Regels en wetten
Alle maatschappelijke normen of gedragsregels komen voor uit het geloof, tradities en gewoonten.
Rechtsnormen = gedragsregels die door de overheid wettelijk zijn vastgelegd.
Ontstaan van de rechtstaat
Rechtsstaat = burgers worden met grondrechten beschermd tegen machtsmisbruik door de
overheid.
De Franse Revolutie maakte in 1789 met veel geweld een einde aan de absolute monarchie:
regeringsvorm waarbij de koning alle macht heeft.
Tegenwoordig hebben de meeste landen een grondwet: staat in hoe het land geregeerd moet
worden en wat alle grondwetten zijn.
In 1917 kregen alle mannen kiesrecht, 1919 kregen vrouwen kiesrecht.
In 1983 werden sociale grondrechten in de grondwet opgenomen, daarmee werd Nederland een
sociale rechtstaat.
Rechten en plichten
In een rechtstaat gelden rechten (hetgeen waar je recht op hebt) en plichten (datgene wat je moet
doen).
Rechtsgebieden
Publiekrecht: verticale relatie (tussen burger en overheid)
• Staatsrecht: alle regels voor de inrichting van de Nederlandse staat.
(bijvoorbeeld: bevoegdheden ministers, rechten van een Tweede Kamerlid)
• Bestuursrecht: de verhouding tussen burger en overheid.
(bijvoorbeeld: ruimtelijke ordening, belastingrecht)
• Strafrecht: alle wettelijke strafbepalingen.
Privaatrecht / burgelijk recht: horizontale relatie (tussen burger en burger)
• Personen- en familierecht: het recht van het sluiten van huwelijk, echtscheiding, geboorte,
overlijden.
• Ondernemingsrecht: het recht om een onderneming te starten. (bijvoorbeeld: voorwaarden
waaronder je een vereniging of een bv op kan richten)
• Vermogensrecht: alle zaken die te maken hebben met iemands vermogen.
(bijvoorbeeld: sluiten van een koopovereenkomst, erfenis of een testament opstellen.
Sociale rechtsstaat = een rechtsstaat waarin er in de grondwet de sociale grondrechten van een
mens zijn opgenomen.
Publiekrecht = de inrichting van de staat en de relatie tussen burgers en overheid.
1
, De grondbeginselen
Het doel van de rechtsstaat:
Veiligheid, gelijkheid, vrijheid en Burgers beschermen tegen de macht van de overheid.
Deze 3 doelen zijn uitgewerkt in de volgende grondbeginselen:
• Machtenscheiding/trias politica
• Grondrechten zijn vastgelegd in de grondwet
• Legaliteitsbeginsel: de overheid is gebonden aan de wet
Machtenscheiding
Trias politica: scheiding van de machten
• Wetgevende macht (= regering + parlement): stelt wetten vast waar de burgers en de overheid
zich aan moeten houden.
• Uitvoerende macht (= regering): zorgt ervoor dat eenmaal goedgekeurde wetten precies worden
uitgevoerd.
• Rechterlijke macht (= rechters): beoordeeld of mensen, rechtspersonen of de overheid wetten
hebben overtreden en doet uitspraak in conflicten.
In Nederland zijn de machten niet volkomen gescheiden. De ministers zijn zowel betrokken bij de
wetgevende als uitvoerende macht: ze mogen wetsvoorstellen doen, maar ze moeten er ook voor
zorgen dat een aangenomen wet wordt uitgevoerd.
Het belangrijkst van de trias politica is dat de machten elkaar controleren en 'scherp houden'.
Checks and balances = Het evenwicht van het controleren van elkaar tussen de drie machten.
Onafhankelijke rechters
Het feit dat rechters neutraal en onafhankelijk zijn, zorgt voor bescherming.
De voordelen van onafhankelijke rechters: (zij worden voor het leven benoemd, dragen zwarte toga)
• Je kunt je recht halen als je je benadeeld voelt door andere burgers, bedrijven of instanties.
• Je wordt beschermd tegen ongeoorloofd overheidsoptreden.
• Het zorgt ervoor dat mensen geen eigen rechter gaan spelen.
Grondrechten en grondwet
Doel van de grondwet: het vastleggen van grondrechten,
Grondrechten:
• Klassieke grondrechten: rechten die de overheid ook echt moet garanderen. Als de overheid
een klassiek grondrecht van je schendt, kun je naar de rechter stappen en je gelijk halen.
• Sociale grondrechten: er geldt een zorgplicht voor de overheid. De overheid moet haar best
doen, maar je kunt niet naar de rechter stappen en de overheid iets eisen.
Rechtsregels worden regelmatig aangepast (homohuwelijk). Het aanpassen is niet eenvoudig. Als
2/3 van het parlement er mee eens is wordt een wet gewijzigd. Het EVRM Europees verdrag voor
de rechten van de Mensen en de Fundamentele Vrijheid heeft Nederland getekend.
Legaliteitsbeginsel
De overheid mag niet zomaar alles voorschrijven. Legaliteitsbeginsel = de overheid mag alleen
beperking opleggen aan de vrijheid van burgers als die regels voor iedereen gelden en door de
volksvertegenwoordiger in de wetten zijn vastgelegd.
Legaliteitsbeginsel zien we terug in een aantal belangrijke artikel in het Wetboek van Strafrecht:
• Strafbaarheid: iets is alleen strafbaar als het in de wet staat
• Strafmaat: in de wet staat bij ieder strafbaar feit de maximale straf
2