Week 1
Een overeenkomst is niet hetzelfde als een verbintenis. Verbintenissen vloeien voort uit een overeenkomst,
een (on)rechtmatige daad of de wet.
De totstandkoming van de overeenkomst
Een overeenkomst komt tot stand door:
Aanbod en aanvaarding (art. 6:217 BW); Een aanbod moet voldoende bepaalbaar zijn. Je moet precies
weten waar je ja tegen zegt. (HR Hofland-Hennis)
Onderscheid:
Soortzaken; Deze kun je alleen onderscheiden naar soort , kwaliteit of hoeveelheid.
Om ze te individualiseren moet je actie ondernemen door:
Ze nader te omschrijven en te specificeren.
Nummers of etiketten aan te brengen.
Ze apart te zetten en daarbij omschrijven voor wie zie zijn.
Individueel bepaalbare zaken (uitnodiging tot het doen van een aanbod)
En door middel van wil en verklaring (art. 3:33 BW). Van wilsontbreken is sprake wanneer iemand juridisch
gesproken iets verklaart wat niet in overeenstemming is met zijn wil. Dit kan het geval zijn doordat iemand
zich verspreekt, doordat iemand een simpele schrijffout maakt of doordat iemand niet toerekeningsvatbaar
is en dat zijn wil om die reden niet wordt erkend. De wederpartij moet wel een onderzoeksplicht hebben
gedaan (art. 3:11 BW).
Art. 3:35 BW geeft de wilsvertrouwensleer; aan bepaalde gedragingen van de wederpartij mag een bepaald
vertrouwen worden gehecht omtrent de totstandkoming van een overeenkomst.
Geestelijke stoornis (art. 3:34 BW) Er moet wel een causaal verband zijn tussen de stoornis en de verklaring.
Maar mocht de wederpartij niets in de gaten hebben gehad dat de ander onder invloed was van een
geestelijke stoornis, dan geldt art. 3:35 BW. Wilsontbreken ten gevolge van een geestesstoornis, maakt de
rechtshandeling vernietigbaar (art. 3:34 lid 2 BW). De gestoorde kan een beroep doen
Art. 3:37 lid 3 BW geeft de ontvangsttheorie; de verklaring heeft pas werking op het moment dat deze
ontvangen is.
Herroepelijk of onherroepelijk aanbod
Een aanbod kan herroepelijk of onherroepelijk zijn.
art. 6:219 lid 1 BW gaat ervan uit dat een aanbod herroepelijk is tenzij uit het aanbod zijn onherroepelijkheid
volgt. Bij een onherroepelijk aanbod ontbreekt de mogelijkheid om het aanbod rechtsgeldig te kunnen
herroepen. Van onherroepelijkheid is sprake wanneer het een termijn voor de aanvaarding inhoudt of de
onherroepelijkheid ervan op andere wijze uit het aanbod volgt.
Uit art. 6:219 lid 2 BW volgt dat herroeping slechts mogelijk is zolang het aanbod niet is aanvaard en evenmin
een tot aanvaarding strekkende mededeling is verzonden.
Een vrijblijvend aanbod is in het algemeen geen aanbod, maar een uitnodiging om in onderhandelingen te
treden. 'Vrijblijvend' betekent dat de aanbieder na de aanvaarding nog terug kan maar zijn herroeping moet
dan wel onmiddellijk geschieden. Als dat is gebeurd, is er geen overeenkomst tot stand gekomen. Wanneer
een aanbod vervalt, moet er worden gekeken of het een mondeling of een schriftelijk aanbod is (art. 6:221
lid 1 BW).
Een schriftelijk aanbod vervalt pas, als het niet binnen een redelijke tijd wordt aanvaard. Een mondeling
aanbod vervalt indien het niet onmiddellijk wordt aanvaard.
Anne Verklaren