Leerstof: Hoofdstuk 44 Orale implantaten In Parodontologie, Eds., Beertsen, W., Quirynen, M., van
Steenberghe, D, & Van der Velden, U. 1st edition Bohn Stafleu Van Loghum, Houten
Leerdoelen:
- Je kunt een individueel nazorg protocol per patiënt opstellen op basis van diagnose en
risicofactoren.
- Je kunt een passend nazorg programma geven aan patiënten met implantaten.
- Je kunt het juiste instrumentarium kiezen bij de uitvoering van een nazorg behandeling bij patiënten
met implantaten.
- geschiedenis
- osseintegratie
- wat is een implantaat
- implantaat systemen
- aanbrengen
- suprastructuren
- onderhoud
Historie
- subperiostaal
- transossaal
- enossaal
Het begon ermee dat verloren gegane elementen werden vervangen.
Zelfs vroeger al.
De eerste implantaten zaten niet in het bot, maar die zaten onder het
slijmvlies (subperiostaal) (Dahl, 1943).
Transossaal (bosker, 1983): implantaten werden dwars door de
kaak heen geschroefd en op die implantaten die uitstaken werd
een prothese geklikt. Dit was een grote operatie, waar de kin zelfs
open moest, dus erg intensief.
Bladimplantaat zijn enossaal (Linkov, 1966. Die kun je
nog tegen komen): in de kaak wordt een gleuf
geboord en dit wordt met een hamer op het bot
getikt waarbij het bot eromheen/tussen de gleuven
door groeit. Toch blijkt dit niet zo goed te lukken als
bij de implantaten van tegenwoordig. Want er zit een
bindweefselkapsel tussen. Voornamelijk in de onderkaak.
Andere periode: 60/70e jaren komen nieuwe technieken. Meer kwaliteit!
, Vooral in Zwitserland en Scandinavie. De kwaliteit van het blad implantaat werd al beter.
Straumann heeft bijvoorbeeld een holle cylinder implantaat ontwikkeld.
Bränemark implantaat is de grote doorbraak. Hij deed onderzoek naar botbreuken. Hij liet bij
dierexperimenten een tentanium buis zakken in de lijn van een botbreuk en bekeek dit
microscopisch. Toen hij de buis er uit wilde halen, kreeg hij de buis er niet meer uit. Hij heeft
ontdekt dat titanium een eigenschap heeft om vast te hechten aan het bot (niet geheel
vastgroeien, maar wel een hermetische binding maken). Osseointegratie: als je een
implantaat in het bot zet, wordt dit een nauwe verbinding (omdat het bot er zo nauw
tegenaan groeit) tussen implantaat en bot. Dit heeft hij ontdekt.
Hij heeft de schroefvorm bedacht en de gladde oppervlak zodat het implantaat er goed in
komt/er tegenaan groeit. Daarbij heeft hij bedacht dat je hoe je er prothetische
voorzieningen op kunt zetten (zoals een element). De overkappingsprothese. Je had maar
twee soorten implantaten: langer en korter.
Andere ontwikkeling: keramische implantaten. Wordt nu niet meer gebruikt. Geprobeerd om
in extractie alveolen keramische implantaten te zetten zodat het bot intakt bleef, dit lukte
niet! Ook van aluminium oxide werden implantaten geprobeerd te maken.
ACTA heeft twee grondleggers van de protheses. Zij maakten een soort van constructie
(prothese op 5 implantaten) waarbij mensen die geen protheses konden dragen dit toch
konden doen (wel alleen nog in de onderkaak, in de bovenkaak kon dit echt nog niet). Lelijk
maar functioneel.
Periode erna (1980 tot 2008): heel veel ontwikkeling in één keer: vereenvoudigen,
botopbouw, en 2008 tot nu krijg je digitalisering.
Succes criteria voor implantaten (1986):
- immobiel, dus vast blijven zitten
- op röntgenfoto geen zwarting (botverlies)
- verticaal botverlies minder dan 0,2 mm per jaar
geen pijn, geen infectie
- geen zenuw probleem (paresthesia)
- minimaal succes van 85% in 5 jaar en 50% naar 10 jaar
Nu klopt dit niet meer!! Het succes percentage is nu meer dan 95%.
Succes criteria 2017:
Implantologie echt veel ontwikkeld. Je kunt ze niet meer zien, tevreden patiënten. Nog steeds
verbetering.
Osseointegratie
Bränemark heeft dit begrip in het leven gebracht in 1969.
Hij ontwikkelde gladde titanium implantaten. Plaatje: zwart en geel, zwart is implantaat en geel is bot.
De windingen van de schroef zorgen voor een groter botoppervlak en
geven een betere houvast.
Mechanisme van osseointegratie: microscopische spleet wordt opgevuld
met bot. Tussen implantaat en bot krijg je ‘wondgenezing’. Als
implantaat goed strak is geplaatst: ontstaan bloedprop uit
fibrinedraden, deze prop gaat reorganiseren, je krijgt matrix met cellen
en draden van fibrine, daarna komen osteoblasten die bot aan gaan
maken. De spleet wordt langzaam opgevuld met bot. Dit is heel goed.