Paragraaf 1 – Eigenschappen van metalen
Metalen hebben veel kermerkende eigenschappen:
- Hoog smeltpunt
- Metaalglans
- Goede geleidbaarheid voor warmte en elektriciteit
- Goede vervormbaarheid
Toepassing van metalen:
- Sieraden: glanzen mooi en reageren niet met zuurstof uit de lucht
- Constructiemateriaal in de bouw, lucht- en scheepvaart: goede mechanische
eigenschappen, buigzaam en sterk
- Katalysatoren
Metalen bestaan uit positieve metaalionen en negatieve elektronen. De metaalionen liggen
geordend in een metaalrooster. Hierom heen hangen negatieve elektronen. Deze vrije
elektronen horen niet tot een metaalatoom. De aantrekkingskracht tussen deze positieve
metaalionen en negatieve elektronen heet de metaalbinding. De lading en de grootte van de
positieve metaalionen hebben invloed op de sterkte van het metaal.
De metaalbinding is een sterke binding. Hierdoor hebben metalen een hoog
smeltpunt.
De metaalglans ontstaat doordat de vrije elektronen energie uit licht opnemen. Ze
staan deze energie ook weer af, waarbij licht wordt uitgestraald.
Bij stroomgeleiding bewegen de vrije elektronen naar de negatieve elektrode.
Als je een metaal verwarmd, gaan de elektronen sneller bewegen. Ze botsen zo met
andere elektronen en staan zo energie af. Die andere elektronen gaan ook weer
bewegen waardoor het metaal al snel warm wordt.
Vervormbaarheid kan doordat de
vrije elektronen niet bij één
positief metaalion horen. De
metaalionen verschuiven in de
lagen langs elkaar.
Roosterfouten = soms ontbreken er
metaalatomen in het rooster of zitten er andere metaalionen in het rooster. Het metaal kan
harder worden, waardoor het moeilijker te vervormen is.
Het metaal bestaat uit kleine kristalgebiedjes, hierin zijn de
metaalatomen regelmatig geordend. In korrels zijn ze onregelmatig
van elkaar geordend. Tussen de korrels zitten korrelgrenzen.
Hierdoor kunnen de metalen van de verschillende korrels niet meer
langs elkaar schuiven. Hierdoor wordt het metaal sterker en minder
buigzaam.