Opkomst van handel en ambacht en herleving van de
landbouwsamenleving
Na 1000 kreeg West-Europa landbouwstedelijke samenleving
Dordrecht
● Dordrecht = oudste stad van Nederland
↳ rond 1200 ontstaan bij monding van grote rivieren → profiteren van handel tussen
Engeland en Duitse Rijk
● 19 november 1421 = Dordrecht werd getroffen door overstromingsramp
● Nieuwe steden = Leiden & Delft
De middeleeuwse stad
● NL kreeg laat steden
● In andere delen van West-Europa ontstonden al rond 1000 weer steden.
● Na 500 jaar kreeg West-Europa weer landbouwstedelijke samenleving
● Steden bleven klein
● Nieuwe en al bestaande steden bij riviermondingen → vervoer over water
○ Steden hadden geen rechte straten
○ Dicht opeengepakte houten huizen
○ Geen tempels, theaters en badhuizen
○ Wel kerken, stadsmuren, stadswallen en stadspoorten
Boeren, handelaren en ambachtslui
● Einde van invasies van agressieve volkeren (vikingen) rond 1000
○ Geen plunderingen van dorpen
■ Dorpen kregen de kans om te groeien
● Meer mensen in de dorpen
○ tussen 1000 en 1300 verdubbelde EU bevolking
● Woeste natuur werd terug gedrongen door landbouw
○ bossen werden gekapt, moerassen drooggelegd
○ moerassen werden vruchtbare polders
○ dijken gebouwd en sloten gegraven
● Landbouwmethoden werden verbeterd
○ drieslagstelsel = akkerbouw waarbij telkens een derde van het land braak
ligt, een derde is bezaaid met wintergraan e
n een derde met zomergraan
○ boeren gingen meer produceren dan nodig
■ overschotten werden verkocht aan handelaren op markten (= plaats
waar producten en diensten worden verhandeld, ontstaan bij rivieren)
, ● Mensen gingen zich specialiseren in ambachten (= beroep waarbij met geschoold
handwerk een product wordt gemaakt)
○ timmerlieden, mandenmakers, smeden, bakkers, slagers
● Zo groeiden nederzettingen uit tot steden
Een geldeconomie
● Ambachtslieden en arbeiders verkopen normale en luxe koopwaar
○ werd over grote afstand verhandeld
■ in Gent werd kleding gemaakt
● Meest verstedelijkte regio’s = Noord-Italië en Vlaanderen
○ steden daartussen (Neurenberg en Keulen) was toenemende handel
● Verkoop van specerijen (=plantaardige geur- en smaakstoffen) langs Middellandse
kust
● Steden in Noord-Duitsland, Oost-Nederland en andere delen van Noord-Europa
deden mee aan in internationale handel
○ veel van deze steden waren aangesloten bij de Duitse Hanze (= organisatie
van handelssteden die bij elkaar handelskantoren hadden en gezamenlijk
optraden om hun belangen te behartigen)
● Door oplevende handel ontstond geldeconomie
○ nieuw betaalmethode:
■ Wisselbrief (= brief waarmee handelaren geld konden opnemen bij
een bank)
■ Giro (= betalingssysteem waarbij geld van de ene op een andere
bankrekening wordt overgemaakt
, 4.2 De stedelijke burgerij
Opkomst van de stedelijke burgerij en toenemende zelfstandigheid
van steden
Burgers bestuurden zichzelf
Door vrijheid en rijkdom hadden steden grote aantrekkingskracht op mensen van platteland
De ongezonde stad
● Steden waren niet hygienisch
○ mensen woonden dicht op elkaar
○ geen riolering of waterleiding
○ vuil werd niet opgehaald
■ gingen meer mensen dood dan dat er geboren werden
Stadsrechten
● Steden hadden zich ontworstelt van adel
● Graaf, hertog of koning had mensen stadsrechten (= privileges van een stad)
gegeven
○ eigen bestuur, eigen wetten, recht om tol te heffen
■ voor deze privileges b etaalden steden belasting
● adel hield invloed via baljuw (= door een edelman aangestelde
rechter en bestuurder in een stad of op het platteland
● Gevolg:
○ burgerij werd machtiger
○ adel werd minder machtig
○ boeren kregen meer vrijheid
○ horigheid verdween
○ herendiensten werden omgezet in geld betalingen
Burgers en gilden
● Burgers hadden burgerrechten
○ wie 1 jaar en 1 dag in stad woonde kon rechten kopen
■ arbeiders kochten dat niet → waren minder aan 1 plek gehecht
■ geestelijken kochten dat niet → zij vielen onder kerkelijk recht
● Burgers...
○ werden beschermd door het stadsrecht
○ mochten zich verdedigen voor stedelijke rechtbank
○ konden lid worden van gewapende schutterij ( = gewapende burgerwacht die
zorgde voor de veiligheid in de stad)
○ konden lid worden van een gilde (= stedelijke organisatie van zelfstandige
beoefenaars van een bepaald ambacht