Toetsdoel:
De student onderscheidt uitgangspunten van gedragstheoretische-, interactionele-, cognitieve-
en oplossingsgerichte begeleidingsconcepten, past deze toe in praktijknabije situaties en
ondersteunt zijn keuzes.
Leerdoel:
Je kunt aangeven welke uitgangspunten en componenten centraal staan in de interactionele
benadering ten aanzien van leerlingen met behoefte aan ondersteuning om conflicten op te
lossen.
Je kunt aangeven welke uitgangspunten en interventies van de leerkracht centraal staan in
de oplossingsgerichte benadering ten aanzien van leerlingen met behoefte aan
ondersteuning om conflicten op te lossen
, Agressieve leerlingen
Drie typen van agressieve leerlingen:
Type: Kenmerken: Behoeften:
Je zin krijgen en de Conflict om macht te verwerven Begrenzen
baas spelen Sociaal vaardig Voorkomen gezichtsverlies
Verbaal sterk Humor - relativeren
Verdraagt moeilijk kritiek
Van je afslaan Conflict om op te komen voor zichzelf Steun bieden
Snel bedreigd Weerbaarheid
Lage frustratietolerantie Zelfvertrouwen
Wantrouwen
Opkroppen en Ongerichte conflicten Emoties leren herkennen
ontploffen Negatief zelfbeeld Positieve sociale oplossingen
Slachtoffer - het overkomt hem complimenteren
Mikpunt - sociaal niet sterk
Behoeftenconflict - botsende behoeften (leerling wilt iets anders dan jij wilt)
Vb. Meester vraagt om op te ruimen, omdat hij wil beginnen met de kring. Marthe en Huub
willen nog verder spelen. Meester wordt boos, omdat het hem nu te lang duurt.
Waardeconflict - botsende waarden en normen (kinderen kunnen onderling ruzie krijgen)
Vb. Meester vraagt om op te ruimen. Marthe helpt goed, maar Huub niet. Marthe wordt
boos: dat was niet de afspraak; Huub moet ook helpen!