz globaal beschrijven en de huidige ontwikkelingen
weergeven:
- In oude samenlevingen schreef men afwijkend gedrag toe aan goddelijke of
bovennatuurlijke krachten. In de middeleeuwen beschouwde men abnormaal gedrag
als een teken van bezetenheid door de duiven en werd met exorcisme geprobeerd de
aangedane personen van kwade geesten te bevrijden.
- Asielen of gekkenhuizen ontstonden in Europa in de late vijftiende en de vroege
zestiende eeuw. De omstandigheden in deze instituten waren echter mensonterend.
- Met de opkomst van de morele therapie in de negentiende eeuw verbeterde de
situatie. Voorstanders van morele therapie geloofden dat geesteszieken weer konden
functioneren als ze met waardigheid en begrip werden behandeld.
2