recht
(diagnostiek in perspectief) module 6
Social work
van Lammeren
Tweede jaars
1
,Inhoudsopgave
Table of Contents
Inhoudsopgave.......................................................................................................................................2
Psychopathologie...................................................................................................................................3
Hoofdstuk 12 persoonlijkheidsstoornissen en impulsbeheersingsstoornissen.......................................3
Hoofdstuk 11 schizofreniespectrumstoornis........................................................................................16
Hoofdstuk 14 cognitieve stoornissen en stoornissen die samenhangen met ouder worden...............26
Hoofdstuk 9 voedings- en eetstoornissen en slaap-waakstoornissen..................................................29
Hoofdstuk 8 middel gerelateerde en verslavingsstoornissen...............................................................38
Recht....................................................................................................................................................50
2
,Psychopathologie
Hoofdstuk 12 persoonlijkheidsstoornissen en
impulsbeheersingsstoornissen
12.2 Persoonlijkheidsstoornis = excessief rigide gedragspatronen of
een manier van omgaan met anderen, die uiteindelijk negatieve
consequenties heeft.
De verstoorde persoonlijkheidstrekken of kenmerken komen tegen de
adolescentie of vroege volwassenheid aan het licht en blijven gedurende
het grootste deel van het volwassen leven bestaan.
- De waarschuwingssignalen kunnen zichtbaar zijn bij kleuters en in
de jeugd.
Groter risico op persoonlijkheidsstoornis
Kinderen die in de jeugd te maken hebben gehad met psychische
stoornissen of probleem gedrag, zoals gedragsproblemen, depressie,
nervositeit en uitzonderlijke kinderlijkheid.
Mensen met persoonlijkheidsstoornissen zien vaak niet hoe ernstig de
gevolgen van hun gedrag kunnen zijn voor hun leven. Ze beschuldigen
vaak andere van hun problemen (externaliseren) in plaats van zelf te
reflecteren op hun situatie.
Psychogen hun kijk
Psychologen gebruiken de term ‘persoonlijkheid’ om een reeks
onderscheidende psychologische kenmerken en gedragsmatige
karakteristieken te beschrijven die elk van ons uniek maken en die ons
gedrag verklaren.
Opvallend heden
Bij mensen met persoonlijkheidsstoornissen is het opvallend dat zij
overdreven of excessieve (buitensporig) karaktertrekken die tot
persoonlijke stress leiden of hen belemmeren in het effectieve dagelijks
functioneren op school, op werk en de gemeenschap waarvan ze deel
uitmaken.
Mensen met persoonlijkheidsstoornissen kunnen ook andere psychische
stoornissen hebben. Iemand met depressieve stoornis kan ook borderline-
of dwangmatige persoonlijkheidsstoornis hebben.
Zes criteria voor een persoonlijkheidsstoornis DSM-5:
1. Een duurzaam patroon van ervaringen en gedragingen dat duidelijk
afwijkend is van je ‘normale’ verwacht binnen een samenleving. Dit
patroon komt op twee (of meer) van de volgende gebieden tot
uiting: cognities, affectiviteit, interpersoonlijk functioneren en
impulsbeheersing.
3
, 2. Dit duurzaam patroon is star en zichtbaar in vele persoonlijke en
sociale situaties.
3. Dit patroon veroorzaakt lijdensdruk of beperking in het functioneren
op belangrijke terreinen.
4. Er is geen andere psychische stoornis als verklaring
5. Het is ook niet toe te schrijven aan de effecten van lichamelijke
aandoening of drugs
De DSM-5 verdeelt persoonlijkheidsstoornissen in drie clusters:
Cluster A: mensen die vreemd of excentriek worden beschouwd.
Deze groep bestaat uit mensen met paranoïde, schizoïde, en schizo
typische persoonlijkheidsstoornissen.
Cluster B: mensen met overmatige dramatische, emotioneel of
wispelturig gedrag. Deze groep bestaat uit mensen met antisociale-,
bordeline-, historische- en narcistische- persoonlijkheidsstoornissen.
Cluster c: mensen die vaak nerveus of angstig lijken. Deze groep
bestaat uit mensen met vermijdende-, afhankelijke- en
dwangmatige-persoonlijkheidsstoornissen.
12.4 persoonlijkheidsstoornissen gekenmerkt door dramatische,
emotioneel of wispelturig gedrag – cluster B
Deze groep persoonlijkheidsstoornissen zijn de antisociale-, borderline-,
historische- en narcistische- persoonlijkheidsstoornissen. Deze personen
vertonen gedragspatronen die buitensporig, onvoorspelbaar of egoïstische
zijn. Ze vinden relatie onderhouden en aangaan lastig. Deze cluster wordt
ook wel het ‘dramatische’ cluster persoonlijkheidsstoornissen genoemd,
vanwege de expressieve aard van de symptomen.
Antisociale-persoonlijkheidsstoornis = een persoonlijkheidsstoornis
die wordt gekenmerkt door antisociaal en onverantwoordelijk gedrag en
door gebrek aan spijt van misdaden
Antisociale-persoonlijkheidsstoornis
Mensen met antisociale-persoonlijkheidsstoornis zijn antisociaal. Bijv.
rechten van andere schenden (kapot maken), zie niet aan sociale normen
en conventies verstoren, en in sommige gevallen de wet overtreden.
Opvallend Antisociale-persoonlijkheidsstoornis
Mensen met Antisociale-persoonlijkheidsstoornis zijn impulsief en
komen hun verplichtingen met andere niet na. Hebben een oppervlakkige
charme. En zijn gemiddeld qua intelligentie.
Ze vertonen vaak nauwelijks angst als ze met een bedreigende situatie
worden geconfronteerd. De meeste hebben geen schuldgevoel of spijt na
een misdrijf, hen straffen lijkt weinig tot geen nut te hebben.
Door hun charme in te zetten krijgen ze wat ze willen (een aangeleerd
trucje).
Gediagnostiseerd: 18+
Het patroon van antisociaal gedag dat kenmerkend is voor antisociale-
persoonlijkheidsstoornis begint echter al in de kindertijd of adolescentie en
gaat door tot iemand volwassen is. Als het antisociaal gedrag na de leeftijd
4