Energie en beweging
Gemaakt als toevoeging op methode “Overal Natuurkunde”
,6.1 Energie omzetten en overdragen
Terugblik H3: Arbeid
De energie die de kracht geeft/overdraagt aan het voorwerp waar de kracht op werkt.
𝑊 = 𝐹Ԧ ∙ 𝑠Ԧ = 𝐹 ⋅ 𝑠 ∙ cos(𝛼)
Met:
𝑊 de verrichte arbeid in newtonmeter (𝑁𝑚) 𝐹Ԧ en 𝑠Ԧ zijn vectoren, deze kunnen
𝐹Ԧ de kracht in newton (𝑁) negatief zijn, want de richting maa
𝑠Ԧ de verplaatsing in meter (𝑚) uit.
𝛼 de hoek tussen 𝐹Ԧ en 𝑠Ԧ
Bij 𝐹 ⋅ 𝑠 ⋅ cos(𝛼) zijn 𝐹 en 𝑠 positie
de richting zit namelijk in de hoek
, 2
10 seconden vraag
We verplaatsen een blokje (𝑚 = 1𝑘𝑔) van de grond (situatie 1)
één meter omhoog (situatie 2). Welke uitspraak is waar? 1
A. 𝑊𝑧 = 9,81𝐽 en 𝑊𝑠𝑝 = 9,81𝐽. B. 𝑊𝑧 = −9,81𝐽 en 𝑊𝑠𝑝 = 9,81𝐽
C. 𝑊𝑧 = 9,81𝐽 en 𝑊𝑠𝑝 = −9,81𝐽. D. 𝑊𝑧 = −9,81𝐽 en 𝑊𝑠𝑝 = −9,81𝐽
, Terugblik H3: de eerste 2 wetten van Newton
De eerste wet van Newton
Als er geen resulterende kracht op een voorwerp
werkt, dan:
- is het voorwerp in rust
of
- beweegt het voorwerp met een constante
snelheid
De tweede wet van Newton
𝐹𝑟𝑒𝑠 = 𝑚 ∙ 𝑎Ԧ
Met:
𝐹𝑟𝑒𝑠 de resulterende kracht in newton (𝑁)
𝑚 de massa van het te versnellen object in kilogram (𝑘𝑔)
𝑎Ԧ de versnelling van het voorwerp in meter per seconde kwadraat (𝑚/𝑠 2 )