Klassiek conditioneren (respondent leren):
Reflexen met nieuwe stimuli. Komt tot stand door automatische koppeling van
lichamelijke reacties aan nieuwe situaties. De antecedenten (waarnaar wordt verwezen)
van het gedrag zijn belangrijk voor het leren.
- Ongeconditioneerde stimuls (UCS): Eten + bel (conditioned stimuli, CS)
- Ongeconditioneerde respons (UCR): speeksel (unconditioned stimuli, US)
- Geconditioneerde stimuls (CS): Bel
- Geconditioneerde respons (CR) : speeksel
= Persoon onbewust, antecedenten centraal, automatisch gedrag
Operant conditioneren: Door gevolgen. Gedrag dat een positief gevolg heeft, blijft en
negatief gedrag, verdwijnt. De consequente van het gedrag zijn belangrijk voor het leren
= Persoon is bewust, consequentie centraal, doelbewust gedrag
sociaal leren: Leren in een sociale omgeving. Observationeel leren. Gedrag van anderen
wordt geobserveerd of geïmiteerd, onthouden en vervolgens uitgevoerd. Het uitvoeren
van het gedrag hoeft niet onmiddellijk plaats te vinden; dit kan ook pas later het geval
zijn. Leren wordt sterk bevorderd als de persoon wordt geassocieerd met status,
prestige of macht, maar ook met warmte of sympathie. Sociaal leren speelt een
belangrijke rol bij het ontwikkelen van stereotyp gedrag van man en vrouw. Jonge
kinderen nemen gedrag over van de ouder van hetzelfde geslacht.
Het is niet de positieve of negatieve respons zelf die gedrag vaker respectievelijk minder
vaak laat optreden, maar het verwachte positieve of negatieve effect van een bepaald
gedrag.
Disease management: Behandeling gericht op het bewerkstelligen van
gedragsverandering dienen de principes van leertheorieën te incorporeren.
De patiënt motiveren
- MI: Motivationeel interview: is een benadering die veel van de theoretische
uitgangspunten over gebrek aan therapietrouw in zich verenigt. Onderzoek laat
zien dat met deze methode positieve effecten bereikt worden.
- Uitganspunt: Wanneer mensen expliciet hun eigen afwegingen maken en op
grond daarvan een besluit nemen ten aanzien van hun gedrag, ze beter in staat
zijn dat gedrag uit te voeren dan wanneer iemand anders ze adviseert dat te doen.
Ze raken ook meer overtuigd door wat ze zichzelf horen zeggen dan door
uitspraken van anderen. Kortom: de kans op therapietrouw neem toe als arts en
patiënt samen beslissen over de behandeling.
, - Het is moeilijk voor een patiënt meerdere gedragingen tegelijk te moeten
aanpassen, wanneer dit echt nodig zoals bij DM (beweging en eten), dan is het
raadzaam om in overleg met de patiënt te bepalen waarmee te beginnen.
- Maak gebruik van de meetlat om te voorkomen dat een verschil ontstaat tussen
het gewenste gedrag en het feitelijke gedrag.
o Stel u moet een cijfer geven aan hoe belangrijk u het vind om uw medicatie
volgens voorschrift te gebruiken. Waarbij 0 niet belangrijk en 10 heel erg
belangrijk is.
o Wanneer dit te laag is. Kan je vragen wat er nodig is om dit naar een hoger
cijfer te krijgen. De patiënt spreekt dan uit wat belangrijk is aan de
medicatie en wat hij/zij nodig heeft om dit beter in te nemen.
o Wanneer een patiënt een duidelijke beeld heeft van het gewenste gedrag,
neem de kans op therapietrouw toe. Hoe concreter de gemaakte afspraken,
hoe groter de kans dat ze worden nagekomen.
- Het is belangrijk dat de patient ziet dat de arts de behandeling belangrijk vindt.
Ook is het zaak om positieve veranderingen te belonen en mislukkingen niet te
veel aandacht te schenken (selectieve bekrachtiging) .