Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Taal oudere kind samenvatting

Beoordeling
1.0
(1)
Verkocht
7
Pagina's
7
Geüpload op
06-06-2013
Geschreven in
2011/2012

Deze samenvatting is gericht op de eerste toets van taal oudere kind op de PABO.

Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

Taal oudere kind samenvatting


Fonologisch niveau = uitspraak
Morfologisch niveau = opbouw van woorden
Syntactisch niveau = volgorde van woorden
Semantisch niveau = betekenis
Pragmatisch niveau = gebruik
Orthografisch niveau = spelling


Fonologie

 Assimilatie = Als spraakklanken na elkaar worden uitgesproken, kunnen ze
elkaar beïnvloeden. Bijvoorbeeld: angstschreeuw  angschreeuw. (de s & t
vallen weg van angst)
 Spellinguitspraak = Een woord uitspreken zoals het erg staat, bijvoorbeeld
‘kistje’ speek je met de ‘t’ uit in plaats van ‘kisje’. Je laat je dus teveel leiden
door de spelling van het woord.
 Tongval = Als iemand een bepaalde regionaal gekleurde uitspraak heeft.
Bijvoorbeeld de zachte g, komt vaak uit het zuiden.
 Foneem = spraakklank. We spreken van twee verschillende fonemen als twee
spraakklanken ook verschil in betekenis teweegbrengen. In ‘been’ en ‘beer’
hoor je twee verschillende ee-klanken, maar het is één foneem. De ‘n’ en de
‘r’ zijn wel twee verschillende fonemen, want die zorgen in de woorden voor
verschil in betekenis.
 Woordaccent = Hoe een woord wordt uitgesproken in een bepaalde situatie
kan bepalend zijn voor de betekenis. In sommige woorden worden bepaalde
klankstukken met meer nadruk uitgesproken.
 Zinsaccent = In een zin bepaald nadruk leggen op een woord, wat een
bepaalde betekenisnuancering geeft.
 Zinsmelodie = De intonatie waarmee een zin wordt uitgesproken.
Bijvoorbeeld ironie of sarcasme laten blijken in een zin.
 Alliteratie = Ook wel beginrijm genoemd. Alle woorden beginnen met
dezelfde klank. (Liesje leerde lotje lopen langs de lange linde laan.)


Morfologie

 Morfeem = kleinste betekenis dragende element van een taal.
 Vrij morfeem = kunnen als los woord gebruikt worden. Zoals paard, huis of
meel.
 Gebonden morfeem = Kun je niet als woord gebruiken, zijn altijd gekoppeld
aan een ander woord. (-ig, -heid etc)
 Voorvoegsel = Gebonden morfeem vooraan een woord (be-, ver-)
 Achtervoegsel = Gebonden morfeem achteraan een woord.
 Samenstelling = Twee vrije morfemen samengevoegd. Bijvoorbeeld kampeer
+ auto wordt kampeerauto.
 Afleiding = Gebonden morfeem + vrij morfeem. Nat + ig, wordt nattig.

,  Verbuiging = Gebonden morfeem + vrij morfeem, maar er onstaat niet een
geheel nieuw woord. (groot  grote) Verschillende vormen van verbuiging:
- meervoud: beest  beesten
- Verkleinwoord: huis  huisje
- Vergelijking: klein  kleiner
- Buiging -s: leuk  leuks
- Buiging –e: mooi  mooie
 vervoeging = Verbuiging van werkwoorden. Dit kan door bijvoorbeeld –t, -en,
-te, -ten, -de, -den aan het woord toevoegen.

Syntactisch

 Zinstypen = verschillende vormen van zinnen.
- Mededelende zin = een vrachtwagen blokkeert je inrit.
- Vragende zin = Kom je morgen op mijn feestje?
- Gebiedende zin = Geef me dat mes!
 Actieve zin = De handelde persoon (degene die de actie onderneemt) valt
altijd samen met het onderwerp.
 Passieve zin = De handelende persoon wordt niet genoemd in het ondewerp,
maar in een bepaling die begint met ‘door’.
 Directe rede = Woorden in de zin letterlijk citeren. Bijvoorbeeld: Hij zei: ‘Het
sneeuwt buiten’.
 Indirecte rede = Iemands woorden omschrijven in de zin. Bijvoorbeeld: Hij zei
dat het buiten sneeuwde.


Semantiek

 Lexicale betekenis = Betekenis die in het woordenboek staat. Wordt duidelijk
gemaakt met omschrijvingen, kenmerken of eigenschappen.
 Grammaticale betekenis = De functie die een woord in een zin heeft.
Bijvoorbeeld de, van, er, want en iets hebben een grammaticale betekenis. Ze
geven relaties aan. In het woordenboek zal je geen duidelijke betekenis
vinden.
 Gevoelswaarde = Positieve of negatieve lading die je aan een woord toekent.
Bijvoorbeeld: massamoordenaar heeft een negatieve lading. Kan ook
verschillen per persoon, een pitbull is voor een hondenliefhebber een positief
woord, maar voor een postbode negatief.
 Antoniem = Woorden met een tegengestelde betekenis. (groot-klein)
 Synoniem = Twee woorden met dezelfde betekenis. Bijvoorbeeld: fiets en
rijwiel. (niet gelijkwaardig in het gebruik)
 Eufemismen = Verzachtende, minder pijnlijke woorden. Bijvoorbeeld: zweten
 transpireren.
 Hyponiemen = Hier gaat het om categorieën en subcategorieën. Je kunt een
woord bijvoorbeeld ook anders uitdrukken. (mango  vrucht)
 Polysemie = één woord met meerdere betekenissen. Bijvoorbeeld: kop 
hoofd van een dier, bovenkant van iets, vetgedrukte regel boven een artikel
etc.

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Geüpload op
6 juni 2013
Aantal pagina's
7
Geschreven in
2011/2012
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

$4.77
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Beoordelingen van geverifieerde kopers

Alle reviews worden weergegeven
11 jaar geleden

1.0

1 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
1
Betrouwbare reviews op Stuvia

Alle beoordelingen zijn geschreven door echte Stuvia-gebruikers na geverifieerde aankopen.

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
juuls Erasmus Universiteit Rotterdam
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
102
Lid sinds
12 jaar
Aantal volgers
78
Documenten
2
Laatst verkocht
2 jaar geleden

3.2

12 beoordelingen

5
1
4
4
3
4
2
2
1
1

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen