HOORCOLLEGES KOM
Hoorcollege 1
Functies kwalitatief onderzoek
- Explanatory (verklaringen): “onder welke omstandigheden wordt iemand een
klokkenluider?” 13-11-2017 | 29 Functies kwalitatief onderzoek (boek p.29-33)
- Evaluative (wanneer werkt dit of niet): “waarom werkt de bewezen succesformule
in andere dependances niet?”
- Generative (nieuwe ideeën): “hoe verhoog ik de respons op studentevaluaties?”
- Contextual (concept): “Wat is eigen verantwoordelijkheid?”
Hoorcollege 2
MC vraag 1 antwoord A, dit past bij logisch positivisme
MC vraag 2 antwoord B(onder welke omstandigheden werkt iets?), a=generalative,
c=evaluative.
Onderzoeksplan
1. Onderzoeksdoel, probleemstelling en onderzoeksvraag
Onderzoeksdoel: Exploratief doel, maar ook theorie ontwikkeling.
Onderzoeksvraag: Welke factoren zorgen voor…
Richtlijnen onderzoeksvraag:
o Duidelijk begrijpelijk en ondubbelzinnig
o Gefocust maar niet eng boehoe
o Geschikt voor beantwoording dataverzameling
o Relevant en betekenisvol
o Gebaseerd op en/ of gerelateerd aan bestaande theorie
o Haalbaar met beschikbare middelen
o Interessant in de ogen van de onderzoeker
2. Populatie en steekproefplan
- Doel is generaliseren naar probleem
- Zorgen voor volledigheid of diversiteit
- Je bent op zoek naar symbolische representatie
- Steekproef moet accuraat en precies zijn
- Perspectieven als populaties
- Belangrijke eigenschappen kwalitatief steekproef:
o Gebruik van vooraf opgestelde data
o Steekproef relatief klein, verzadiging is criterium
o Aanvullen van steekproeven kan(moet soms)
- Steekproeftrekking methoden:
o Purposefull sampling, gebaseerd op criterium
Homogene steekproeven
Heterogene steekproeven
Extreme casus of ‘deviant case’
‘Typical case sampling’
‘Stratified purposive sampling’
‘Critical case sampling’
, Soms snowballing
o Convenience& opportuniste sampling
Gemakkelijke toegang convenience
Als de gebeurtenis zich toevallig voordoetopportunist
o Theoretical sampling
Meestal i.c.m. grounded theory
Verschillende stadia. Na 1 stap volgen
meer(groepen/methoden/interviews)
Tot theoretic iets
3. Data collectiemethode
- Bronnen van data: Naturally occuring data
o Participant observation
o Obersvation
o Documentary analyses
o Discourse analyses, alles over het gesproken woord
o Conversation analyses, alleen uit gesprekken
- Generated data
o Biographical methods
o Individal interviews
o Paired interviews
o Focus groups or group discussions
Tentamenvraag: C je kiest mensen uit die sterk op elkaar lijken. Geen A, dan zou je
de gemiddelde consument moeten interviewen, Geen B want er zijn geen bepaalde
subgroepen. Geen D er is geen sprake van toevalligheid.
- Mate van structuur in dataverzameling
o Gestructureerd: kwantitatief
o Semigestructureerd(diepte-interview): interviewleidraad
Controle consistentie
Doorvragen diepte
o Ongestructureerd: ‘vertel eens over….’
- Interview leidraad:
- Introductie
o Reden voor interview(introductie voor geinterviewde)
o Anonimiteit
o Opnamebeleid
o Korte beschrijving van onderwerp en sub onderwerp
o Gebruik van de verzamelde data
- Stages of discussion
o Introductie
o Easy, opening questions
o Core part of interview
o Slotvragen
- Afsluiting
o Wil de deelnemer zelf nog iets toevoegen
o Bedankje
o Anonimiteit benoemen
o Evt opsturen interview uitwerking
- Alle vragen zo specifiek mogelijk
- Moeten niet sturend zijn en wel open
- Geef aan wanneer er doorgevraagd moet worden
Hoorcollege 1
Functies kwalitatief onderzoek
- Explanatory (verklaringen): “onder welke omstandigheden wordt iemand een
klokkenluider?” 13-11-2017 | 29 Functies kwalitatief onderzoek (boek p.29-33)
- Evaluative (wanneer werkt dit of niet): “waarom werkt de bewezen succesformule
in andere dependances niet?”
- Generative (nieuwe ideeën): “hoe verhoog ik de respons op studentevaluaties?”
- Contextual (concept): “Wat is eigen verantwoordelijkheid?”
Hoorcollege 2
MC vraag 1 antwoord A, dit past bij logisch positivisme
MC vraag 2 antwoord B(onder welke omstandigheden werkt iets?), a=generalative,
c=evaluative.
Onderzoeksplan
1. Onderzoeksdoel, probleemstelling en onderzoeksvraag
Onderzoeksdoel: Exploratief doel, maar ook theorie ontwikkeling.
Onderzoeksvraag: Welke factoren zorgen voor…
Richtlijnen onderzoeksvraag:
o Duidelijk begrijpelijk en ondubbelzinnig
o Gefocust maar niet eng boehoe
o Geschikt voor beantwoording dataverzameling
o Relevant en betekenisvol
o Gebaseerd op en/ of gerelateerd aan bestaande theorie
o Haalbaar met beschikbare middelen
o Interessant in de ogen van de onderzoeker
2. Populatie en steekproefplan
- Doel is generaliseren naar probleem
- Zorgen voor volledigheid of diversiteit
- Je bent op zoek naar symbolische representatie
- Steekproef moet accuraat en precies zijn
- Perspectieven als populaties
- Belangrijke eigenschappen kwalitatief steekproef:
o Gebruik van vooraf opgestelde data
o Steekproef relatief klein, verzadiging is criterium
o Aanvullen van steekproeven kan(moet soms)
- Steekproeftrekking methoden:
o Purposefull sampling, gebaseerd op criterium
Homogene steekproeven
Heterogene steekproeven
Extreme casus of ‘deviant case’
‘Typical case sampling’
‘Stratified purposive sampling’
‘Critical case sampling’
, Soms snowballing
o Convenience& opportuniste sampling
Gemakkelijke toegang convenience
Als de gebeurtenis zich toevallig voordoetopportunist
o Theoretical sampling
Meestal i.c.m. grounded theory
Verschillende stadia. Na 1 stap volgen
meer(groepen/methoden/interviews)
Tot theoretic iets
3. Data collectiemethode
- Bronnen van data: Naturally occuring data
o Participant observation
o Obersvation
o Documentary analyses
o Discourse analyses, alles over het gesproken woord
o Conversation analyses, alleen uit gesprekken
- Generated data
o Biographical methods
o Individal interviews
o Paired interviews
o Focus groups or group discussions
Tentamenvraag: C je kiest mensen uit die sterk op elkaar lijken. Geen A, dan zou je
de gemiddelde consument moeten interviewen, Geen B want er zijn geen bepaalde
subgroepen. Geen D er is geen sprake van toevalligheid.
- Mate van structuur in dataverzameling
o Gestructureerd: kwantitatief
o Semigestructureerd(diepte-interview): interviewleidraad
Controle consistentie
Doorvragen diepte
o Ongestructureerd: ‘vertel eens over….’
- Interview leidraad:
- Introductie
o Reden voor interview(introductie voor geinterviewde)
o Anonimiteit
o Opnamebeleid
o Korte beschrijving van onderwerp en sub onderwerp
o Gebruik van de verzamelde data
- Stages of discussion
o Introductie
o Easy, opening questions
o Core part of interview
o Slotvragen
- Afsluiting
o Wil de deelnemer zelf nog iets toevoegen
o Bedankje
o Anonimiteit benoemen
o Evt opsturen interview uitwerking
- Alle vragen zo specifiek mogelijk
- Moeten niet sturend zijn en wel open
- Geef aan wanneer er doorgevraagd moet worden