Er wordt een beetje gebruikt van de
colleges van gedragsbeïnvloeding van vorig
jaar. Zie BB voor de belangrijke colleges.
Het wordt niet zozeer in het tentamen
gestopt maar het is wel basiskennis.
Leerdoelen:
- je hebt kennis van de manier waarop verslavingszorg momenteel is
georganiseerd in Nederland
- je weet hoe je een zorgplan voor bijzondere zorggroepen moet
maken en je weet hoe je daarbij mantelzorger/begeleider zou
kunnen inschakelen
- je kan impact van ernstige langdurige verslaving (aan middelen globaal) voor de algemene
gezondheid en specifieker voor de mondgezondheid zoel geestelijk als lichamelijk beschrijven.
- je weet gebruik te blijven maken van verschillende manieren om een patiënt proberen te blijven
motiveren met het doel een zo goed mogelijke mondgezondheid.
Iemand is het (langst) gelukkigst als: autonomie, eigen sociaal netwerk, passend werk, dagbesteding.
Dan heb je kwaliteit van leven. Probeer dit vast te houden. Bron: G. Lohuis, Van bemoei- naar groeizorg, 2008,
Noordhoff Uitgevers
- Dakloze
- Dubbele diagnose
- Poetsles geven aan doelgroep
- Opvang dakloze organisatie niveaus
- kenmerken van gebruik (je hoeft het niet letterlijk te weten, maar je moet wel herkennen)
- Korsakov, Wernicke, LVB, zwangerschap
- Communicatie tips
- Zorgmijders en bemoeizorg
- Familie
Dakloze
= persoon die niet voldoende middelen bezit om zich onderdak te veroorloven. Iedereen kan namelijk
dakloos worden, maar niet iedereen beschikt over dezelfde middelen om dit op te lossen en om voor
eigen onderdak te zorgen. Het wonen biedt een kans op zeer belangrijke ankerpunten op persoonlijk,
rationeel en maatschappelijk vlak. Wonen is namelijk een voorwaarde om ergens een identiteit te
kunnen vestigen. Je hebt verschillende gradaties daarin:
- letterlijk dakloos (na een brand)
- tijdelijk thuisloos (bijvoorbeeld weggelopen jongeren, mishandelde vrouwen of mensen die uit een
scheiding komen); hierbij is een ontankering aanwezig met breuken in het bestaan. Sociale
verankering is bedreigd of gebroken, maar er zijn nog aanknooppunten voor herstel.
- chronische thuisloosheid (zoals langdurige zwervers en kartonslapers); er is hierbij afwezigheid van
ankerpunten. Netwerk van sociale relaties (waaraan een mens simpelweg behoefte heeft) is totaal of
zeer verregaand afwezig. Dit leidt tot opeenstapeling van problemen.
Dubbele diagnose
, = tegelijkertijd last hebben van een psychiatrische stoornis en een verslaving (misbruik en/of
afhankelijk van alcohol of drugs). Hierbij zijn allerlei combinaties tussen middelen en stoornissen
mogelijk. Bijvoorbeeld depressie gecombineerd
met alcoholverslaving. Beide stoornissen zijn sterk
met elkaar verbonden. Daarom is afzonderlijke
behandeling meestal niet doeltreffend. Je moet
structuur aan zo iemand bieden.
Ontstaan dubbele diagnose
Vroeger was de opvatting dat middelengebruik een
vorm van zelfmedicatie is. Men dacht dat gebruik
de stoornis te onderdrukte, maar men zag ook dat
gebruik de stoornis en de symptomen daarvan
verergerde of veroorzaakte. Recent is het sensitiviteitsmodel ontwikkeld: dit gaat ervan uit dat
psychiatrische cliënten door biologische factoren gevoeliger zijn voor psychoactieve middelen, dan
anderen. kleine hoeveelheden alcohol en drugs hebben negatieve gevolgen.
In de praktijk is het moeilijk om de relatie tussen de twee te ontwarren, dus je kunt de een niet de
oorzaak van de ander noemen. Daarom spreekt men van co-morbiditeit (wederzijdse beïnvloeding
door twee stoornissen) in plaats van oorzaak gevolg.
Gevolgen dubbele diagnose
- eerdere terugval in psychiatrische symptomen bij terugval
- meer opgenomen worden en minder therapietrouw zijn
- vaker dakloos/depressief/agressief/suïcidaal
- meer problemen (met familie)
- meer chronische, maatschappelijke moeilijkheden: werkeloosheid, langdurige conflicten in
privésfeer.
http://www.ledd.nl/
Organisatie chronische zorg
Eerst ga je naar de huisarts, dan ga je naar het
ziekenhuis. Dat is de eerste lijn. Dan word je naar de
tweede lijn gestuurd (chronische zorg, 24 uurs zorg)
wat de psycholoog is.
WLZ: zorgt
voor dagbesteding
AWBZ: chronische zorg en opnames
Komt later terug in het college.
Schizofrenie: constant wanen
Bipolair: ene keer depressief, andere keer ‘manie’ dat je ineens koopziek wordt en dat je alles aan
kunt.
PTSS: post traumatisch stress stoornis, bijvoorbeeld als je iets in de oorlog hebt meegemaakt.
Borderline: manipulatief en pakken je hele hand
Methadon is chemische heroïne wat minder pieken en dalen geeft, maar meer vlak blijft. De
verslaving blijft, alleen hoeven mensen daar niet meer voor te ‘strijden’. Dus dat wordt zo rustig
gehouden.