H7 (89-101,104-109), 7.3 & 7.4: 7.7 níét H13-> 13.2.1 &13.6 níét, H14 (293-301,306-318),
14.2.3 t/m 14.2.7 níét.
- Verbranding in lichaam: Zuurstof (O2) nodig -> produceert koolstofdioxide (CO2)
- Toevoer van zuurstof en afvoer van koolstofdioxide -> geregeld door circulatie en
ademhalingsorganen
- Volledige verbranding -> levert veel energie op -> nodig om lichaamstemperatuur te
handhaven en (spier-) arbeid te verrichten
- Zonder zuurstof -> Glucose kan worden omgezet in melkzuur -> levert weinig energie
Functies respiratoire systeem:
1. Verzadigen van bloed met zuurstof (satureren met O2)
2. Verwijderen van koolstofdioxide uit het bloed (afblazen CO2)
3. Maken van geluiden bij spreken of zingen
- O2 bereikt door ademhalingsbewegingen via de luchtwegen de alveoli (longblaasjes)
- Vanuit alveoli diffundeert O2 naar het bloed via haarvaten rondom de longblaasjes
- Daar wordt O2 gebonden aan hemoglobine -> getransporteerd naar weefsels ->
verbranding vindt plaats in de weefsels -> CO2 komt vrij -> CO2 afgegeven aan het
bloed en gaat naar de longen -> CO2 diffundeert dan naar de alveoli -> uitgeademd via
de luchtwegen
Ademhaling:
- Ademprikkel
- Ademarbeid
- Luchtwegen
- Longdiffusie
- Longperfusie
Ademprikkel:
- Ademcentrum in de hersenstam -> reguleert de ademhaling automatisch
- In de hersenen, aortaboog en de halsslagader wordt voortdurend CO2 spanning en de
PH van het bloed gemeten.
- Bij een heel kleine stijging van de CO2 spanning of een geringe daling van de PH
(acidose) reageert het ademcentrum al met een ademprikkel
- Acidose = als PH lager is dan 7,35
- Alkalose = als PH hoger is dan 7,45
- Rustig uitademing = stoppen met inademen
- Opdrachten van het ademcentrum bereiken de ademhalingsspieren via de nervus
frenicus en nervi intercostales
- Nervus frenicus -> laat middenrif samentrekken
- Nervi intercostales -> sturen activiteiten van de tussenribspieren
,Ademarbeid:
- Bij inspiratie -> actief lucht aangezogen door afplatten van het diafragma en het
heffen van de ribben -> de thorax wordt zo naar beneden, naar voren en opzij
vergroot
- Inspiratie komt actief tot stand door aanspanning van de middenrifspieren en de
musculi intercostales externi (tussenribspieren)
- Een rustige expiratie is passief door elasticiteit van de longen en zakken van ribben
door de zwaartekracht
- Inademen kost energie, uitademen gaat vanzelf
- Hulpademhalingsspieren bij ademnood: spieren in de nek, schouders of buik
- De thoraxwand is vanbinnen bekleed met pleura pariëtalis (borstvlies)
- De long is bedekt met pleura visceralis (longvlies)
- Daartussen bevindt zich een soort vacuüm en een dun laagje slijm -> pleura pariëtalis
en pleura visceralis blijven daardoor tegen elkaar aangeplakt maar kunnen wel
verschuiven t.o.v. elkaar
- Als thoraxwand naar buitengaat bij inspiratie -> long meegetrokken -> inhoud long
neemt toe
Luchtwegen:
- Functie: lucht vanuit omgeving naar alveoli aanvoeren en gasmengsel daaruit
afvoeren
- Luchtwegen nodig om te spreken
- Wanden luchtwegen bedekt met slijm -> vasthouden van stofjes en ziekteverwekkers
- Trilharen zorgen ervoor dat slijm wordt afgevoerd richting de pharynx (keel) -> dit
wordt doorgeslikt of opgehoest -> zo komen micro-organismen terecht in maagzuur
of omgeving
Hoge/bovenste luchtwegen:
- Mond/neus
- Pharynx (keel)
- Larynx (strottenhoofd)
, Functies bovenste luchtwegen: (vooral neus)
- Verwarmen van de lucht
- Bevochtigen van de lucht
- Reinigen
- Waarschuwen voor gevaar
- Pharynx -> verbinding van neus en mond naar larynx en slokdarm -> dus Pharynx
onderdeel van respiratoire stelsel en spijsverteringsstelsel
- Bij slikken wordt neusholte afgedekt met de uvula en de larynx afgesloten met de
epiglottis
- Epiglottis voorkomt verslikken -> het sluit de luchtweg af zodat voedsel in de
slokdarm komt
- Bij tegelijk eten en lachen, maar ook bij slikstoornissen kan dit mis gaan -> voedsel in
de luchtwegen -> levert hoestbui op
- Aan voorzijde is larynx (die de stembanden bevat) duidelijk voelbaar, vooral bij
mannen
Lage/onderste luchtwegen:
- Trachea (luchtpijp)
- Bronchi (luchtpijptakken)
- Bronchioli (luchtpijptakjes)
Trachea:
- Stevige, flexibele buis, omgeven door hoefijzervormige kraakbeenringen (houden
luchtpijp open)
- Aan de achterkant zijn de kraakbeenringen open -> oesophagus (slokdarm) kan zo
makkelijk uitzetten bij het passeren van grote voedselbrokken
- Na +/- 11 cm splitst de trachea zich in een rechter en linker hoofdbronchus
Hoofdbronchus:
- Rechter hoofdbronchus heeft grotere diameter dan de linker
- Rechter hoofdbronchus loopt steiler naar beneden dan de linker
- Na verslikken komt voedsel daarom vaker in de rechterlong dan in de linkerlong
terecht
- Hebben kraakbeenringen om ze open te houden
- Vertakken vele malen in de long (ruim 20 generaties splitsingen)
- De dunste bronchi gaan over in bronchioli
Bronchioli: