Colleges Gedrag &
Communicatie Blok 1.2
Les 1: Overzicht
•Theorie: 70 (3-)meerkeuze vragen en stellingen fysio, MB en GC
•Praktijk
video-opname maken van een anamnese gesprek; reflectie in week 7 en 8
–Peerassesment (per groepje van 3 )
•de gesprektechnieken
•een professionele attitude toont
•checklist
Theoriethema’s
•Locus of control
•Coping
•Attributie
•Persoonskenmerken
•Pijn (illness perception)
•Ouderen
Locus of control
•Ervaren invloed op gezondheidssituatie
•Intern: Geven zelf richting aan verdere ontwikkeling van bestaan
•Extern: Leven overkomt hen, zien geen mogelijkheden om leven te beïnvloeden
Taxaties van de patiënt (Lazarus, 1984)
Taxatie van de situatie (primaire taxatie)
- eerste inschatting situatie (“het is gevaarlijk”)
- eerste indruk “snapshot”
- zeer snel, vaak op basis van vooroordelen/eerdere ervaringen/persoonskenmerken
Taxatie van de copingbronnen (secundaire taxatie)
- Verfijnde uitwerking van de situatie, wat kan de patiënt tegen de situatie doen
Voorbeelden:
- Materiële bronnen (geld, goederen),
- Sociale steun
- Gezondheid en energie (vitaliteit)
- Positieve overtuigingen/persoonskenmerkingen (optimisme, hoge zelfwaarde, hoge
zelf-effectiviteit)
- Probleemoplossende vaardigheden
, Coping proces
Hoe gaat iemand met een probleem om?
Focus op:
Probleem:
–Probleem georiënteerd
•het oplossen van de klacht staat centraal
Emotie:
–Emotie georiënteerd
•Het veranderen van de gevoelens die de klacht oproept staat centraal
4 stijlen van coping:
1. Probleemgeoriënteerde-gedragsmatige coping
Probleem beheersen of op te lossen door bijv. informatie inwinnen, overleggen,
therapie volgen etc.
2. Probleemgeoriënteerde-cognitieve coping
- Anders tegen het probleem aankijken
- Andere aspecten van de situatie belichten en herwaarderen (van problemen kun je
leren)
3. Emotiegeoriënteerde-gedragsmatige coping
- Verzachten van negatieve emoties
- Spanning afleiden en activiteiten vertonen (nagelbijten, roken, alcohol)
4. Emotiegeoriënteerde-cognitieve coping
Vertellen verhaal leidt tot cognitieve verwerking.
Attributie
Oorzakelijke verklaringen toekennen aan hetgeen hen overkomt.
•Intern: binnen de persoon gelegen (ik neem te veel hooi op de vork)
•Extern: buiten de persoon gelegen (slechte werkomstandigheden)
Basisattitude van de arts
•Respect en acceptatie
•Openheid en echtheid
•Empathie en betrokkenheid
•Praktische beperkingen en grenzen
Anamnese
Basis
- Contactreden/hulpvraag patiënt: Waarom komt de patiënt naar u toe?
- Ervaren functieproblemen:
- Aard:
–Anatomisch
–Functie
–Activiteit
Communicatie Blok 1.2
Les 1: Overzicht
•Theorie: 70 (3-)meerkeuze vragen en stellingen fysio, MB en GC
•Praktijk
video-opname maken van een anamnese gesprek; reflectie in week 7 en 8
–Peerassesment (per groepje van 3 )
•de gesprektechnieken
•een professionele attitude toont
•checklist
Theoriethema’s
•Locus of control
•Coping
•Attributie
•Persoonskenmerken
•Pijn (illness perception)
•Ouderen
Locus of control
•Ervaren invloed op gezondheidssituatie
•Intern: Geven zelf richting aan verdere ontwikkeling van bestaan
•Extern: Leven overkomt hen, zien geen mogelijkheden om leven te beïnvloeden
Taxaties van de patiënt (Lazarus, 1984)
Taxatie van de situatie (primaire taxatie)
- eerste inschatting situatie (“het is gevaarlijk”)
- eerste indruk “snapshot”
- zeer snel, vaak op basis van vooroordelen/eerdere ervaringen/persoonskenmerken
Taxatie van de copingbronnen (secundaire taxatie)
- Verfijnde uitwerking van de situatie, wat kan de patiënt tegen de situatie doen
Voorbeelden:
- Materiële bronnen (geld, goederen),
- Sociale steun
- Gezondheid en energie (vitaliteit)
- Positieve overtuigingen/persoonskenmerkingen (optimisme, hoge zelfwaarde, hoge
zelf-effectiviteit)
- Probleemoplossende vaardigheden
, Coping proces
Hoe gaat iemand met een probleem om?
Focus op:
Probleem:
–Probleem georiënteerd
•het oplossen van de klacht staat centraal
Emotie:
–Emotie georiënteerd
•Het veranderen van de gevoelens die de klacht oproept staat centraal
4 stijlen van coping:
1. Probleemgeoriënteerde-gedragsmatige coping
Probleem beheersen of op te lossen door bijv. informatie inwinnen, overleggen,
therapie volgen etc.
2. Probleemgeoriënteerde-cognitieve coping
- Anders tegen het probleem aankijken
- Andere aspecten van de situatie belichten en herwaarderen (van problemen kun je
leren)
3. Emotiegeoriënteerde-gedragsmatige coping
- Verzachten van negatieve emoties
- Spanning afleiden en activiteiten vertonen (nagelbijten, roken, alcohol)
4. Emotiegeoriënteerde-cognitieve coping
Vertellen verhaal leidt tot cognitieve verwerking.
Attributie
Oorzakelijke verklaringen toekennen aan hetgeen hen overkomt.
•Intern: binnen de persoon gelegen (ik neem te veel hooi op de vork)
•Extern: buiten de persoon gelegen (slechte werkomstandigheden)
Basisattitude van de arts
•Respect en acceptatie
•Openheid en echtheid
•Empathie en betrokkenheid
•Praktische beperkingen en grenzen
Anamnese
Basis
- Contactreden/hulpvraag patiënt: Waarom komt de patiënt naar u toe?
- Ervaren functieproblemen:
- Aard:
–Anatomisch
–Functie
–Activiteit