Economie
Hoofdstuk 1
Prisonersdilemma:
Een prisonersdilemma is een dilemma dat ontstaat door vertrouwensproblemen. De ene partij
vertrouwt de ander niet en vaak kiezen beide partijen voor eigenbelang en niet voor het gezamenlijke
belang, terwijl deze vaak voordeliger is. Een voorbeeld;
Stel, velen gaan op hetzelfde moment naar hun werk en men kan de bus nemen of de auto. Reizen
met de bus duurt tien minuten langer doordat men eerst naar de bushalte moet lopen en doordat de
bus een omweg maakt en bij verschillende haltes moet stoppen. Als echter meer mensen de auto
nemen ontstaat er een file, en daar heeft de bus ook last van.
Vervoer Dilemma Ik neem de Bus Ik neem de Auto
De meesten nemen de Bus 20 Minuten 10 Minuten
De meeste nemen de Auto 130 Minuten 120 Minuten
Het resultaat is vergelijkbaar met dat uit het dilemma van de gevangene. Wat de anderen ook doen,
het is voor de betrokkene zelf altijd beter om de auto te nemen, ook al is er een duidelijke aansporing
om collectief het openbaar vervoer te nemen.
- Dominante strategie = De voordeligste keuze voor iemand onafhankelijk van wat de ander kiest.
(Auto)
Hoofdstuk 2
Wat kun je doen met geld?
Consumeren Het uitgeven van geld om je behoeften te bevredigen
Ruilen over de tijd Sparen: Ontvangst Tijd Besteding van inkomen (uitstellen van consumptie)
Lenen: Besteding van inkomen Tijd Ontvangst (naar voren halen van consumptie)
Begrippen:
- Nivelleren = Verschillen verkleinen (bv. tussen arm en rijk)
- Denivelleren = Verschillen vergroten
Hoofdstuk 3
Over je inkomen (Loon & Winst) moeten inkomensbelasting en premies betaald worden.
Loonheffingen en Premies van bijvoorbeeld Verzekeringen en pensioenfondsen worden ingehouden
op je brutoloon. Als je deze heffingen en premies van de brutoloon hebt afgehaald heb je het
Nettoloon Brutoloon
- Inhoudingen
= Nettoloon
, Belastbaar jaarinkomen Bruto jaarinkomen
- Aftrekposten
= Belastbaar jaarinkomen
Stappenplan belastingschijven:
Stap 1 Bepaal het belastbaar inkomen (Bruto jaarinkomen – Aftrekposten)
Stap 2 Haal het belastbaar inkomen door de schijven (zie berekening)
Stap 3 Trek de Heffingskortingen van het resultaat af Nu heb je de te betalen inkomensheffing
VB.
Gegevens:
- Jaarinkomen = €71.280
- Aftrekposten = € 17.000
- Heffingskortingen = € 3.400
Berekening:
Jaarinkomen = € 71.280
- Aftrekposten = € 17.000
= Belastbaar inkomen = € 54.280
Schijf Belastbaar percentage Lengte v/d schijf Belasting
1. 0 – 17.046 34,15 % 17.046 17.046 x 0,3415 =
5821
2. 17.047 - 30631 41,45 % 13.575 13.575 x 0,4145=
5630
3. 30.632 – 52.228 42 % 21.597 21.597 x 0,42=
9070
4. meer dan 52228 52 % De rest 2052 x 0,52 =
1067
5821 + 5630 + 9070 + 1067 = 21.588
Heffingskortingen - 3.400
Te betalen inkomensheffing = 18.188 Euro
Gemiddelde heffingstarief:
Gemiddelde heffingstarief = Het percentage van je bruto inkomen dat je aan belasting en premies
kwijt bent. Formule: Gem. Heffingstarief = Inkomensheffing
Brutoloon x 100%
Begrippen:
- Premies = Het bedrag wat je betaald om verzekerd te zijn voor de kosten van onverwachte
gebeurtenissen (bv. voor Werkeloosheid heb je de WW.
- Marginaal Tarief = Het percentage van de hoogste schijf die behaald word.
- Progressief belastingstelsel = De rijken betalen meer dan de armen, want het percentage staat voor