Bedrijfseconomie lesbrief Investeren vwo 6
Hoofdstuk 1 Investeringsselectie
Paragraaf 1 Cashflow
Afschrijvingskost is geen uitgave
Negatieve kasstroom als de liquide middelen afnemen doordat een ondernemer
investeert
Cashflow de investering levert in de toekomst tot een positieve
kasstroom
1. = gelijk aan de som van de nettowinst en de
afschrijvingen
Positieve kasstroom het saldo van het geld dat binnenstroomt door de verkoop
van de met de investering gemaakte producten en het
geld dat wegvloeit als gevolg van uitgaven aan arbeid,
grondstoffen, etc.
Verkoopprijs nettowinst en afschrijvingen hebben allebei invloed op de
verkoopprijs van de producten
Paragraaf 2 De terugverdienperiode
Terugverdienperiode de periode waarin de investering (negatieve kasstroom)
zichzelf terugverdient via de positieve kasstromen die
voortvloeien uit de toekomstige opbrengsten die de
investering voortbrengt.
2. Bij de aanschaf kijkt de ondernemer naar een
investering met de kortste terugverdienperiode
Nadelen bij een investering als je kijkt naar de terugverdienperiode:
1. Er wordt niet gekeken naar de interestkosten
2. Niet naar de verdeling van de positieve kasstromen
over de verschillende perioden
3. De positieve cashflows worden ná de
terugverdienperiode verwaarloosd
Deze risico’s kunnen kleiner gemaakt worden door:
1. Het instellen van een maximale terugverdientijd
2. Door de kasstromen laag in te schatten
3. Door de looptijd van de kasstromen niet te lang te
maken
Paragraaf 3 De netto contante waarde
Netto contante waarde methode:
1. Bereken de contante waarde van alle toekomstige
positieve kasstromen
2. Dit verminder je met het bedrag van de
investeringsuitgave
3. Wat over blijft is de netto contante waarde van de
investering
Hoofdstuk 1 Investeringsselectie
Paragraaf 1 Cashflow
Afschrijvingskost is geen uitgave
Negatieve kasstroom als de liquide middelen afnemen doordat een ondernemer
investeert
Cashflow de investering levert in de toekomst tot een positieve
kasstroom
1. = gelijk aan de som van de nettowinst en de
afschrijvingen
Positieve kasstroom het saldo van het geld dat binnenstroomt door de verkoop
van de met de investering gemaakte producten en het
geld dat wegvloeit als gevolg van uitgaven aan arbeid,
grondstoffen, etc.
Verkoopprijs nettowinst en afschrijvingen hebben allebei invloed op de
verkoopprijs van de producten
Paragraaf 2 De terugverdienperiode
Terugverdienperiode de periode waarin de investering (negatieve kasstroom)
zichzelf terugverdient via de positieve kasstromen die
voortvloeien uit de toekomstige opbrengsten die de
investering voortbrengt.
2. Bij de aanschaf kijkt de ondernemer naar een
investering met de kortste terugverdienperiode
Nadelen bij een investering als je kijkt naar de terugverdienperiode:
1. Er wordt niet gekeken naar de interestkosten
2. Niet naar de verdeling van de positieve kasstromen
over de verschillende perioden
3. De positieve cashflows worden ná de
terugverdienperiode verwaarloosd
Deze risico’s kunnen kleiner gemaakt worden door:
1. Het instellen van een maximale terugverdientijd
2. Door de kasstromen laag in te schatten
3. Door de looptijd van de kasstromen niet te lang te
maken
Paragraaf 3 De netto contante waarde
Netto contante waarde methode:
1. Bereken de contante waarde van alle toekomstige
positieve kasstromen
2. Dit verminder je met het bedrag van de
investeringsuitgave
3. Wat over blijft is de netto contante waarde van de
investering