Samenvatting natuurkunde H2
2.1 introductie
Nettokracht = resulterende kracht → als meerdere krachten op een voorwerp
werken → Fres
Eenparige beweging = beweging waarbij de snelheid constant is
s= afstand in meter (m) > als de snelheid niet constant is
s
v= vgem= snelheid in meter per seconde (m/s) > s=v∗t vgem =
t
t= tijd in seconden (s) >
1 m/s = 3,6 km/h (3600 m/s)
Krachten die op afstand werken → zwaartekracht, elektrische kracht, magnetische kracht
Krachten die alleen werken als er contact is → spankracht, veerkracht,
wrijvingskracht
Eigenschappen krachten:
- elke kracht heeft een richting
- elke kracht grijpt aan in een bepaald punt, bijvoorbeeld het contactpunt of het
zwaartepunt
- elke kracht heeft een grootte die wordt uitgedrukt in Newton (N)
- een kracht is altijd een wisselwerking tussen 2 voorwerpen die elkaar aantrekken of
wegduwen
- de twee krachten van een wisselwerking zijn even groot en precies tegengesteld
gericht
2.2 kracht verandert snelheid
Eerste wet van Newton
Als de kracht → Fres = 0 ← dan blijft het voorwerp doen wat ie al deed,
vaak blijft ie stilstaan.
Fn = positief + Fz (zwaartekracht) = m∗g →
Fres =Fz + Fn
Fn = … →
Stel dat
Fz= - 10 N dan is Fn= 10 N
Fres groter dan 0 = versnelling
Fz = negatief Fres kleiner dan 0 = vertraging
- Krachten naar links of beneden = negatief
Krachten naar rechts of boven = positief
, Is de nettokracht constant (maar niet nul), dan neemt de snelheid gelijkmatig toe of af.
v,t-diagram ↓
V
(m/s) → Fres groter
dan 0 en
nettokracht
constant
Fres > 0
t (s)
V
(m/s) → Nettokracht =
0
Fres = 0
t (s)
V
(m/s)
→ Fres kleiner
dan 0
Fres < 0 Gemiddelde snelheid berekenen;
Vb+Ve → Vb = beginsnelheid
Vgem=
t (s) 2
(km/h, m/s) en Ve= eindsnelheid (km/h,
m/s)
^ eenheden moeten allemaal hetzelfde zijn.
s=v∗t ↓
1
s= ∗v∗t
2
2.1 introductie
Nettokracht = resulterende kracht → als meerdere krachten op een voorwerp
werken → Fres
Eenparige beweging = beweging waarbij de snelheid constant is
s= afstand in meter (m) > als de snelheid niet constant is
s
v= vgem= snelheid in meter per seconde (m/s) > s=v∗t vgem =
t
t= tijd in seconden (s) >
1 m/s = 3,6 km/h (3600 m/s)
Krachten die op afstand werken → zwaartekracht, elektrische kracht, magnetische kracht
Krachten die alleen werken als er contact is → spankracht, veerkracht,
wrijvingskracht
Eigenschappen krachten:
- elke kracht heeft een richting
- elke kracht grijpt aan in een bepaald punt, bijvoorbeeld het contactpunt of het
zwaartepunt
- elke kracht heeft een grootte die wordt uitgedrukt in Newton (N)
- een kracht is altijd een wisselwerking tussen 2 voorwerpen die elkaar aantrekken of
wegduwen
- de twee krachten van een wisselwerking zijn even groot en precies tegengesteld
gericht
2.2 kracht verandert snelheid
Eerste wet van Newton
Als de kracht → Fres = 0 ← dan blijft het voorwerp doen wat ie al deed,
vaak blijft ie stilstaan.
Fn = positief + Fz (zwaartekracht) = m∗g →
Fres =Fz + Fn
Fn = … →
Stel dat
Fz= - 10 N dan is Fn= 10 N
Fres groter dan 0 = versnelling
Fz = negatief Fres kleiner dan 0 = vertraging
- Krachten naar links of beneden = negatief
Krachten naar rechts of boven = positief
, Is de nettokracht constant (maar niet nul), dan neemt de snelheid gelijkmatig toe of af.
v,t-diagram ↓
V
(m/s) → Fres groter
dan 0 en
nettokracht
constant
Fres > 0
t (s)
V
(m/s) → Nettokracht =
0
Fres = 0
t (s)
V
(m/s)
→ Fres kleiner
dan 0
Fres < 0 Gemiddelde snelheid berekenen;
Vb+Ve → Vb = beginsnelheid
Vgem=
t (s) 2
(km/h, m/s) en Ve= eindsnelheid (km/h,
m/s)
^ eenheden moeten allemaal hetzelfde zijn.
s=v∗t ↓
1
s= ∗v∗t
2