MB college
Week 1 (patiënten met risicofactoren voor respiratoire aandoeningen):
Anatomie van de long:
• De linker long bestaat uit 3 delen
• De rechter long bestaat uit 2 delen
• De linker long is kleiner dan de rechter long, zodat er meer ruimte is voor het
hart
Intrapulmonaire luchtwegen:
• Bovenste bronchiën bevatten kraakbeen ringen (soort hoefijzer, in de opening zit glad spierweefsel)
• Daarna bronchiolen (worden open gehouden door het bindweefsel in de long)
• Aan het einde alveolen (acenus enkelvoud)
, • De arteriële kant voert het zuurstofarme bloed aan
• De veneuze kant voert het zuurstofrijke bloed af
Omgekeerd als in de lichaamscirculatie!!!
Fysiologie van de long:
Er is een verdeling van 2 hoofdgedeeltes:
Luchttransport:
• Trachea
• Bronchi
• Bronchiolen
Gasuitwisseling:
• Alveoli
Ontsteking van de gasuitwisseling wordt “longontsteking” of “pneumonie” genoemd.
Facilitering van luchttransport:
• Ademhalingsspieren (Diafragma, intercostale spieren)
• Anatomie van de bronchi
• Speeksel membranen:
- Productie van IgA (Immuunglobuline A): bescherming tegen micro-organisme invasie
- Sensorische innervatie: kuchreflex
- Speeksel productie: transport van vuil
Longfunctietests:
Horizontaal: Volume
Verticaal: Flow in L/Minuut + Flow richting
Flow: Hoeveelheid lucht per seconde
Horizontaal: Tijd in seconds
Verticaal: Volume
,Flow en volume:
Mogelijke uitkomst voor flow-volume krommen
FEV1 en VC:
Uitkomst voor volume-tijd krommen
FEV1: het uitgeblazen volume tijdens de eerste seconde van de test
VC: vitale capaciteit (langzaam uitblazen)
Tiffeneau-index:
FEV1
VC
De parameter die COPD karakteriseert
• Normaal: 75-80%
• COPD: <70%
Terminologie:
Residuaal volume (RV): het volume (ongeveer 1200mL)
dat na een krachtige uitademing in de longen overblijft
Functioneel residuale capaciteit (FRC): hoeveelheid
lucht niet na een normale uitademing in de longen
overblijft (ERV + RV)
Expiratoir reservevolume (ERV): het extra volume lucht
(ongeveer 1000mL) wat na een normale uitademing
nog met kracht kan worden uitgeademd
Tidaal volume (Vt): het volume lucht (ongeveer 500mL) wat met elke ademteug wordt in- of uitgeademd
Inspiratoir reservevolume (IRV): het extra volume lucht (ongeveer 3000mL) wat naast het tidaal volume
nog kan worden ingeademd
Inspiratoire capaciteit (IC): het tidaal volume vermeerderd met het inspiratoire reservevolume (ongeveer
3500mL). Hoeveelheid lucht die na een normale inademing nog kan worden ingeademd.
Vitale capaciteit (VC): de maximale hoeveelheid lucht die uitgeademd kan worden na een maximale
inademing (ongeveer 4600mL). Het inspiratoir reservevolume, tidaal volume en het residuaal volume
samen.
, Normale spirometrie vs COPD:
FEV1 en VC: rasverschillen:
Aziaten: -10%
Negers: -15%
Blanken: 0%
Compliance/compliantie:
Compliantie is het tegenovergestelde van elasticiteit
Een slappe long heeft een grote compliantie
∆𝑉
Formule: 𝐶 = ∆𝑃
C = Compliantie
ΔV = Verandering in volume
ΔP = Veranderingen in druk
Als er een groot verandering in het volume is en de verandering in druk is klein, neemt de compliantie toe.
Compliantie in gezonde longen:
Intrapleurale druk: de intrapleurale ruimte zit tussen het borstvlies en het longvlies om de long heen en is
gevuld met een dun laagje vloeistof. Het longvlies en het borstvlies zitten door deze vloeistof aan elkaar
vastgeplakt. De druk in de longen wisselt tijdens het in- en uitademen, maar is altijd groter dan de druk in
de intrapleurale ruimte. Als de intrapleurale druk hoger is dan in de long, raakt de long los van de borstkas.
Intrapulmonale druk: de druk in de longen
Transpulmonale druk: het verschil in druk tussen alveolaire druk en pleurale druk.
Week 1 (patiënten met risicofactoren voor respiratoire aandoeningen):
Anatomie van de long:
• De linker long bestaat uit 3 delen
• De rechter long bestaat uit 2 delen
• De linker long is kleiner dan de rechter long, zodat er meer ruimte is voor het
hart
Intrapulmonaire luchtwegen:
• Bovenste bronchiën bevatten kraakbeen ringen (soort hoefijzer, in de opening zit glad spierweefsel)
• Daarna bronchiolen (worden open gehouden door het bindweefsel in de long)
• Aan het einde alveolen (acenus enkelvoud)
, • De arteriële kant voert het zuurstofarme bloed aan
• De veneuze kant voert het zuurstofrijke bloed af
Omgekeerd als in de lichaamscirculatie!!!
Fysiologie van de long:
Er is een verdeling van 2 hoofdgedeeltes:
Luchttransport:
• Trachea
• Bronchi
• Bronchiolen
Gasuitwisseling:
• Alveoli
Ontsteking van de gasuitwisseling wordt “longontsteking” of “pneumonie” genoemd.
Facilitering van luchttransport:
• Ademhalingsspieren (Diafragma, intercostale spieren)
• Anatomie van de bronchi
• Speeksel membranen:
- Productie van IgA (Immuunglobuline A): bescherming tegen micro-organisme invasie
- Sensorische innervatie: kuchreflex
- Speeksel productie: transport van vuil
Longfunctietests:
Horizontaal: Volume
Verticaal: Flow in L/Minuut + Flow richting
Flow: Hoeveelheid lucht per seconde
Horizontaal: Tijd in seconds
Verticaal: Volume
,Flow en volume:
Mogelijke uitkomst voor flow-volume krommen
FEV1 en VC:
Uitkomst voor volume-tijd krommen
FEV1: het uitgeblazen volume tijdens de eerste seconde van de test
VC: vitale capaciteit (langzaam uitblazen)
Tiffeneau-index:
FEV1
VC
De parameter die COPD karakteriseert
• Normaal: 75-80%
• COPD: <70%
Terminologie:
Residuaal volume (RV): het volume (ongeveer 1200mL)
dat na een krachtige uitademing in de longen overblijft
Functioneel residuale capaciteit (FRC): hoeveelheid
lucht niet na een normale uitademing in de longen
overblijft (ERV + RV)
Expiratoir reservevolume (ERV): het extra volume lucht
(ongeveer 1000mL) wat na een normale uitademing
nog met kracht kan worden uitgeademd
Tidaal volume (Vt): het volume lucht (ongeveer 500mL) wat met elke ademteug wordt in- of uitgeademd
Inspiratoir reservevolume (IRV): het extra volume lucht (ongeveer 3000mL) wat naast het tidaal volume
nog kan worden ingeademd
Inspiratoire capaciteit (IC): het tidaal volume vermeerderd met het inspiratoire reservevolume (ongeveer
3500mL). Hoeveelheid lucht die na een normale inademing nog kan worden ingeademd.
Vitale capaciteit (VC): de maximale hoeveelheid lucht die uitgeademd kan worden na een maximale
inademing (ongeveer 4600mL). Het inspiratoir reservevolume, tidaal volume en het residuaal volume
samen.
, Normale spirometrie vs COPD:
FEV1 en VC: rasverschillen:
Aziaten: -10%
Negers: -15%
Blanken: 0%
Compliance/compliantie:
Compliantie is het tegenovergestelde van elasticiteit
Een slappe long heeft een grote compliantie
∆𝑉
Formule: 𝐶 = ∆𝑃
C = Compliantie
ΔV = Verandering in volume
ΔP = Veranderingen in druk
Als er een groot verandering in het volume is en de verandering in druk is klein, neemt de compliantie toe.
Compliantie in gezonde longen:
Intrapleurale druk: de intrapleurale ruimte zit tussen het borstvlies en het longvlies om de long heen en is
gevuld met een dun laagje vloeistof. Het longvlies en het borstvlies zitten door deze vloeistof aan elkaar
vastgeplakt. De druk in de longen wisselt tijdens het in- en uitademen, maar is altijd groter dan de druk in
de intrapleurale ruimte. Als de intrapleurale druk hoger is dan in de long, raakt de long los van de borstkas.
Intrapulmonale druk: de druk in de longen
Transpulmonale druk: het verschil in druk tussen alveolaire druk en pleurale druk.