18e en 19e eeuw, paragraaf 20-27 = 18e eeuw & paragraaf 29, 30, 32-37 = 19e eeuw
Paragraaf 20: Historische achtergrond 1700-1800
In 17e eeuw absolute monarchieën ontstaan in EU = koninkrijken waarin alle macht
bij de vorst ligt.
In 18e eeuw:
Absolutisme bepaalde in 18e eeuw de Europese politiek
Oostenrijkse monarchie belangrijke macht naast Engeland en Frankrijk
(Hongarije, Tsjechië, Slowakije, grote delen van Italië, Roemenië, België en
Duitsland)
Engeland begon aan opbouw van wereldrijk (grote delen van Noord-Amerika
waren al in Engels bezit, daar kwamen nu India en delen van Afrika bij)
Duitse vorstendommen: Pruisen werd het machtigste
Rusland groeide uit tot een moderne staat
Grotere welvaart
Bevolking nam toe (vooral in het oosten van Europa)
De burgerij ontwikkelde zich tot de sterkste klasse in economisch opzicht.
Tegen het eind van de eeuw wist de burgerij steeds meer politieke macht te
veroveren!
Historische achtergrond Nederland:
De Republiek der Verenigde Nederlanden bleef een statenbond met een Staten-Generaal
aan het hoofd i.p.v een vorst.
De Staten-Generaal had weinig macht
Oorzaak: alle gewesten gingen hun eigen gang
e
17 eeuw: werd bijeengehouden door gemeenschappelijke vijand: Spanje
18e eeuw: dreigde ten onder te gaan door erg veel conflicten
In de tweede helft van de 18e eeuw ontstond een politieke strijd tussen:
Patriotten: streefden naar meer democratie
Raakten geïnspireerd door de Amerikaanse onafhankelijkheid in 1776
Prinsgezinden: waren aanhangers van de stadhouders van Oranje
Patriotten vs prinsgezinden
In Frankrijk verzet tegen de koning:
1789 Franse revolutie
De Nederlandse patriotten kregen hulp van de Franse revolutionairen
1793 Fransen vielen de Republiek binnen: stadhouder Willem vlucht naar
Engeland
1795 Bataafse republiek
1798 eerste grondwet met o.a. scheiding Kerk en staat & uitbreiding van het
kiesrecht