Elektriciteit
Gemaakt als toevoeging op methode “Overal natuurkunde”
,2.1 Lading en stroom
Atoom model tot 1911
Krentenbol model
𝑒− Een atoom bestaat uit:
• Elektronen 𝑒− →Deeltje met een negatieve ladin
𝑒 − 𝑝+ 𝑒− • Protonen 𝑝+ →Deeltje met een positieve lading
𝑝+ 𝑝+ 𝑝+
𝑒− 𝑝+ • Neutronen 𝑛0 →Deeltje zonder lading (ontdekt in
𝑒−
Lading elektron in Binas T7:
𝑒 elementair ladingsquantum 1,60
, Atoom model 1911-1913 Atoom model 1913-1927 Atoom model na 1
Rutherford model Bohr model Quantummechanis
atoommodel
𝑒−
𝑒− 𝑒−
𝑒−
𝑝+ 𝑝+
𝑒− 𝑝 + 𝑝 + 𝑝+ 𝑝 + 𝑝 + 𝑝+ 𝑒−
−
𝑝+ 𝑒
𝑒−
𝑝+
𝑒−
𝑒−
Elektronen zitten in
stationaire toestand
Elektronen zitten in Elektronen zitten in
kansverdeling ze
baan rondom de kern. verschillende banen
ergens te vinden.
rondom de kern.
Meer in H16 (VWO
Focus in dit hoofdstuk, werkt goed op
macroscopische schaal (met blote oog
waarneembare objecten)
, Bohr model
• Protonen hebben een lading +𝑒 en elektronen hebben een lad
𝑒−
𝑒− • Atomen/moleculen zijn elektrisch neutraal: de lading van de pro
𝑝+
en elektronen samen is gelijk aan 0.
𝑝 + 𝑝 + 𝑝+ 𝑒−
𝑒−
𝑝+ • Deeltjes kunnen redelijk moeilijk uit de kern worden verwijderd
we meer over in H5), maar elektronen kunnen er makkelijker b
𝑒−
vanaf.
• Sommige atomen/moleculen willen graag elektronen extra, and
willen graag elektronen af staan. Door het afstaan van een elek
wordt een atoom/molecuul positief geladen, door het opnemen
elektron wordt het atoom/molecuul negatief geladen. Een gelad
atoom/molecuul noemen we een ion.
• Lading geven we aan met 𝑄. 𝑄 = 𝑛𝑒 𝑒 voor 𝑛𝑒 elektronen met la