Week 1
Gezondheid: WHO: ‘A state of complete physical, mental, and social well-being and not merely the absence of
disease or infirmity.’ Een toestand van volledig van geestelijk, sociaal en lichamelijk welbevinden. En niet alleen
de afwezigheid van ziekte of lichamelijk gebrek.
Aan deze definitie hangt een gezondheidsdriehoek:
- Fysiek
- Mentaal
- Sociaal
Determinanten van gezondheid: aspecten die ervoor zorgen dat we gezond zijn en kwaliteit van leven hebben.
De volgende aspecten bepalen de kwaliteit van gezondheid
- Medische zorg, goede artsen
- Voeding
- Bewegen en sport
- Inkomen: met een lage SES is de kans op goede gezondheid kleiner
- Omgeving
- Politiek
- Sociale relaties
Health field concept Lalonde
Het is een cyclusproces wat steeds kan veranderen. De 5-tal aspecten bepalen de gezondheid:
- Internmilieu factoren: erfelijkheid (fouten in genen die lijden tot gezondheidsproblemen op latere
leeftijd, jouw leeftijd beïnvloed jouw gezondheid) en het geslacht, dus het feit of je een jongen of
meisje bent beïnvloed je gezondheid.
- Extern milieu: fysieke en sociale omgeving. Sociale waar je geboren bent, waar je leeft heeft impact
op je gezondheid. Heeft te maken met sociaaleconomische gezondheid of de groenvoorziening in de
buurt waar je in leeft. Werksituatie bijv als je werkt met alleen hoogopgeleiden is heel anders dan dat
je stratenmaker bent. Fysische, chemische en biotische factoren. Fysisch natuurkunde (straling,
trilling: geluid, licht). Chemisch stoffen in rook inademen (verkeer), alcohol. Biotisch bacteriën,
virussen.
- Leefstijl: houding, kennis en gedrag. Hoe jij zelf omgaat met je leven of gezondheid, BRAVO
- (Zorg)voorzieningen: Hoe de medische gezondheid is. Of de zorg goed gegroeid is veel voorzieningen.
,Health Field Model Influence Factors on Health Status
Factoren die invloed hebben op de gezondheidsstatus. De grootst bepalende factor van gezondheid is leefstijl.
Positief model van Huber
6 gebieden waarin je ieder gebied een waardering kan geven. Dit model is positief gericht en maakt het heel erg
visueel. Je kunt de verschillen terugzien wanneer je de test 2 keer uitvoert in bijvoorbeeld een half jaar.
- Lichaamsfuncties
- Mentaal welbevinden
- Zingeving
- Kwaliteit van leven
- Meedoen
- Dagelijkse functies
Samenvatting gezondheid
- Omvat fysieke, psychische en sociale aspecten
- Wisselwerking tussen endogene en exogene factoren
- Objectief vs subjectief
- Tijdsgebonden
Leefstijlanalyse breng je in 3 delen in kaart
1. Gedrag
Bravo factoren:
- Bewegen
- Roken
- Alcohol & drugs
- Voeding
, - Ontspanning
Bewegen
- NNGB: matig intensief, net niet zweten, ademhaling verhoogt, voldoen aan NNGB zorgt voor
gezondheidseffecten
- Fitnorm: hierdoor wordt je niet gezonder, het brengt wel fitheidseffecten met zich mee.
- Combinorm: stimulatie om te bewegen, geen eigen nut
- Kcal verbruik
Roken
0 sigaretten
Alcohol & drugs
Per dag 0 glazen
Voeding
Obesitas is vooral een gedragsprobleem, slechts 2% erfelijk
Overgewicht en obesitas wordt gezien als gedragsprobleem, niet alleen de mens zelf is schuldig. De hele wereld
wordt ingericht dat jezelf niet hoeft te bewegen. Maastricht: mensen die te dik zijn, hebben vooral een
gedragsprobleem. Ze hebben hun voedingspatroon niet onder controle, zijn impulsief, uiterst gevoelig voor
snelle beloningen en eten graag vet eten en voedsel met veel calorieën.
Benodigde voedingsstoffen
Macronutriënten:
Koolhydraten zetmeel, suiker, glycogeen, glucose, fructose, druivensuiker, maltose, lactose. Koolhydraten zijn
essentieel, je hersenen werken alleen maar op glucose.
Vetten (wordt verder behandeld in week 2)
Eiwitten (wordt verder behandeld in week 2)
Micronutriënten:
- Vitaminen
- Mineralen
- Vezels: het zijn belangrijke stoffen voor een goede spijsvertering. Van groot belang bij spijsvertering
heeft ook weer betrekking op je afweersysteem. Bevat geen voedingsstoffen. Zorgt voor vol gevoel en
goede stoelgang (darmen).
- Vocht: vrouw 1,5 liter en man 2 liter. Het meeste vocht krijg je binnen uit voeding. Te veel aan vocht
kan gevaarlijk zijn. Ouderen vanaf ongeveer 70 jaar drinken dagelijks te weinig. Behoefte aan vocht
wordt bepaald door je dagelijkse bezigheden.
Ontspanning
Balans tussen belasting en belastbaarheid.
Belasting heb je fysiek, mentaal en sociaal.
Belastbaarheid is het gene wat je aan kunt, als je heel goed getraind bent dan heb je een hoge belastbaarheid en
kun je een hoge belasting aan. Kan de persoon meer sporten fysiek wel aan ja of nee?
2 Antropometrie
De lichaamssamenstelling. Het meten van een lichaamsmaat zoals je lengte, gewicht, bloeddruk, hartslag,
vetpercentage, BMI en of tailleomtrek, HFrust en HFmax
3 Ergometrie
Beweging en houding dit gaat over VO2max testen, submaximaal testen. Hoe fit ben je?
Leefstijl:
, Werking schema
Genen hebben invloed maar je kunt het voor een groot deel ook trainen. Other factors: druk bezig zijn met
andere zaken kan invloed uitoefenen op minder beweging. Physical environment: bepaalt of je wel of niet
beweegt naar het werk of buiten de deur te komt.