DI NS D A G 3 OK T OB E R 20 23
Inhoud
Inleiding ....................................................................................................................................................................2
Wetenschappelijke kennis..................................................................................................................................2
De Onderzoek cyclus ..........................................................................................................................................2
Probleemstelling ......................................................................................................................................................3
De 4 soorten probleemstelling ...........................................................................................................................3
Het opstellen van een probleemstelling ..........................................................................................................3
De PICO-methode ...........................................................................................................................................3
Kwantitatief vs. Kwalitatief onderzoek .................................................................................................................4
Experimenteel onderzoek ......................................................................................................................................4
Vormen RTC-onderzoek......................................................................................................................................4
1. RTC inclusief Pre-Post analyse ................................................................................................................4
2. RTC placebo gecontroleerde vergelijking ...........................................................................................5
3. RTC cross-sectioneel 1 .............................................................................................................................5
4. RTC cross-sectioneel 2 .............................................................................................................................6
5. RTC Cluster Community Trial ...................................................................................................................6
Randomisatie .......................................................................................................................................................7
1. Eenvoudige randomisatie ......................................................................................................................7
2. Gestratificeerde randomisatie ...............................................................................................................7
3. Gewogen randomisatie..........................................................................................................................7
4. Blok randomisatie.....................................................................................................................................7
5. Balancing/minimalisatieschema ...........................................................................................................7
Vormen Quasi-experimenteel onderzoek ........................................................................................................8
1. Non-equivalent Groups Design:.............................................................................................................8
2. Switching Replications Design:...............................................................................................................8
Observatief onderzoek ...........................................................................................................................................8
Vormen observatief onderzoek .........................................................................................................................8
1. Case-Control Onderzoek ........................................................................................................................8
2. Cross-sectioneel Onderzoek...................................................................................................................9
3. Longitudinaal Trend Onderzoek ..........................................................................................................10
4. .Longitudinaal Panel/Cohort Onderzoek ...........................................................................................11
Conceptueel model .............................................................................................................................................12
,Inleiding
Wetenschap (science) = “elke vorm van onderzoek, ongeacht academische discipline, waarin
gebruik wordt gemaakt van wetenschappelijke methoden.” [Davey]
Science = “a system of acquiring knowledge based on the scientific method, as well as to the
organized body of knowledge gained through such research” [Wikipedia]
Wetenschappelijke kennis
Wetenschappelijke kennis is de kennis die vanuit wetenschappelijk onderzoek is verkregen.
• Fundamenteel, basaal, theoretisch onderzoek --> kennis van werkelijkheid vergroten door te
begrijpen hoe de wereld in elkaar zit
• Toegepast en praktijkgericht onderzoek --> wetenschappelijke kennis die bijdraagt aan het
oplossen van een maatschappelijk probleem
Vaak is een wetenschappelijk onderzoek een combinatie van beide
De Onderzoek cyclus
, Probleemstelling
De 4 soorten probleemstelling
1. Beschrijvend, 'Wat is'- vraag gericht op kenmerken van een verschijnsel, geen
inventariserend oorzaak, geen interpretatie
2. Verklarend 'Hoe komt het'- vraag gericht op oorzaken op verklarende factoren
3. Voorspellend 'Wat is bepalend tijdsafhankelijk oorzaak-gevolg relatie
voor'- vraag
(op termijn)
4. Ontwerpend of 'Wat is er aan te Interventie maatregel hoe het beter kan;
evaluatie doen'- vraag verandering
Het opstellen van een probleemstelling
Kenmerken van een goede probleemstelling:
• Domein: De probleemstelling moet duidelijk aangeven waar het onderzoek over gaat, inclusief
relevante details zoals de tijd, plaats en de specifieke populatie of patiëntengroep.
• Te meten variabelen of uitkomstmaten: Het moet helder zijn welke variabelen, metingen of
eigenschappen zullen worden geëvalueerd om het probleem aan te pakken.
• Zakelijk en concreet: De probleemstelling moet helder en concreet zijn, zonder
dubbelzinnigheid of vaagheid.
De PICO-methode
Voorbeeld van de PICO-methode voor het formuleren van een goede probleemstelling:
P (Patient group/Problem) Populatie: 35.000 ouderen
I (Intervention/index test) Experimentele interventie: Praktijkondersteuner met Bewegen,
dieet, hulp stoppen met roken + meting
van bloeddruk & cholesterol
C (Comparison) Controle-interventie of vergelijkingsgroep: Standaard verzorging door huisartsen
O (Outcome) Uitkomstmaten waarin we geïnteresseerd zijn: De kans op dementie
Met behulp van de PICO-methode wordt de probleemstelling hier specifiek gericht op het
onderzoeken van de effecten van een specifieke interventie (praktijkondersteuner met Bewegen,
dieet, hulp stoppen met roken + meting van bloeddruk & cholesterol) bij een specifieke populatie
(35.000 ouderen) in vergelijking met de standaard verzorging door huisartsen, met als primaire
uitkomstmaat de kans op dementie.
Dit zorgt voor een duidelijke en specifieke probleemstelling, wat belangrijk is bij het opzetten van
onderzoek in de context van Evidence-Based Medicine (EBM). Het helpt ook onderzoekers om gericht
te werken en de exacte opdracht centraal te stellen.