Geschiedenis herhaalt zich
Wat vertelt het verleden ons over het heden en de toekomst? Neem Groenland.
Een plek van afwisselende bevolking door de Inuït en Vikingen.
Klimaatverandering (kleine ijstijd) zorgde voor ongunstigere omstandigheden
door smeltend / afbrekend zee-ijs. Negatieve gevolgen:
- minder betrouwbaar transport
- kleiner leef- en jachtgebied door smelting zee-ijs
- smelten ijskap > meer verwarmd water in zee > afsluiting diepwaterpomp
=> gevolgen voor zeestromen
- verandering weer (door veranderde zeestromen. Meer bewolking en stormen)
Positieve gevolgen:
- langere zomers > uitbreiding vaarroutes
- grotere biodiversiteit
- aardgas en -olie makkelijker winbaar
Natuurlijke + menselijke factoren zijn van invloed op klimaatverandering:
- temperatuurstijging => afname ijsbedekking + meer variabiliteit in neerslag
- zeespiegelstijging => uitzetten zeewater + smelten ijskap
Soorten factoren
➡ interne factoren: factoren die het klimaatsysteem vanbinnen beïnvloeden
(die dus door het klimaat veroorzaakt worden)
- direct: atmosfeer, weer, zeestromen, windsystemen, continenten
➡ externe factoren: factoren die het klimaatsysteem van buitenaf beïnvloeden
(die dus niet door het klimaat veroorzaakt worden)
- indirect: vulkanisme, zonne-activiteit, platentektoniek, broeikasgassen
Natuurlijke invloeden op klimaatverandering
• vulkanisme - externe variabelen
- oorzaak: vulkaanuitbarsting brengt veel stofdeeltjes in de atmosfeer (troposfeer)
- gevolg: stof reflecteert zonlicht, dus temperatuurdaling
- in lage troposfeer > korte temperatuurstijging
in hogere sfeer > reflectie zonlicht > temperatuurdaling
, • zeestromen - interne variabelen
- beïnvloeden tijdelijk het klimaat
- El Niño: temperatuurstijging, slechte visstand / La Niña: temperatuurdaling
• zonne-activiteit - externe variabelen
- cyclus van 11 jaar met actieve en inactieve perioden
- actieve periode: veel zonnevlekken. Veel actie, dus temperatuurstijging
- inactieve periode: weinig zonnevlekken. Weinig actie, dus temperatuurdaling
- want een actieve zon geeft veel straling af, dus warmer op aarde
Het KNMI heeft uitgewezen dat in de tweede helft van de 20e eeuw er een
temperatuurstijging gaande was, hoewel de natuurlijke factoren gelijk bleven.
Menselijke factoren
• opkomst en ontwikkeling landbouw
- brandcultuur: middeleeuwen >
bevolkingsgroei > meer voedsel >
ontbossing
- broeikasgas methaan: verband met
stralingsintensiteit in de tropen
(Milankovitch-cyclus) > invloed
intensiteit moesson >
overstromingsgebieden,
natte rijstteelt en irrigatie vormen
wetlands > rottingsprocessen in
zuurstofarm water > methaan komt vrij (schadelijker dan CO2).
• bevolkingsgroei
- door daling sterftecijfer: betere hygiëne, voeding, opkomst penicilline
- sterk energieverbruik: door toename huishoudens én industrialisatie
(dus meer fossiele brandstoffen, bronnen liggen steeds verder weg, meer transport)
• industrialisatie
- industriële revolutie: vervuiling door verbranding fossiele brandstoffen
- BRIC-landen: toename energiegebruik > meer CO2-uitstoot
• toenemende verstedelijking
- stadswarmte: steen absorbeert meer warmte, lager albedo betekent meer
warmte-opname, regenwater wordt versneld afgevoerd en krijgt geen kans te
verdampen en zijn warmte te verliezen
- vliegverkeer: chemtrails reflecteren zonlicht > overdag koeler maar ’s nachts
warmer doordat warmte tegengehouden wordt door die chemtrails.
- gebouwen: energieverslinders door verwarming/airco en energieverbruik