Toetsdoel:
De student benoemt kenmerken van de wet op Passend Onderwijs, en identificeert uitgangspunten
van handelingsgericht werken en de fasen van de 1-Zorgroute en past deze toe in praktijknabije
situaties.
Leerdoel:
Je geeft aan uit welke fasen de 1-Zorgroute bestaat en je kent voorbeelden van de
zorgstructuur op klas-, groeps- en schoolniveau.
Je kunt voorbeelden geven van praktijksituaties waarin de zeven uitgangspunten van
handelingsgericht werken in het basisonderwijs te herkennen zijn.
, Handelingsgericht werken:
Is erop gericht kinderen te (h)erkennen in wie ze zijn, in wat ze kunnen en wat ze nodig hebben om
zich zo optimaal mogelijk te ontwikkelen.
Kenmerk 1: onderwijsbehoeften
Van: wat heeft dit kind?
Naar: wat heeft dit kind nodig?
Van: Hij is druk en verstoort mijn instructie
Naar: Hij heeft een verkorte instructie nodig
Twee denkstappen
1. Welke doelen wil deze leerling behalen?
2. Wat heeft zij nodig?
Didactische onderwijsbehoeften:
Instructie
Pedagogische onderwijsbehoeften:
Sociaal
Emotioneel
Werkhoudingsgerichte werkzaamheden (time timer)
Medeleerlingen
Kenmerk 2: afstemming en wisselwerking
Tussen jou en kind sprake van afstemming en wisselwerking.
Deze leerling, in deze groep, met deze leerkracht, van deze ouders/verzorgers.
Kenmerk 3: de leerkracht doet ertoe!
Uitgaan van de ondersteuningsbehoefte van de leerkracht (wat heb jij nodig?)
Optimaal kunnen presteren als leerkracht.
Kenmerk 4: positieve aspecten
Benoemen wat een kind goed doet. Op rapport bijvoorbeeld de kwaliteiten zetten. Tijdens
oudergesprekken terug geven hoe goed een kind iets kan, niet alleen de cijfers en scores.
Kenmerk 5: constructief samenwerken
Constructief samenwerken met ouders. Niet ik informeer ouders, maar ouder zien als partner in
leerproces van het kind. Gelijkwaardig zoeken naar wat het kind nodig heeft.
Kan ook met andere collega’s. elkaar er doorheen werken.
Constructief samenwerken met de leerling zelf: is niet beloningssysteem zelf bedacht maar leerling
vragen waar wil je aan werken met beloningssysteem.
Kenmerk 6: doelgericht werken
Efficiënt en doelgericht werken: weten wat je met het kind wilt bereiken. Leerkracht zegt te snel: doe
eens rustig, doe even normaal. Je moet het dan herformuleren naar hoe de leerling het dan wel moet
doen. Anders is communicatie niet duidelijk voor leerkracht.
Kenmerk 7: Systematisch en transparant
Op school en in communicatie duidelijk zijn wat je doet, hoe je doet, waar je het opschrijft zodat het
duidelijk is volgens welke systematiek je werkt.
Maar ook: ‘zeg wat je doet en doe wat je zegt’. Wees duidelijk en voorspelbaar.