Zuivere rekeningen: het saldo van een grootboekrekening gaat aan het einde van de periode of naar
de balans of naar de winst en verliesrekening.
Gemengde rekeningen: als van een grootboekrekening aan het einde van een periode een gedeelte
van het saldo naar de winst en verliesrekening kan gaan en een gedeelte ervan naar de balans.
Kosten en opbrengsten leiden tot veranderingen van het eigen vermogen.
Ontvangsten en uitgaven leiden tot veranderingen van de voorraad liquide middelen.
Transitorische posten: als een aanbetaling in een andere periode plaatsvindt dan de periode waarin
deze bedragen als kosten moeten worden verantwoord.
Vooruitbetaalde bedragen:
Moment van de betaling -> vooruitbetaalde bedragen ….
Bank ….
De maandelijkse kostenboeking -> verzekeringskosten ….
Vooruitbetaalde bedragen ….
Nog te betalen bedragen:
De maandelijkse kostenboeking -> interestkosten ….
Nog te betalen bedragen ….
Moment van betaling -> nog te betalen bedragen ….
Bank ….
Vooruitontvangen bedragen:
Moment van ontvangst -> bank ….
Vooruitontvangen bedragen ….
De maandelijkse opbrengstenboeking -> vooruitontvangen bedragen ….
Huuropbrengsten ….
, Nog te ontvangen bedragen:
De maandelijkse opbrengstenboeking -> nog te ontvangen bedragen ….
Intrestopbrengsten ….
Moment van ontvangst -> bank ….
Nog te ontvangen bedragen ….
3 loonbegrippen:
1. Brutoloon -> loon voor de belasting.
2. Nettoloon -> het bedrag dat na de inhoudingen worden uitbetaald aan de werknemer.
3. Loonkosten -> bestaan uit het brutoloon, vermeerderd met het werkgeversaandeel in de
sociale verzekeringspremies.
Loonbelasting: de werkgever is verplicht om op het brutoloon van de werknemers loonbelasting in te
houden.
Sociale verzekeringen:
- Volksverzekeringen -> gelden voor alle ingezetenen in Nederland.
o De AOW (algemene ouderdomswet)
o De ANW (algemene nabestaandenwet)
o De AWZB (algemene wet bijzondere ziektekosten)
o De AKW (algemene kinderbijslagwet)
- Werknemersverzekeringen-> gelden uitsluitend voor personen die als werknemer in
loondienst zijn.
o De WW (werkloosheidswet)
o De WAO (wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering)
o De WIA (wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen)
o De ZW (ziektewet)
Loonheffingen: afdragen van de loonbelasting en de premies aan de fiscus.
Pensioenpremie: pensioenpremies worden ondergebracht bij pensioenfondsen.
Hoofdstuk 14 Duurzame productiemiddelen
Afschrijvingskosten: het inzetten van productiemiddelen zorgt voor slijtage en waardevermindering
van het duurzaam productiemiddel.
Interestkosten: dit zijn kosten die verband houden met het in het duurzaam productiemiddel
geïnvesteerd vermogen.