Vraag je bij elke patiënt af
- Kan deze oogaandoening erfelijk zijn?
- Kan deze oogaandoening onderdeel van een syndroom zijn?
Zo ja, verwijzing naar een klinisch geneticus
Wanneer is iets erfelijk?
- Als het in de familie voorkomt (maar vaak ook niet!)
- Congenitaal of op jonge leeftijd
- Bilateraal
- In combinatie met andere symptomen (syndroom)
Overervingsmogelijkheden
- Autosomaal recessief
- Autosomaal dominant
Mannen en vrouwen aangedaan
Meerdere generaties
Herhalingskans 50%
Wisselende expressie
Verlaagde penetrantie: Je bezit een gen voor een bepaalde
aandoening, maar dit komt niet altijd tot uiting
Spontane mutatie
- X-gebonden recessief
Alleen jongens aangedaan, vrouwen zijn draagster (maar hebben
soms wel verschijnselen)
Herhalingskans (indien moeder draagster) 25%
Geen man op man overerving
Dochters van aangedane man zijn allemaal draagster
- Multifactorieel
Het wordt veroorzaakt door meerdere genen en niet-genetische factoren zoals
omgevingsfactoren
Herhalingskansen zijn relatief laag (5 tot 10%)
Bijvoorbeeld refractieafwijkingen, strabismus, adulte maculadegeneratie en
glaucoom op oudere leeftijd
- Mitochondrieël
Mitochondrion: Eigen stukje DNA / Energiefabriekje / Per cel
100 tot 1000 mitochondria / Je krijgt het alleen via de eicel
van je moeder
Mutaties in mitochondrieel DNA, dit kun je alleen van je
moeder erven (eicel)
Zowel jongens als meisjes
Herhalingskans is onduidelijk (0 tot 100%, voor kinderen van een man 0%)
Homoplasmie / Heteroplasmie