SAMENVATTING
ORGAANSYSTEMEN 3
Nieren
BMW20205 2019-2020
Marieke Roos
,2
Functionele anatomie
Functie nieren
- Regeling van extracellulaire vloeistofvolume en bloeddruk
- Regulering van osmolariteit
- Behoud van ionenbalans
- Homeostatische regulatie van pH
- Uitscheiding van afvalstoffen
- Productie van hormonen
Anatomie van de nieren
Urinewegen
- Nieren
- Urineleiders
- Blaas
- Urinebuis
De nieren
- Op de hoogte van de 11e en 12e ribben
- Achter het buikvlies → retroperitoneum
- Buitenste laag: Schors Gekronkelde structuren
- Binnenste laag: Merg Rechte structuren
Doorbloeding
- 20 – 45 % van het bloed gaat naar de nieren
Renale arteriën: Van aorta naar nieren
Afferente arteriole
Glomerulus
Efferente arteriole
Peritubair capillaire
Renale venen: Vasa recta → tegengestelde stroomrichting als urine
Venulen en venen
Nier ader
Van nieren naar Vena cava
Portaalsysteem: twee capillairen achter elkaar
Nefronen
Nefronen: Microscopische buizen
- 80% Corticale nefronen Liggen in het schors
- 20% Juxtamedullary Lopen het merg in
Enkele laag epitheelcellen
Microfili aan binnenkant
, 3
Opbouw nefronen:
- Kapsel van Bowman:
o Om de glomerulus heen
o Nierlichaampje: kapsel van Bowman en glomerulus samen
- Proximale tubules
- Lis van Henle
o Descending limb Dun
o Ascending limb Dun en dik
Juxtaglomerulair apparaat: Loopt tussen afferente en efferente
arteriole
- Distale tubules
- Verzamelbuis
o Meerdere distale tubules monden hierin uit
o Verzamelbuis mondt uit in nierbekken
Functie nieren
Filtratie: Vloeistof van het bloed naar nefronen, alleen in het nierlichaam
Excretie: Uitscheiding door urine
Reabsorptie: Absorptie vanuit urine terug het bloed in
Secretie: Selectief van bloed naar urine
ORGAANSYSTEMEN 3
Nieren
BMW20205 2019-2020
Marieke Roos
,2
Functionele anatomie
Functie nieren
- Regeling van extracellulaire vloeistofvolume en bloeddruk
- Regulering van osmolariteit
- Behoud van ionenbalans
- Homeostatische regulatie van pH
- Uitscheiding van afvalstoffen
- Productie van hormonen
Anatomie van de nieren
Urinewegen
- Nieren
- Urineleiders
- Blaas
- Urinebuis
De nieren
- Op de hoogte van de 11e en 12e ribben
- Achter het buikvlies → retroperitoneum
- Buitenste laag: Schors Gekronkelde structuren
- Binnenste laag: Merg Rechte structuren
Doorbloeding
- 20 – 45 % van het bloed gaat naar de nieren
Renale arteriën: Van aorta naar nieren
Afferente arteriole
Glomerulus
Efferente arteriole
Peritubair capillaire
Renale venen: Vasa recta → tegengestelde stroomrichting als urine
Venulen en venen
Nier ader
Van nieren naar Vena cava
Portaalsysteem: twee capillairen achter elkaar
Nefronen
Nefronen: Microscopische buizen
- 80% Corticale nefronen Liggen in het schors
- 20% Juxtamedullary Lopen het merg in
Enkele laag epitheelcellen
Microfili aan binnenkant
, 3
Opbouw nefronen:
- Kapsel van Bowman:
o Om de glomerulus heen
o Nierlichaampje: kapsel van Bowman en glomerulus samen
- Proximale tubules
- Lis van Henle
o Descending limb Dun
o Ascending limb Dun en dik
Juxtaglomerulair apparaat: Loopt tussen afferente en efferente
arteriole
- Distale tubules
- Verzamelbuis
o Meerdere distale tubules monden hierin uit
o Verzamelbuis mondt uit in nierbekken
Functie nieren
Filtratie: Vloeistof van het bloed naar nefronen, alleen in het nierlichaam
Excretie: Uitscheiding door urine
Reabsorptie: Absorptie vanuit urine terug het bloed in
Secretie: Selectief van bloed naar urine