Genexpressie samenvatting
Celstructuur
- Chromatide is de helft van een chromosoom
- Dubbelstrengs DNA bind om Histonen samen vormen dit nucleosomen
- Dit vormt zich tot zn soort bloemetje 30 nm fiber
- Histon H1 bindt nucleosomen samen tot een 30-nm-chromatidedraad
- Één dubbelstrengs DNA-keten wordt via binding aan histonen en steeds
complexere pakking omgevormd tot één chromatinedraad
Pas in de mitose wordt deze chromatinedraad gevouwen tot één chromatide,
oftewel de helft van één chromosoom.
- Histon H1 maakt geen onderdeel uit van een nucleosoom, maar zorgt voor
vorming van de 30 nm-draad door nucleosomen bij elkaar te binden.
- Nucleoli.: Hier vindt de synthese van ribosomaal RNA plaats.
- Kern is niet omgeven met membraam: Naast de kernenvelop komen in de kern
geen andere membraanstructuren voor.
- Het geslachtschromatine (Barr body) is een structuur in de kern bij cellen van
vrouwelijke zoogdieren. Vrouwelijke zoogdieren, waaronder de mens, hebben
twee X-chromosomen. Als beide chromosomen tot expressiekomen, is dat
dodelijk voor de cel. Daarom wordt altijd een X-chromosoom uitgeschakeld:
dichtgepakt en transcriptioneel inactief. Dus in een cel met XX, 1 barr body om
een van de twee X’en uit te schakelen.
Meiose
- G1: controle
- S-fase: dublicatie
- G2: controle
- Mitose / Meisose
, Mitose: 46 92 46 (2n4n2n)
- Profase: Spiralisatie waardoor chromos0men zichtbaar worden.
- Metafase: rangschikken chromosomen en vorming spoelfiguur (centriolen die
dingen die ze uit elkaar trekken)
- Anafase: uiteen gaan ban beide chromatiden van ieder chromosoom
- Telofase: cel splits zich, despiralisatie en nieuwe kernmembramen ontstaan
Non-disjunctie: het niet uit elkaar gaan van cellen
Meiose I & II:
Meiose I: 46 92 46 (2n 4n 2n)
- Interfase: hoort niet echt bij de meiose, maar er treden wel voorbereidingen op.
DNA replicatie en aanmaak van grote hoeveelheden H1-histonen (eiwitten)
- Profase: Spiralisatie waardoor chromosmen zichtbaar worden. Het
kernmembraan en de nucleoli verdwijnen er wordt een spoelfiguur aangelegd.
Hier kan ook crossing-over plaatsvinden. Er ontstaan twee centriolenparen die
naar twee uiteinde van de cel bewegen.
- Metafase I: Rangschikken chromosomen en vorming spoelfiguur.
- Anafase I: De homologe chromosomen worden nu, elke met hun twee zuster
chromatiden, van elkaar weggetrokken. Het aantal chromosomen gehalveerd.
- Telofase I: De cel gaat zich insnoeren. Er ontstaan nu twee dochtercellen. Die
iedere een diploïde hoeveelheid DNA bezitten. Het aantal chromosomen is
Haploid. Dus 46 chromosomen (niet 23 zoals normaal)
Er zijn dus twee dochtercellen ontstaan met verschillende genen erin. Van
chromatiden die zijn verdubbeld. En verschillende zijn in verschillende
dochtercellen gegaan.
Celstructuur
- Chromatide is de helft van een chromosoom
- Dubbelstrengs DNA bind om Histonen samen vormen dit nucleosomen
- Dit vormt zich tot zn soort bloemetje 30 nm fiber
- Histon H1 bindt nucleosomen samen tot een 30-nm-chromatidedraad
- Één dubbelstrengs DNA-keten wordt via binding aan histonen en steeds
complexere pakking omgevormd tot één chromatinedraad
Pas in de mitose wordt deze chromatinedraad gevouwen tot één chromatide,
oftewel de helft van één chromosoom.
- Histon H1 maakt geen onderdeel uit van een nucleosoom, maar zorgt voor
vorming van de 30 nm-draad door nucleosomen bij elkaar te binden.
- Nucleoli.: Hier vindt de synthese van ribosomaal RNA plaats.
- Kern is niet omgeven met membraam: Naast de kernenvelop komen in de kern
geen andere membraanstructuren voor.
- Het geslachtschromatine (Barr body) is een structuur in de kern bij cellen van
vrouwelijke zoogdieren. Vrouwelijke zoogdieren, waaronder de mens, hebben
twee X-chromosomen. Als beide chromosomen tot expressiekomen, is dat
dodelijk voor de cel. Daarom wordt altijd een X-chromosoom uitgeschakeld:
dichtgepakt en transcriptioneel inactief. Dus in een cel met XX, 1 barr body om
een van de twee X’en uit te schakelen.
Meiose
- G1: controle
- S-fase: dublicatie
- G2: controle
- Mitose / Meisose
, Mitose: 46 92 46 (2n4n2n)
- Profase: Spiralisatie waardoor chromos0men zichtbaar worden.
- Metafase: rangschikken chromosomen en vorming spoelfiguur (centriolen die
dingen die ze uit elkaar trekken)
- Anafase: uiteen gaan ban beide chromatiden van ieder chromosoom
- Telofase: cel splits zich, despiralisatie en nieuwe kernmembramen ontstaan
Non-disjunctie: het niet uit elkaar gaan van cellen
Meiose I & II:
Meiose I: 46 92 46 (2n 4n 2n)
- Interfase: hoort niet echt bij de meiose, maar er treden wel voorbereidingen op.
DNA replicatie en aanmaak van grote hoeveelheden H1-histonen (eiwitten)
- Profase: Spiralisatie waardoor chromosmen zichtbaar worden. Het
kernmembraan en de nucleoli verdwijnen er wordt een spoelfiguur aangelegd.
Hier kan ook crossing-over plaatsvinden. Er ontstaan twee centriolenparen die
naar twee uiteinde van de cel bewegen.
- Metafase I: Rangschikken chromosomen en vorming spoelfiguur.
- Anafase I: De homologe chromosomen worden nu, elke met hun twee zuster
chromatiden, van elkaar weggetrokken. Het aantal chromosomen gehalveerd.
- Telofase I: De cel gaat zich insnoeren. Er ontstaan nu twee dochtercellen. Die
iedere een diploïde hoeveelheid DNA bezitten. Het aantal chromosomen is
Haploid. Dus 46 chromosomen (niet 23 zoals normaal)
Er zijn dus twee dochtercellen ontstaan met verschillende genen erin. Van
chromatiden die zijn verdubbeld. En verschillende zijn in verschillende
dochtercellen gegaan.