Artikelen Retailmarketing
o Artikel klantwaarde
o H9.9 Importance Performance matrix uit het boek Retailmarketing van Frank Quix en Rob van der
Kind
o Artikel Shopper in Foodservice
o Artikel Cialdini
Shopper in foodservice - Dekker en Damen
Shoppergedrag = de beschrijving van hoe, wat, waar, wanneer en waarom ze kopen. Het is daarmee
onderdeel van marketing met duidelijke kruisverbanden met psychologie, sociologie, antropologie en
economie. Het doel van de studie naar consumentengedrag is het besluitvormingsproces rond
aankopen van zowel individuen als groepen te begrijpen. Daarbij probeert ze tevens de invloed van
omgevingsfactoren en de maatschappij in het algemeen in kaart te brengen.
Par 5.1 Bewust of onbewust gedrag
Het onbewuste - systeem 1: een onbewuste automatische piloot in het brein die weinig
mentale inspanning kost, het is de ‘makkelijke manier van denken en je hebt weinig
controle over het denkproces → het haasje
Het bewuste - systeem 2: Een meer analytische manier van beslissen, waarin op een logische manier
wordt nagedacht en waarvoor meer bewuste inspanning nodig is. Het kost letterlijk meer energie en
mensen worden en moe van
→ schildpad.
Zoon 10% gaat bewust, 90% gaat onbewust.
Als de hoeveelheid informatie omhoog gaat, gaat de kwaliteit van het bewust nadenken omlaag.
Par 5.2 Gedragsbepalers
Er zijn cognitieve, affectieve, sociaal-culturele en fysiologische gedragsbepalers.
5.2.1 Cognitieve gedragsbepalers
- kennis, over uitingen en ideeën van de shopper
- komen voort uit de ‘rationele shopper’
5.2.2. Affectieve gedragsbepalers
- komen voort uit de emotie van de shopper (erg onbewust)
- bv: emotionele associaties en zelfbeeld en gewenst beeld.
, 5.2.3 Sociaal-culturele gedragsbepalers
- grootste gedeelte onbewust
- BV: sociale normen, opvoeding, kuddegedrag, andere shoppers, geslacht
5.2.3 Fysiologische gedragsbepalers
→ door het fysieke lichaam
- bv: vermoeidheid, trek, denken met je lichaam
Par 5.3 Beslisgedrag
Naast (onbewuste bepalers ook afhankelijk van de mate waarin informatie op een passieve of
affectieve manier wordt verwerkt.
Bewust beslisgedrag: heeft een concreet keuzemoment en mensen kunnen hun motivatie
aangegeven
Onbewust beslisgedrag: niet bewust van de keuze, geen motivatie kunnen aangeven →
‘er een nachtje over slapen’
Bij belangrijke keuzes → actief beslisgedrag
Bij Fast moving consumer goods → Passief beslisgedrag
Bewust
Passief Vuistregels Weloverwogen Actief afwegen
Automatische piloot Incubatie
Onbewust
Par 5.4 Gedragscontext
bv; beschikbare tijd, beschikbaar budget, moment, weer, gezelschap, bezoekreden, mindstate, need
state
Par 5.5 Beïnvloedingstechnieken
5.5.1 Onbewuste beïnvloedingstechnieken
- fysieke omgeving
- nudging
- priming
- subliminale (verborgen) boodschap
5.5.2 Bewuste beïnvloedingstechnieken
- framing
- risky choice/loss aversion
- irrelevante optie
- referentiekader/ anchoring
Cialdini - de 6 geheimen van het overtuigen
1. wederkerigheid → niet terug willen doen.
- buitengewoon krachtige werking
- ook bij ongevraagde gunsten
- ongelijkwaardige gunstig stimuleren
- concessie en daardoor de ander een concessie
o Artikel klantwaarde
o H9.9 Importance Performance matrix uit het boek Retailmarketing van Frank Quix en Rob van der
Kind
o Artikel Shopper in Foodservice
o Artikel Cialdini
Shopper in foodservice - Dekker en Damen
Shoppergedrag = de beschrijving van hoe, wat, waar, wanneer en waarom ze kopen. Het is daarmee
onderdeel van marketing met duidelijke kruisverbanden met psychologie, sociologie, antropologie en
economie. Het doel van de studie naar consumentengedrag is het besluitvormingsproces rond
aankopen van zowel individuen als groepen te begrijpen. Daarbij probeert ze tevens de invloed van
omgevingsfactoren en de maatschappij in het algemeen in kaart te brengen.
Par 5.1 Bewust of onbewust gedrag
Het onbewuste - systeem 1: een onbewuste automatische piloot in het brein die weinig
mentale inspanning kost, het is de ‘makkelijke manier van denken en je hebt weinig
controle over het denkproces → het haasje
Het bewuste - systeem 2: Een meer analytische manier van beslissen, waarin op een logische manier
wordt nagedacht en waarvoor meer bewuste inspanning nodig is. Het kost letterlijk meer energie en
mensen worden en moe van
→ schildpad.
Zoon 10% gaat bewust, 90% gaat onbewust.
Als de hoeveelheid informatie omhoog gaat, gaat de kwaliteit van het bewust nadenken omlaag.
Par 5.2 Gedragsbepalers
Er zijn cognitieve, affectieve, sociaal-culturele en fysiologische gedragsbepalers.
5.2.1 Cognitieve gedragsbepalers
- kennis, over uitingen en ideeën van de shopper
- komen voort uit de ‘rationele shopper’
5.2.2. Affectieve gedragsbepalers
- komen voort uit de emotie van de shopper (erg onbewust)
- bv: emotionele associaties en zelfbeeld en gewenst beeld.
, 5.2.3 Sociaal-culturele gedragsbepalers
- grootste gedeelte onbewust
- BV: sociale normen, opvoeding, kuddegedrag, andere shoppers, geslacht
5.2.3 Fysiologische gedragsbepalers
→ door het fysieke lichaam
- bv: vermoeidheid, trek, denken met je lichaam
Par 5.3 Beslisgedrag
Naast (onbewuste bepalers ook afhankelijk van de mate waarin informatie op een passieve of
affectieve manier wordt verwerkt.
Bewust beslisgedrag: heeft een concreet keuzemoment en mensen kunnen hun motivatie
aangegeven
Onbewust beslisgedrag: niet bewust van de keuze, geen motivatie kunnen aangeven →
‘er een nachtje over slapen’
Bij belangrijke keuzes → actief beslisgedrag
Bij Fast moving consumer goods → Passief beslisgedrag
Bewust
Passief Vuistregels Weloverwogen Actief afwegen
Automatische piloot Incubatie
Onbewust
Par 5.4 Gedragscontext
bv; beschikbare tijd, beschikbaar budget, moment, weer, gezelschap, bezoekreden, mindstate, need
state
Par 5.5 Beïnvloedingstechnieken
5.5.1 Onbewuste beïnvloedingstechnieken
- fysieke omgeving
- nudging
- priming
- subliminale (verborgen) boodschap
5.5.2 Bewuste beïnvloedingstechnieken
- framing
- risky choice/loss aversion
- irrelevante optie
- referentiekader/ anchoring
Cialdini - de 6 geheimen van het overtuigen
1. wederkerigheid → niet terug willen doen.
- buitengewoon krachtige werking
- ook bij ongevraagde gunsten
- ongelijkwaardige gunstig stimuleren
- concessie en daardoor de ander een concessie