Hoorcollege 1
Koolhydraten
Koolhydraten betekenen niet hetzelfde als suikers. Suikers zijn wel koolhydraten, maar er zijn nog veel
meer koolhydraten.
Per dag moet je ongeveer 40% kcal uit koolhydraten halen.
Verschillende soort koolhydraten
Oligossachariden: 3-9 eenheden
Polyssachariden: 10 of meer glucosemoleculen aan elkaar
Matodextrine: korte zetmeelmoleculen
Definitie toegevoegd suiker: Toegevoegd suiker. Onder toegevoegde suikers worden verstaan alle
mono- en disacchariden
met een calorische waarde van > 3,5 kcal uit andere bronnen dan groente, fruit en
zuivelproducten. Ook producten die volledig uit suikers bestaan die niet afkomstig zijn van fruit,
groenten of zuivel vallen onder toegevoegde suikers. Hieronder vallen suiker, (vruchten)siroop,
honing en gekonfijte vruchten, etc. en alle polyolen.
,Voorbeelden van suikers en suikerhoudende ingrediënten zijn: glucose/dextrose, (vloeibaar)
fructose, galactose, sucrose, lactose, maltose, trehalose, witte, bruine, ruwe, invert, kristal,
poedersuiker, maïsstroop, ahornstroop, moutstroop, zetmeelstroop, mannitol, sorbitol,
xylitol, honing, melasse, mout, diksappen, siropen, gekonfijte vruchten.
Ingrediënten die niet onder toegevoegd suiker vallen zijn: fruit (uit blik, gedroogd en
ingevroren), vruchtensap, puree, concentraat (tot max. 2 keer geconcentreerd), groente (uit
blik, ingevroren), groentesap, puree, concentraat en alle (niet geïsoleerde) ingrediënten
(vloeibaar of poeder) die van de grondstof melk afkomstig zijn. In zuivel mag lactose tot
oorspronkelijke niveau gerestaureerd worden.
Monosacchariden
Glucose en galactose via de zelfde weg opgenomen (actief transport)
Fructose wordt anders geabsorbeerd, via gefaciliteerde diffusie.
Polysacchariden
Verhouding amyose/amylopectine ligt meestal rond de 1/3, maar verschilt per zetmeelbron.
Amylopectine hoogste piek glucosepiek
Veel enzymen kunnen tegelijk zetmeel afbreken
Waarom heb je koolhydraten nodig?
Levert ongeveer 50% van de energie die je nodig hebt.
Energie is vuor de hersenen en andere zenuwcellen.
Glucose nodig voor ontwikkeling van rode bloedcellen
Gluconeogenese: de vorming van glucose uit eiwit (ook glycerol en lactaat)
Stijging vetverbranding → vorming ketonlichamen
, Vasten:
Aanbevolen hoeveelheid
- Een zekere hoeveelheid koolhydraten in de voeding is nodig om afbraak van weefseleiwit te
voorkomen.
- Als de voeding geen koolhydraten bevat en de glycogeenvoorraad is uitgeput, is de
eiwitafbraak het hoogst (endogene glucoseproductie). Ongeveer 200g/dag.
→ Endogene glucoseproductie
Bij een inname van 1,4 x van de gemiddelde endogen glucoseproductie is de afbraak van
weefseleiwitten minimaal voor 97,5% van de Nederlandse bevolking.
Glycemische index of belasting
Stijging waarin je bloedsuikerspiegel/glucoseconcentratie stijgt.
- De GI is een maat voor de snelheid waarmee glucose uit koolhydraten in het bloed
beschikbaar komt.
Lage Gl → tragere, geleidelijke stijging van de glucose concetratie
Hogere pieken minder gevoelig voor insuline
Lage Gl < 55
Hoge Gl > 70