1: Definitie
Bij een normaal hartritme volgen de hartslagen elkaar in een regelmatig tempo op. Bij een
ritmestoornis slaat het hart te snel, te langzaam of onregelmatig.
Het hart trekt samen door een elektrische prikkel. Dat gebeurt bij een volwassene in rust in
een regelmatig tempo: 60 tot 70 keer per minuut. Tijdens inspanning loopt dat op tot 150 tot
180 keer per minuut.
Een hartritmestoornis is een steeds terugkerende verstoring van het hartritme. Er is iets mis
met de vorming van de elektrische prikkel, of met de geleiding van die prikkel.
Er zijn verschillende afwijkingen:
het hart klopt te snel
het hart klopt te langzaam
het hart klopt onregelmatig
de boezems en kamers werken niet goed samen
Als de hartslag steeds boven de 100 slagen per minuut is, dan noemt men dit tachycardie.
Een hartslag onder de 50 heet bradycardie.
Tachycardie worden in drie categorieën met Latijnse aanduidingen
verdeeld:
supraventriculaire tachycardie (boven de hartkamers) ontstaan in desinusknoop, in
de boezems of in de AV-knoop;
atrioventriculaire tachycardie (tussen de boezems en de hartkamers)treden op als
een elektrische prikkel buiten de AV-knoop om loopt;
ventriculaire tachycardie ontstaan, zoals het woord zegt, in dehart kamers zelf.
Boezemfibrillerenis de meest voorkomende vorm van supraventriculaire
tachycardie. Hierbij is de elektrische prikkel meer een chaotische trilling,
waardoor de boezems niet echt samentrekken en ze nauwelijks bloed
naar de kamers doorpompen. De AV-knoop verwerkt de elektrische
trillingen tot onregelmatige prikkels naar de kamers die daardoor ook
onregelmatig samentrekken.
Het grootste risico van boezemfibrilleren is dat er bloedstolsels in de
boezems ontstaan die op andere plaatsen kleine infarcten kunnen veroorzaken.
Boezemflutter (ook wel boezemfladderen genoemd) is een andere vorm
van supraventriculaire tachycardie. De boezems trekken hierbij maar
liefst 250 tot 300 keer per minuut samen en ook de kamers trekken veel
vaker samen dan normaal.
, Een AV-nodale re-entry tachycardie is een ritmestoornis die in en vóór
de AV-knoop ontstaat. De kamers en boezems trekken niet alleen snel,
maar ook tegelijk samen; de kloppingen zijn in de hals te zien. Deze
stoornis komt veel bij jonge mensen voor.
Bij het Wolff-Parkinson-Whitesyndroom(WPW-syndroom) is er een
extra elektrische verbinding tussen de boezems en de kamers, naast de
AV-knoop. Daardoor kan de elektrische prikkel een andere weg nemen.
Dit is een vorm van atrioventriculaire tachycardie.
Bij kamertachycardie ontwikkelen de kamers een eigen ritme, onafhankelijk
van het ritme van de boezems. Er kan bijvoorbeeld een zieke plek
in één van de hartkamers zitten die plotseling snelle eigen elektrische
prikkels afgeeft. De kamers gaan dan sneller samentrekken dan de
boezems.
Bij kamerfibrilleren (ventrikelfibrilleren) is er sprake van elektrische
trillingen in de kamers die tot een ongecoördineerde samentrekking leiden, waardoor de
bloeddoorstroming chaotisch wordt
Bradycardie
Weinig elektrische prikkels of een stoornis in de prikkelgeleiding kan
tot gevolg hebben dat er te weinig hartslagen per minuut plaatsvinden of dat de kamers
minder samentrekken dan de boezems.
Het sick-sinussyndroomis een storing in de sinusknoop waardoor er te weinig prikkels
ontstaan. Er kan een storing optreden in de AV-knoop, waardoor de prikkel vanuit de
boezems niet aan de kamers wordt doorgegeven. De storing kan ook optreden in de bundel
van His of in de Purkinjevezels. Deze verschijnselen kunnen zich ook tegelijk voordoen. Vaak
blijkt dat er lager in het hart nieuwe elektrische prikkels ontstaan om de samentrekking van
de hartkamers toch op gang te houden, al is het in een lager tempo.
2: Epidemiologie
Hoe vaak komt een hartritmestoornis voor in de algemene bevolking?
Een onregelmatige hartslag komt voor bij 1% tot 4%.
De jaarcijfers voor een ritmestoornis door boezemfibrilleren is 0,5% ( toenemend met de
leeftijd: 5,1% bij mensen ouder dan 60 jaar en 10% bij mensen >80 jaar).
3: Etiologie
Oorzaken van ritmestoornissen zijn:
Ouderdom:drie opde vier patiënten met boezemfibrilleren is ouder dan 65. Bij
ouderenblijken er verbanden te zijn met andere aandoeningen aan het hart, de
hartkleppen of de kransslagaders, of met een te snel werkende schildklier.