bestuursrecht UU
Inhoud:
- HR Meerenberg (13-01-1879)
- ABRvS Amsterdams Dakterras (29-05-2019)
- HR Guldemond/Noordwijkerhout (31-12-1915)
- HR Harmonisatiewet (14-04-1989)
- EHRM Sunday Times (26-04-1979)
- ABRvS Drugspand Venlo (28-08-1995)
- HR Verfbommetje (19-04-2005)
Opgenomen in de arrestanalyse, per arrest:
- Relevante feiten
- Rechtsvraag
- (Eventueel) manier van toepassing van een bepaalde wet
- Oordeel van de Rechtbank
- Oordeel van de Raad
- (Eventueel) extra feiten
- (Eventueel) relevante wetsartikelen
tip -> schrijf deze in je jurisprudentiebundel!
- (Eventueel) belangrijke rechtsoverwegingen
tip -> markeer deze in je jurisprudentiebundel!
, HR Meerenberg (13-01-1879)
Relevante feiten:
- Meerenberg in Bloemendaal was een Geneeskundig Gesticht voor Krankzinnigen
- Hier heeft het bestuur er niet aan voldaan om binnen 14 dagen na de
inwerkingtreding van het Koninklijk Besluit, hun naam, betrekking en de gebouwen
waar de bevolking in dient te worden geschreven, op te geven (een bevolkingsregister
van hun patiënten)
- Ook was de bevolking niet ingeschreven in afzonderlijke registers, wat ook moest
volgens het Koninklijk Besluit.
- In de Blanketwet van 06-03-1818 werd overtreding van regelingen vastgesteld door
de Koning, strafbaar.
- De Koning ontliep eigenlijk de parlementaire procedure die nodig is voor de
totstandkoming van een formele wet.
Rechtsvraag:
- Kan het bestuur van het gesticht worden gestraft voor het handelen in strijd met het
Koninklijk Besluit?
- Komt er aan de Koning een wetgevende bevoegdheid toe als deze niet in de
Grondwet is verleend of gedelegeerd?
Oordeel van de Rechtbank:
- Het Koninklijk Besluit was niet op een formele wet gebaseerd en daarom niet
verbindend.
- De bestuursleden worden vrijgesproken.
- OvJ ging daarin op cassatie
Oordeel van de Hoge Raad:
- Art. 104 Gw (oud) kent de Koning de uitvoerende macht toe.
- De wetgevende macht wordt echter uitgeoefend door de Koning en de Staten-
Generaal gezamenlijk.
- Daarom had de Koning in dit geval geen bevoegdheid tot het uitvaardigen van deze
wet.
- Het cassatiemiddel werd ongegrond verklaard, de bestuursleden bleven
vrijgesproken.
Extra feiten:
- Vanaf 1887 is dit arrest deels teruggedraaid. De wetgever stelde vast dat de Koning
wel bevoegd is om AMvB’s vast te stellen. Deze mogen echter alleen met een straf
gehandhaafd worden als deze op een wet berusten (art. 89 lid 1 en 2 Gw)