SV H16 Managing Psychosocial Risks in the Workplace
Stress management intervention; elke activiteit, programma, of kans die door de organisatie
wordt gestart om de aanwezigheid van werkgerelateerde stressoren te reducren en
negatieve uitkomsten ervan te minimaliseren.
16.1 Classes and Targets of Interventions
Primaire interventie; lange termijn, om stressoren te reduceren of elimineren (dus vooraf)
Secundaire interventie; reduceren of elimineren van de effecten van stress in werknemers
die al stress hebben door de responses te veranderen
Tertiaire interventie; behandelen van werknemers met serieuze stress problemen
Richardson en Rothstein hebben verschillende primaire en secundaire interventies
onderzocht en dit liet zien dat de cognitieve gedragsprogrammas consistent grotere effecten
hadden dan andere typen interventies. Het gaat hierbij erom dat de gedachtne en moties op
een coping manier worden aangeleerd.
Beste programma’s hebben echter alle 3 de levels waardoor zowel oorzaak als gevolg wordt
aangepakt.
Individuele acties zorgen ervoor dat de fysieke en psychologische capaciteit van de individu
omhoog gaat waardoor hij/zij beter om kan gaan met een stressvolle situatie. Bijvoorbeeld
het aanpassen van de appraisal van een stressor om de dreiging ervan te reduceren. Denk
aan meditatie, CGT, time management etc. Maar alsnog zijn alle levels van interventie
cruciaal, want vooral bij high demands en low resources ontstaan er negatieve effecten op
het welzijn.
Organisatorisch level is het veranderen van bepaalde aspecten van de organisatie structuur
zoals leiderschapsstijl, klimaat verandern etc. Denk aan job redesign, training, communicatie,
participatie van werknemers vergroten etc. Deze interventies hebben de focus op het
verbeteren van de fit tussen werknemer en werkplaats. Het heeft significante en langdurige
effecten. Alleen werk gerichte interventies zijn gelinkt aan een reductie in werk stress. Vooral
als; a. aangepast aan behoeften van participanten, b. gebaseerd op risico assessment, c.
participatief is, d. goed geïmplementeerd en geëvalueerd is.
De levels zijn echter niet mutueel te excluseren. Een training voor managers om om te gaan
met werknemers die ziek zijn kan als tertiair gezien worden omdat de werknemers al ziek
zijn. Maar ook als organisatorische interventie omdat het een training is. Daarnaast kan het
primair zijn omdat het het niveau van steun binnen het team omhoog brengt en daarmee
wellicht conflicten voorkomt.
Meeste workstress programmas zijn reactieve strategieën die gericht zijn op individuen, ipv
proactieve organisatorisch gerichte strategieën. Waarom?
1. Te weinig senior management involvement
2. Vaak alleen geinteresseerd in stress als een subjectieve ervaring en dus focus op
individuele verschillen en coaching. Daarbij fijner om individuen te veranderen dan
organisatie
3. Stressors zijn inherent aan de baan
4. Absentie van work stress als basis voor interventie.
Stress management intervention; elke activiteit, programma, of kans die door de organisatie
wordt gestart om de aanwezigheid van werkgerelateerde stressoren te reducren en
negatieve uitkomsten ervan te minimaliseren.
16.1 Classes and Targets of Interventions
Primaire interventie; lange termijn, om stressoren te reduceren of elimineren (dus vooraf)
Secundaire interventie; reduceren of elimineren van de effecten van stress in werknemers
die al stress hebben door de responses te veranderen
Tertiaire interventie; behandelen van werknemers met serieuze stress problemen
Richardson en Rothstein hebben verschillende primaire en secundaire interventies
onderzocht en dit liet zien dat de cognitieve gedragsprogrammas consistent grotere effecten
hadden dan andere typen interventies. Het gaat hierbij erom dat de gedachtne en moties op
een coping manier worden aangeleerd.
Beste programma’s hebben echter alle 3 de levels waardoor zowel oorzaak als gevolg wordt
aangepakt.
Individuele acties zorgen ervoor dat de fysieke en psychologische capaciteit van de individu
omhoog gaat waardoor hij/zij beter om kan gaan met een stressvolle situatie. Bijvoorbeeld
het aanpassen van de appraisal van een stressor om de dreiging ervan te reduceren. Denk
aan meditatie, CGT, time management etc. Maar alsnog zijn alle levels van interventie
cruciaal, want vooral bij high demands en low resources ontstaan er negatieve effecten op
het welzijn.
Organisatorisch level is het veranderen van bepaalde aspecten van de organisatie structuur
zoals leiderschapsstijl, klimaat verandern etc. Denk aan job redesign, training, communicatie,
participatie van werknemers vergroten etc. Deze interventies hebben de focus op het
verbeteren van de fit tussen werknemer en werkplaats. Het heeft significante en langdurige
effecten. Alleen werk gerichte interventies zijn gelinkt aan een reductie in werk stress. Vooral
als; a. aangepast aan behoeften van participanten, b. gebaseerd op risico assessment, c.
participatief is, d. goed geïmplementeerd en geëvalueerd is.
De levels zijn echter niet mutueel te excluseren. Een training voor managers om om te gaan
met werknemers die ziek zijn kan als tertiair gezien worden omdat de werknemers al ziek
zijn. Maar ook als organisatorische interventie omdat het een training is. Daarnaast kan het
primair zijn omdat het het niveau van steun binnen het team omhoog brengt en daarmee
wellicht conflicten voorkomt.
Meeste workstress programmas zijn reactieve strategieën die gericht zijn op individuen, ipv
proactieve organisatorisch gerichte strategieën. Waarom?
1. Te weinig senior management involvement
2. Vaak alleen geinteresseerd in stress als een subjectieve ervaring en dus focus op
individuele verschillen en coaching. Daarbij fijner om individuen te veranderen dan
organisatie
3. Stressors zijn inherent aan de baan
4. Absentie van work stress als basis voor interventie.