SV H2 AP Research Methods in Work Psychology
Operationalisaties moeten specifiek, observeerbaar, meetbaar en gedragsmatig zijn.
Nominaal; verschil in groepen aanduiden
Ordinaal; verschil in groepen + status
Interval; status en gelijke afstand tussen groepen, denk aan 5 puntsschaal
Ratio; met 0 punt die afwezigheid van construct betekent
Betrouwbaarheid; X = T + e
E is altijd aanwezig bijvoorbeeld door tijdstip of mentale staat participant. Verschillende
vormen om betrouwbaarheid te bepalen
1. Test-retest; error components of the score will cancel each other out; consistentie
2. Alternative forms; twee gelijkwaardige testen maken, vooral handig als men weet dat
ze getest worden
3. Inter-rater
4. Internal validity; hoe zijn de items aan elkaar gecorreleerd
a. Split half met cronbach alpha 0 = niet betrouwbaar, 1 = zeer betrouwbaar
Zonder betrouwbaarheid kan je geen validiteit bepalen. Maar betrouwbaarheid is niet
genoeg voor validiteit.
Test content strategies
1. Experts laten scoren
Variable relationship strategies
1. Nieuwe test vergelijken met bestaande valide test, als correlatie hoog is, valide
nieuwe test = construct validation strategy
2. Criterion referenced; als er correlatie bestaat met test en de verwachtte
uitkomstwaarden
3. Concurrent validation; uitkomsten en construct op zelfde moment gemeten
4. Predictive validation; meten met tussenpozen.
Problemen met vaststellen validiteit
1 Construct deficiency; als maat niet het volledige construct meet
2 Construct contamination; als maat iets anders meet dan zou moeten
3 Common method variance; relaties worden verklaard door manier van data vergaring
in plaats van door scores op variabelen; kritiek op self-reports.
Er bestaan drie requirements voor research design:
1. Precision; ook wel de mate van controle over variabelen, hoog in lab en random
assignment
2. Existential relism; gebruik van echte taken of simulatie
3. Generalizability
Quasi experiment maakt gebruik van vooraf bepaalde groepen waardoor interne validiteit in
gevaar komt.
Operationalisaties moeten specifiek, observeerbaar, meetbaar en gedragsmatig zijn.
Nominaal; verschil in groepen aanduiden
Ordinaal; verschil in groepen + status
Interval; status en gelijke afstand tussen groepen, denk aan 5 puntsschaal
Ratio; met 0 punt die afwezigheid van construct betekent
Betrouwbaarheid; X = T + e
E is altijd aanwezig bijvoorbeeld door tijdstip of mentale staat participant. Verschillende
vormen om betrouwbaarheid te bepalen
1. Test-retest; error components of the score will cancel each other out; consistentie
2. Alternative forms; twee gelijkwaardige testen maken, vooral handig als men weet dat
ze getest worden
3. Inter-rater
4. Internal validity; hoe zijn de items aan elkaar gecorreleerd
a. Split half met cronbach alpha 0 = niet betrouwbaar, 1 = zeer betrouwbaar
Zonder betrouwbaarheid kan je geen validiteit bepalen. Maar betrouwbaarheid is niet
genoeg voor validiteit.
Test content strategies
1. Experts laten scoren
Variable relationship strategies
1. Nieuwe test vergelijken met bestaande valide test, als correlatie hoog is, valide
nieuwe test = construct validation strategy
2. Criterion referenced; als er correlatie bestaat met test en de verwachtte
uitkomstwaarden
3. Concurrent validation; uitkomsten en construct op zelfde moment gemeten
4. Predictive validation; meten met tussenpozen.
Problemen met vaststellen validiteit
1 Construct deficiency; als maat niet het volledige construct meet
2 Construct contamination; als maat iets anders meet dan zou moeten
3 Common method variance; relaties worden verklaard door manier van data vergaring
in plaats van door scores op variabelen; kritiek op self-reports.
Er bestaan drie requirements voor research design:
1. Precision; ook wel de mate van controle over variabelen, hoog in lab en random
assignment
2. Existential relism; gebruik van echte taken of simulatie
3. Generalizability
Quasi experiment maakt gebruik van vooraf bepaalde groepen waardoor interne validiteit in
gevaar komt.