Vraag 1: Tolerantie
Volgens Charles Parker (weekartikel „Paying for the Privilege. The Management of Public
Order and Religious Pluralism in Two Early Modern Societies‟) berustten vroegmoderne
vormen van religieuze tolerantie in zowel het Ottomaanse Rijk als de Nederlandse Republiek
op een scheiding tussen geloofspraktijken in de privésfeer enerzijds en de publieke ruimte
anderzijds.
a). Hoe zag deze scheiding tussen privé en publiek er in de praktijk uit voor het
Ottomaanse Rijk en de Nederlandse Republiek? Wat waren in dit opzicht de
belangrijkste verschillen en overeenkomsten tussen het Ottomaanse Rijk en de
Nederlandse Republiek?
b). Tegen welke gangbare visie op de geschiedenis van tolerantie verzet Parker zich met
dit artikel? Hoe gebruikt hij het Ottomaanse Rijk en de Nederlandse Republiek om
deze visie te bekritiseren?
c). Tolerantie speelt een opvallende rol in het handboek van Tignor. Bespreek wat het
handboek te melden heeft over tolerantie, of het gebrek daaraan, in het Ottomaanse
Rijk, het Safawidenrijk en het Mogolrijk. Komt Tignors interpretatie het meest in de
buurt van de visie van Parker of juist van de door Parker afgewezen „gangbare visie‟?
Verklaar je antwoord.
Vraag 2: ‘Alternative visions of the nineteenth century’
Hoofdstuk 16 is misschien wel het meest omstreden hoofdstuk van het handboek van Tignor.
a). Leg uit waarom dit hoofdstuk anders gestructureerd is dan alle voorgaande
hoofdstukken. Hoe kun je dit verschil verklaren? Met andere woorden: waarom heeft
Tignor in dit hoofdstuk voor een andere structuur gekozen?
b). Volgens het handboek hebben de „alternatieve bewegingen‟ in de loop van de 19e
eeuw vier kenmerken gemeen. Welke kenmerken zijn dat? Laat zien aan de hand van
drie praktijkvoorbeelden in dit hoofdstuk dat niet in alle gevallen sprake is van een
combinatie van alle vier de kenmerken. Leg uit waarom dat ook niet te verwachten
was.
Vraag 3: Wereldgeschiedenis volgens McNeill