Bestuurskunde is de discipline die de overheid centraal stelt.
3 criteria voor een staat zijn:
- Grondgebied
- Bestuursgezag (soevereiniteit)
- Staatsvolk
Soorten samenlevingen:
- Op basis van gelijkheid: jagers- verzamelaarssamenleving
- Met rangorde: agrarische samenleving, machtsposities
- Met gelaagdheid: in verschillende groepen of standen ingedeeld
3 machten: trias politica (Montesquieu) (horizontale machten) =
- Wetgevende macht
- Uitvoerende macht
- Rechterlijke macht
Op rijksniveau (grofweg)=
- De Staten Generaal (wetgevende)
- De ministeries (uitvoerende)
- De onafhankelijke rechters (rechterlijke)
Het ambtenarenapparaat (of bureaucratie) is ook wel de vierde macht.
De media, lobbyisten en advies- en organisatieadviseurs worden ook wel machten genoemd.
In 1848 vond een grondwetswijziging plaats, dit is het begin van de ‘gedecentraliseerde eenheidsstaat’. Hiermee
begon de ‘moderne tijd’ (1848-1940)
Codificatie betekent het op schrift stellen van recht. (het maken van een boek)
De overheid wil continu inspelen op de ontwikkeling in de samenleving en mogelijk zelfs daarop vooruitlopen
en ontwikkelingen beïnvloeden, dit is modificatie.
Liberalisme vrijheid van het individu
Socialisme rechtvaardigheid en gelijkheid
Christendemocratie naaste liefde en solidariteit
De overheid bestaat uit heel veel verschillende overheden: het geheel van bestuurders en bestuurlijke colleges
in een staatsverband en het daarbij horende ambtelijke apparaat.
Kenmerken van NL overheid:
- Verticale machtenscheiding
- Gedecentraliseerde eenheidsstaat
- Bestuurslagen (rijk, provincie, gemeente)
- Decentralisatie
- Territoriale decentralisatie (provincies, gemeenten)
- Functionele decentralisatie (waterschap)
- Autonomie (eigen taken en bevoegdheden toegekend)
- Medebewind (uitvoeren van rijkstaken door lagere overheden)
Gelaagdheid overheid:
- Rijksoverheid: Staten-Generaal, regering, departementen
- Provincie: regelen en besturen van eigen huishouding bijv. ruimtelijke ordening, medebewindstaken
van de rijksoverheid, toezicht op gemeenten en waterschappen.
- Gemeente: regelen en besturen van eigen huishouding bijv. uitkeringen (autonome taken) uitvoeren
van rijksbeleid bijv. uitvoeren van de wet inburgering (medebewindstaken)