Administreren is het systematisch verzamelen van gegevens en feiten.
Boekhouden: het regelmatig en volgens vaste regels aantekenen van de omvang van de
bezittingen, schulden en het eigen vermogen van de onderneming.
De inventarislijst is een volledige lijst van alle bezittingen, waarbij ook meteen word
aangegeven hoe de bezittingen worden gefinancierd.
Noteer boven aan de inventarislijst van wie deze lijst is en wanneer hij wordt opgesteld.
Winkelinventaris: alle hulpmiddelen die we in de winkel vinden, maar niet bestemd voor de
verkoop.
Debiteuren: klanten die op rekening gekocht hebben. De klant heeft goederen gekocht die
ze later mogen betalen(Je krijgt het nog)
Crediteuren: leveranciers die op rekening geleverd hebben. De goederen zijn geleverd, maar
je moet ze nog betalen.(verschuldigd aan)
Zet altijd een dubbele streep onder het eindbedrag!!
O/G betekend opgenomen geld
U/G betekend uitgeleend geld
Je hebt ook een verkorte inventarislijst. Dit is overzichtelijker dan de uitgebreide versie,
maar heeft als nadeel dat er weinig gedetailleerde informatie beschikbaar is.
Bij een balans wordt aan de linkerzijde (debetzijde) genoteerd welke bezittingen een bedrijf
op een bepaald moment heeft(activa) en aan de
rechterzijde (de creditzijde) noteer je waarmee de
bezittingen gefinancierd zijn.(passiva)
De liquiditeitsbalans: Een balans waarbij de debetzijde
is onderverdeeld in vaste activa en vlottende activa, en
de creditzijde is onderverdeeld in eigen vermogen,
vreemd vermogen land en vreemd vermogen kort.
Vaste activa: dit zijn bedrijfsmiddelen die langer dan één jaar door de onderneming gebruikt
worden, zoals gebouwen en auto’s.
Vlottende activa: dit zijn bedrijfsmiddelen die voor een korte periode (maximaal één jaar)
In de onderneming blijven. Zoals voorraden, debiteuren en grondstoffen.
Eigen vermogen: vermogen door de eigenaren is ingebracht. Dit bedrag is altijd in het bedrijf
aanwezig
Vreemd vermogen lang: geleend geld waarover de onderneming langer dan één jaar kan
beschikken. Bij hypothecaire lening.
, Vreemd vermogen kort: geleend geld dat korter dan één jaar in een bedrijf blijft bijv.
crediteuren of schuld aan de belastingdienst.
Aan de hand van de liquiditeitsbalans kan een onderneming ook inzicht krijgen of de
onderneming financieel gezond is.
Een balans moet altijd in evenwicht zijn!
HOOFDSTUK 2
de balansberekeningen bestaan uit
• Bezittingen
• Schulden (vreemd vermogen lang
• Eigenvermogen
• Privé
Eigenvermogen heeft kosten en opbrengsten als hulprekeningen
De nettowinst: brutowinst-kosten=nettowinst
Boekingsregels:
Figuur 1: balans 1-1-2014 is een voorbeeld
, HOOFDSTUK 3
Debiteren= het noteren van geldbedragen of aantallen aan de debetzijde.
Crediteren= het noteren van geldbedragen of aantallen aan de creditzijde.
Muteren= het aanbrengen van veranderingen in bezittingen, schudden of eigen vermogen.
Bij een grootboekrekening moeten aan de debet zijde en aan de creditzijde het totaal gelijk
zijn aan de balanstotaal. (van het totale bedrag)
Afkortingen boekingsstukken:
K= kas
IF= inkoopfactuur
CF= verkoopfactuur
B= bankstuk
CIF= credit inkoopfactuur (niet doorgegaan)
CVF=credit verkoop factuur (verkoop is niet doorgegaan)
M= memo
Bijv.
Debiteur T. van vissen heet zijn rekening ad. €3.100 per ING bank aan de heer Pronk voldaan
op 10 januari 2016. (IB) (ING bank)
Rekening Bezit/schuld/eigen Toename/afname Debet Credit
vermogen (+/-)
ING B + €3.100
Debiteuren B - €3.100
Tabel 1. de debet zijde en credit zijde zijn gelijk.
Op 15 januari 2016 worden op rekening goederen gekocht bij de firma Hansen voor €3.000.
Rekening Bezit/schuld/eigen Toename/afname Debet Credit
vermogen (+/-)
Voorraad B + €3.000
goederen
Crediteuren S + €3.000
Tabel 2.crediteuren=je moet het nog betalen (schulden)
Brutowinst is het verschil tussen de rekeningen Opbrengst verkopen (omzet) en Inkoopprijs
verkopen (inkoopwaarde van de verkopen)