Organisatie: Een doelgerichte samenwerking.
Organisaties kunnen geanalyseerd worden met:
- INK-model
- Businessmodel canvas
- 7s model
7s model:
- Strategy
- Systems
- Structure
- Shared values
- Skills
- Style
- Staff
Harde s’en- is moeilijker om iets aan te doen
Zachte s’en makkelijker om iets aan te doen, heeft meer met mensen te maken
Ontwikkelingen in de organisatieleer:
Industriële revolutie
Scientific management> Productgericht) Frederick Taylor(meten) + Henry Fayol
(management)
Human relations> Mensgericht
Revisionisme> combinatie van product en mensgericht.
Contigentiebenadering> situationeel leidinggeven
Human resource management: Organisaties moesten beschouwd worden als een
open systeem.
Andere belangrijke ontwikkelingen:
- Peter drucker kennisrevolutie.
- Henry Mintzberg basisconfiguraties.
- Micheal Porter (1980) vijfkrachtenmodel. Onderscheidt hij
naast directe concurrent ook potentiële toetreders, de
aanbieders van substituutaritkelen, de handel en de
leveranciers, tegen de
achtergrond van toetredings- en
uitredingsbelemmeringen.
,Mensen en middelen zijn de inputfactoren, deze worden omgezet in producten en diensten
(outputfactoren)
Rol van de managers:
- Beleidsvorming
- Structurering
- Uitvoering
, Hoofdstuk 2 - Strategy
Missie + visie = beleidsuitgangspunten
Missie: waarom bestaan we? Kernopdracht. Wat wil de organisatie naar buiten brengen.
Missie is afhankelijk van:
Werkterrein
Ambitie
Cultuur
Stakeholders
Visie: waarvoor staan we? Kernwaarden. Voorstelling van de toekomst van een organisatie.
Strategie: hoe doen we dit? Doelstellingen
Werkkaders hangt af van het doel strategie
Hoe maak je een Strategisch ondernemingsplan:
1. Situatieanalyse Wat zijn mijn huidige doelstellingen en welke strategie hanteer ik daarbij?
(uitgangspositie) denk aan: missie, segmenten (bvb onderwijs, overheid), marktpositie,
bereikte resultaten, marktvorm.
Je krijgt inzicht in de huidige situatie dmv SWOT- analyse:
Bepalen eigen positie kan met behulp van een BCG – Matrix:
, 2. Diagnose en prognose
De uitkomsten van onderzoeken worden vergeleken met de huidige doelstellingen strategie.
Sluit het aan? Niets doen, sluit het niet aan? Strategische kloof.
3. Strategievorming
Strategie te bepalen met behulp van:
o Concurrentiestrategieën van Porter
costleadership (zo goedkoop mogelijk bvb aldi)
Focus (specifieke doelgroep, een niche markt)
Differentiatie (je doet net iets anders dan de concurrenten).
o Groeistrategieën van Ansoff
Bestaande producten Nieuwe producten
Bestaande markt Marktpenetratie Productontwikkeling
Nieuwe markt Marktontwikkeling diversificatie
o Integratie en differentiatie strategie
Integratie: verticaal (ketenverkorting, leverancier bvb overnemen) en horizontaal
(concurrent overnemen)
Differentiatie: je verlengt de keten, dus je doet het transport bvb niet meer zelf.
o Strategie op basis van marktpositie
o Treacy & wiersema
Product leadership (innovatie en verbeteren van bestaande producten)
Customer intimacy (klantaandacht)
Operational excellence (operatie en uitvoering. Lage kosten, hoge efficiency,
zoekgedrag klant minimaliseren.)
o Kim & mauborgne
rode oceaan strategieën: confrontatie met bestaande concurrenten in een
bestaande markt
blauwe oceaan strategieën: nieuwe markten betreden waarop niets of
nauwelijks concurrenten aanwezig zijn. ( confrontatie vermijdende
strategieën)
4. Planfase, uitwerken, controleren en bijsturen strategische opties
o Ondernemingsstrategie uitwerken naar de verschillende functies.