Het strafrecht gaat over het bestraffen van personen die een strafbaar feit hebben gepleegd.
Het formuleren van strafbare feiten Je constateert een strafbaar feit:
Wat is er wel en niet strafbaar? Wie is wel en niet strafbaar? Welke uitzonderingen zijn er (=
strafuitsluitingsgronden)?
Het opsporen van strafbare feiten Je gaat op zoek naar strafbare feiten:
Wie mag opsporen? Wie/wat mag het onderwerp van opsporing zijn? Op welke manier en
met welke middelen mag dat? Welke rechten en plichten hebben de partijen?
Het vervolgen van verdachten van strafbare feiten:
Wie mag vervolgen? Op welke manieren mag dat? Welke rechten/plichten hebben de
partijen?
Berechten van verdachten:
Hoe ziet de procedure voor de rechter eruit? Welke rechten/plichten hebben beide partijen?
Executeren van de straffen en maatregelen.
Belangrijk begrip Het strafbare feit => “Een gedraging die valt binnen de grenzen van een
wettelijke delictsomschrijving, wedderrechtelijk is en verwijtbaar is aan de verdachte” (komt in week
4 terug)
Podcast ‘Cocaïnekoorts’ van Napleiten 82
Functies van het strafproces:
- Het hoofddoel van het strafproces is de juiste toepassing van het materiële strafrecht op
daders mogelijk maken.
- Nevendoelen van het strafprocesrecht zijn preventie (schandpaaleffect), voorkomen
eigenrichting, orde scheppen en genoegdoening.
Het strafprocesrecht heeft ook een eigen functie:
- Het strafprocesrecht stelt (behoorlijkheids-)eisen (= geregeld fatsoen) aan de wijze van
opsporing, vervolging en berechting en schept juridische waarborgen voor de justitiabele.
- Dat garandeert daarmee een zekere rechtsbescherming tegen de overheid; dit noemen we
ook wel secundaire controle.
Bronnen van het strafprocesrecht:
1. Het Wetboek van Strafvordering (WvSv)
a. Zes boeken:
i. Algemene bepalingen
ii. Strafvorderingen in eerste aanleg
, iii. Rechtsmiddelen
iv. Rechtsplegingen van bijz. aard
v. Internationale en Europese strafvorderlijke samenwerking
vi. Tenuitvoerlegging en kosten
b. Super veel wijzigingen, strafprocesrecht wordt nu gemoderniseerd.
2. Bijzondere wetten => Denk aan politiewet, Opiumwet, wet wapens en munitie,
Wegenverkeerswet 1994, Wet economische delicten, etc.
3. Internationale rechtsinstrumenten
a. Mensenrechtenverdragen: EVRM
b. Recht van de EU: richtlijnen, grondrechtenhandvest
4. Lagere wetgeving en beleidsregels
5. Jurisprudentie
6. Ongeschreven recht Beginselen van een goede procesorde
Fasen van de strafrechtspleging
Vooronderzoek => Staat onder leiding van de Officier van Justitie.
o Getemperd inquisitor = de aanklagende partij heeft de macht.
o Ga ik vervolgen en hoe ga ik vervolgen? Bijvoorbeeld financieel onderzoek en
opsporingsonderzoeken.
Vervolgingsbeslissing
o Gematigd accusatoir => twee redelijke gelijke partijen, ze mogen bijvoorbeeld allebei
getuigen oproepen.
o Dagvaarding
Eindonderzoek => Staat onder leiding van de strafrechter.
o Niet alle zaken komen bij de rechter uit.
o Eerste aanleg (MK, Politie Rechter, kantonrechter) => art. 268-398 Sv
o Hoger beroep (boek III, art. 404 e.v. Sv)
o Cassatie (boek III, art. 427 e.v. Sv)
o Soms procesafspraken om het proces sneller te laten verlopen.
Deelnemers aan het strafproces:
- Drie rechters
- Iemand die notulen maakt: griffier => zorgt dat alles netjes in orde is.
- Advocaat Generaal
- Officier van justitie
- Getuigen/deskundigen
- Verdachte
- Advocaat van het slachtoffer bijvoorbeeld
- Zie interactieve afbeelding van pro demos online, dan kun je zien waar iedereen zit in de
rechtbank.
Opsporingsonderzoek:
Opsporingsambtenaren: vaak politieagenten. => Eerste mensen die in actie komen bij een
strafzaak.
Verdachte komt vaak ook direct in beeld en wordt opgepakt + verhoord. Raadsman/-
vrouwe. Je hebt consultatierecht voor en tijdens het verhoor.