1. De student benoemt het proces van gezamenlijke besluitvorming.
Shared decision-making ondersteunt de cliëntenparticipatie en zelfmanagement. Ook
geeft shared decision-making vorm aan stap 4 van Evidence Based Practise waarin de
hulpverlener zijn gevonden resultaten aan de patiënt geeft.
De cliënt die wordt geconfronteerd met een gezondheidsprobleem vragen zichzelf
vaak af:
- Wat is er met me aan de hand?
- Hoe kom ik eraan?
- Hoe lang gaat het duren?
- Welke consequenties heeft het voor mij en mijn functioneren? Belangrijk voor de
fysio
- In hoeverre kan ik het probleem oplossen, hoe en met wie? Belangrijk voor de
fysio
Vaak lukt het cliënten zelf om tot een oplossing te komen van hun
gezondheidsprobleem. Wanneer dit niet lukt, wordt vaak de hulpverlener om hulp
gevraagd, zij helpen dan de patiënt bij het beantwoorden van deze vragen.
SDM omvat het proces van besluitvorming dat de hulpverlener en de cliënt samen
doormaken in de diagnostische fase, maar ook in de therapeutische fase, wanneer
blijkt dat het behandelplan moet worden bijgesteld. Kort gezegd: het in partnerschap
met de cliënt komen tot een geïnformeerd en gewogen besluit op basis van de
waarden, ideeën en gevoelens van de cliënt en de kennis van de therapeut.
Kenmerken van SDM:
- Uitwisseling van informatie tussen de hulpverlener en cliënt is wederkerig (van
beide kanten)
- De uitwisseling tussen cliënt en hulpverlener bevat zowel medische als
persoonlijke informatie
- De hulpverlener en de cliënt overleggen samen over alle medische en
persoonlijke aspecten die relevant zijn voor de besluitvorming
- De hulpverlener en de cliënt nemen uiteindelijk gezamenlijk het besluit over het
behandelplan
De therapeut en cliënt gaan beide klinisch redeneren, terwijl bij de cliënt de kennis
mist om juist te redeneren. Daarom is het belangrijk dat er bij SDM een duidelijke
analyse wordt gedeeld met de patiënt en vervolgens mogelijke oplossingen aan de
cliënt worden voorgelegd. Deze oplossingen zijn gebaseerd op EBP en eigen kennis.
De voor- en nadelen worden verteld en de hulpverlener coacht de cliënt bij het
nemen van de uiteindelijke beslissing.
De stappen van het Sharing decision-making:
1. Definieer het probleem en leg dit uit
2. Leg behandelopties en bewijs voor, inclusief onduidelijkheden en onzekerheden
3. Geef aanbevelingen en bespreek voor- en nadelen, risico’s, kosten en
inspanningen
, 4. Controleer of de cliënt het begrijpt
5. Kom tot besluitvorming
De attitude van de hulpverlener bij SDM is doorslaggevend. De volgende attitudes
passen bij shared desicion-making:
- Ieder mens is gelijkwaardig en kan keuzes maken
- De cliënt vraagt de hulpverlener om raad, omdat hij/ zij de kennis van de
hulpverlener nodig heeft om eigen keuzes te maken
- In het besluitvormingsproces dat de cliënt doormaakt zijn naast lichamelijke
aspecten, ook persoonlijke van belang
- De hulpverlener kan de cliënt helpen zich bewust te worden van vragen
- De hulpverlener kan de cliënt helpen zijn keuze te maken door deze te coachen in
het besluitvormingsproces.
Wanneer de samenwerking niet lukt door verschillende mogelijke barrières, kan er
gekozen worden om de patiënt door te sturen naar een andere therapeut/ praktijk.
2. De student benoemt de algehele (therapeutische en medische) mogelijkheden, dus
wat kunnen we.
Therapeutisch: zie leerdoel 3 trainingen
Er wordt bij de algehele behandeling ook gekeken naar luchtwegverwijdende
medicijnen, ontstekingsremmers en af en toe ook mucolytica of antioxidantia.
Bronchodilatatoren
Deze medicijnen werken in op de luchtwegtonus en veroorzaken een relaxatie van de
gladde spier in de luchtweg, ofwel, luchtwegverwijdend. De belangrijkste klassen van
bronchodilatatoren:
- 2-sympathicomimetica, anticholinergica en methylxantinen
De behandeling wordt bij veurkeur per inhalatie gegeven, die voor de eerste twee
klassen beschikbaar is. Inhalatietoestellen zijn: metered-dose inhalers (met of zonder
voorzetkamer), poederinhalatoren, turboinhaler, diskhalers en vernevelaars.
Men onderscheid bij 2-sympathicomimetica kortwerkende preparaten die vrijwel
directe bronchodilatatie veroorzaken, met een piekwerking na 15-30 minuten en een
werkingsduur van 4-6 uur. Langwerkende preparaten hebben een trage start, maar
een werkingsduur van ongeveer 12 uur.
Ontstekingsremmers
Er wordt gebruik gemaakt van ontstekingsremmende medicatie, omdat er bij COPD
een duidelijke inflammatie in de luchtwegen aanwezig is. De voor de hand liggende
medicijnen voor een dergelijke behandeling zijn inhalatiesteroïden. Er is hierbij een
lichte toename van de FEV1 bij het begin van de behandeling, een beperkt effect op
de levenskwaliteit en een beperkte vermindering van de exacerbatiefrequentie.
Wel is aan te nemen dat COPD grotendeels resistent is voor een behandeling met
inhalatiesteroïden.
In de nabije toekomst zijn wel nieuwe ontstekingsremmers te verwachten die
specifiek actief zijn op de COPD-inflammatie, omdat de inflammatie bij COPD-
patiënten de laatste jaren beter gekarakteriseerd wordt. Sommige van deze
geneesmiddelen zullen de behandeling van COPD zelfstandig verbeteren.
, Mucolytica en antioxidantia
Tot de mucolytica worden die stoffen gerekend, die de viscositeit van het bronchiale
slijm verminderen.
Het meest bekende geneesmiddel hierin is N-acetylcysteïne, dit werd eerst als
mucolytica voorgeschreven, maar bleek later ook antioxidans te zijn.
Er is bewijs dat een behandeling met antioxidantia de exacerbatiefrequentie
vermindert. Deze middelen gebruik je tijdens exacerbaties.
Nieuwe geneesmiddelen
Er worden voortduren nieuwe geneesmiddelen ontwikkeld op het gebied van COPD.
Dit komt vooral omdat de inflammatie bij COPD in de luchtwegen steeds beter
begrepen wordt. Het lijkt waarschijnlijk dat uit deze nieuwe geneesmiddelen die
bestudeerd worden, zelfstandige verbeteringen van de COPD-behandeling naar voren
zullen komen.
Dieetinterventie
Gewichtsverlies en een laag lichaamsgewicht liggen in verband met een minder
goede prognose. Gewichtsverlies bij COPD-patiënten komt niet zozeer door
onvoldoende voedselinname, maar is meer een gevolg van een verhoogde normale
stofwisseling en dus meer calorieverbruik. Dit calorieverbruik hangt samen met de
inflammatie die vaak aanwezig is. Ook vallen COPD-patiëten vaak af omdat er
verbranding plaatsvindt van spieren om energie te krijgen, omdat de calorieën ‘’op’’
zijn en patiënten met COPD durven niet meer goed te eten, omdat ze bang zijn om te
stikken in het voedsel en eten kost veel energie.
Dergelijke patiënten kunnen behandeld worden met voedingssupplementen,
eventueel in combinatie met anabole steroïden. Deze behandeling is met name nuttig
bij opgenomen patiënten. Wanneer de anabole steroïden worden gecombineerd met
het revalidatieprogramma kunnen de effecten van de spierkrachttraining versterkt
worden.
Behandeling van exacerbaties
Exacerbaties spelen vermoedelijk een rol in de snelle afname van de levenskwaliteit
die bij COPD-patiënten voorkomt. Ook dragen ze bij aan een snelle afname van de
FEV1. Als laatste zijn de exacerbaties vaak ook de reden voor een ziekenhuisopname
van COPD-patiënten.
Milde exacerbaties kunnen vaak thuis behandeld worden, terwijl zwaardere in het
ziekenhuis moeten worden behandeld.
De behandeling van exacerbaties bestaat vaak uit het verhogen van de dosis van
bronchodilatantia die via een vernevelaar gegeven worden. Verder worden
systeemsteroïden gegeven. Deze behandeling verstelt de mogelijkheid tot herstellen
van de exacerbatie. Ten slotte is ook het gebruik van antibiotica in de exacerbatie
betwist, omdat dit maar een beperkt gunstig effect heeft.
Uiteraard is ook de toediening van zuurstof tijdens een exacerbatie van belang.
Ook fysiotherapie kan in de behandeling van COPD-exacerbaties een belangrijke rol
spelen. De voorkeurstherapie is de geforceerde expiratoire techniek voor het
mobiliseren van sputum.