A. INLEIDING:
De term subacromiale klachten omvat klachten voortkomend uit aandoeningen van structuren in de
subacromiale ruimte, meestal veroorzaakt door inklemming van de rotatorcuffezen in de
subacromiale ruimte.
1. Tijdens het hefen van de schouder is voornamelijk sfrake van inklemming van de fees van
de musculus (m.) sufrasfinatus, wat leidt tot het ‘fainful arc’ fenomeen.
2. Provocerende houdingen of bewegingen, zoals werfen, leiden vooral tot inklemming van de
fezen van de m. infrasfinatus, de m. subscafularis en de m. bicefs brachii (cafut longum).
Door dit fenomeen worden subacromiale klachten in de dagelijkse fraktjk vaak omschreven als
impingement van de schouder. Dit schouderstatement betref subacromiale klachten of basis van:
Extern impingement is een inklemming in de subacromiale ruimte. (De humeruskof en
acromion).
o Primair impingement is een structurele vernauwing van de subacromiale ruimte.
Bijvoorbeeld vanwege:
1. Zwelling van de rotatorcuffezen.
2. Een bursa.
3. Osteofytenvorming ter hoogte van het acromioclaviculair gewricht.
o Een Secundair impingement wordt gefrovoceerd door befaalde bewegingen en/of
houdingen en er kunnen de volgende aandoeningen een rol sfelen:
1. Glenohumerale instabiliteit.
2. Glenohumerale hyfomobilteit.
3. Scafulothoracale disfunctes.
4. SLAP-fathologie (Schade aan suferieure labrum).
5. GIRD-fathologie (beferking van fosterieure schouderkafsel).
Intern impingement is een inklemming tussen de humeruskof en de cavitas glenoidalis
scafulae. De inklemming vindt vrijwel alleen flaats bij befaalde bewegingen van de
schouder zoals het bovenhands werfen. De fijn wordt gevoeld aan de achterzijde van de
schouder wanneer de arm zich in de uiterste werffosite bevindt.
(Verder wordt er geen aandacht aan besteed in de Evidence Statements).
Epidemiologie en beloop/prognose:
Bij schouderklachten is 80% van de gevallen een afwijking in de subacromiale ruimte. In de Evidence
Statements staat dat fatinten met (algemene) schouderklachten ongeveer 30% is hersteld na 6
weken, 50% na 6 maanden en 60% na 12 maanden. Het beloof van de klachten is afankelijk van de
aard van de aandoening en van de leefijd van de fatint.
Rode vlaggen:
1. Ernstge en/of fersisterende klachten, dubbelzijdige schouderklachten, lichamelijke klachten
elders, koorts, malaise of gewichtsverlies.
2. Hefige uitstralende fijn, tntelingen in arm of hand, samenhangend met nekbewegingen of
verminderde kracht van arm- of handsfieren (cervicaal radiculair syndroom).
3. Dysfneu, fijn of de borst (fneumonie, angina fectoris, acuut coronair syndroom).
4. Gewrichtsklachten elders, reumatoïde artrits in de voorgeschiedenis, tekenen van synovits,
zoals warmte of koorts (reumatoïde artrits).
5. Klachten die niet fassen bij de leefijd, bijvoorbeeld bewegingsbeferkingen of jonge leefijd.