De regels van het Awb vormen het algemeen bestuursrecht. De wetten die regels geven voor een
specifiek onderdeel van de bestuurstaak van de overheid, zijn bijzondere bestuurswetten.
De algemene regels van het bestuursrecht gelden ook voor sociale zekerheid.
De Nederlandse overheid treedt terug en legt de nadruk op participatie en eigen
verantwoordelijkheid.
Besluit: schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan die rechten en plichten schept tussen
bestuursorgaan en belanghebbende.
Beschikking: besluit van een bestuursorgaan gericht op een individuele persoon of een concrete zaak.
Legaliteitsbeginsel: de bevoegdheid van het bestuursorgaan moet zijn basis vinden in de wet.
Specialiteitsbeginsel: een bestuursorgaan mag zijn bevoegdheid alleen gebruiken voor het doel
waarvoor het deze bevoegdheid heeft gekregen.
H2, De beschikking
Kenmerken van beschikkingen in de sociale zekerheid:
1. De inhoud bestaat veel uit recht
2. De beschikking wordt gegeven op aanvraag
3. De beschikking is tamelijk gebonden
Een beschikking in de sociale zekerheid begint vaak met een aanvraag. Daarna moet het
bestuursorgaan de aanvraag in behandeling nemen. Ze kijken of het aanvraagformulier goed is
ingevuld, als er wat mist moeten ze dat laten weten aan de aanvrager. Binnen een bepaald gegeven
termijn moet het zijn veranderd en nemen ze het in behandeling. De wet geeft een beslistermijn
waarbinnen het uitvoeringsorgaan met zijn beschikking moet komen. Als het besluit is genomen
moet het bekend gemaakt worden aan de aanvrager door het toe te zenden.
Een beschikking bevat:
1. Gegevens aanvrager en bestuursorgaan
2. Aanleiding voor de beschikking
3. Feiten en wetsartikelen
4. Weging van feiten en wetsartikelen
5. Beslissing
6. Handtekening
7. Bezwaarblok
H3, Algemene beginselen van behoorlijk bestuur
Het fair-playbeginsel vraagt van het bestuursorgaan dat het de burger open en eerlijk behandelt. En
het bestuursorgaan ook niet onpartijdig mag zijn.
Het beginsel van zorgvuldige voorbereiding betekent onder andere dat het uitvoeringsorgaan
probeert om alle feiten boven tafel te krijgen die voor het beoordelen van de aanvraag van belang
zijn.
Motiveringsbeginsel: houdt in dat het uitvoeringsorgaan duidelijk moet maken hoe het tot zijn
beslissing is gekomen. Het is vooral van belang bij een negatief besluit.
Het gelijkheidsbeginsel verplicht de overheid haar burgers in gelijke gevallen te behandelen.
Rechtzekerheidsbeginsel: bestuursorganen die zorgvuldig om gaat met een opgebouwde
rechtspositie van burgers en daar niet zomaar willekeurig verandering in aan brengt.
Evenredigheidsbeginsel: redelijke verhouding tussen nadelige gevolgen van een besluit en het doel
daarvan.
H4, Nederlanders en vreemdelingen