Ontwikkelingpsychologie: de psychologie van groei, verandering en consistentie van de
menselijke ontwikkeling gedurende het hele leven.
Worden vragen gesteld over wijze waarop denken, voelen en gedrag veranderen tijdens
verschillende leeftijdsfases.
Nature-nurturevraagstuk: Probleem van erfelijkheid en omgeving.
Oud meningsverschil over de vraag of erfelijke factoren dan wel omgevingsfactoren de
meeste invloed hebben op ons gedrag en psychische processen.
Nature: Erfelijke factoren
Nurture: omgeving
Tweelingonderzoek:
Onderzoek naar tweelingen. Door hun ontwikkelingen met elkaar te vergelijken, hoopt men
te ontdekken welke eigenschappen zijn aangeleerd en welke aangeboren.
Adoptieonderzoek:
Onderzoekers vergelijken de kenmerken van geadopteerde kinderen met die van hun
biologische gezinsleden en die van de leden van het adoptiegezin. Overeenkomsten met
adoptiegezin doen vermoeden dat de omgeving een rol speelt.
,7.1 Wat kan een pasgeboren baby?
Psychologen hebben ontdekt dat pasgeboren baby’s al over een opmerkelijk aantal in de
genen verankerde gedragspatronen beschikken.
Dit zijn aangeboren reflexen. Deze zijn deels biologisch.
De prenatale periode is de periode tussen de conceptie en de geboorte. Voor het organisme
is het een tijd van razendsnelle ontwikkelingen.
Neurale ontwikkeling
Stimulatie door de omgeving speelt een belangrijke rol bij het vormen en consolideren van
verbindingen.
Hierin groeien dendrieten en axonen: Deze structuren vertakken zich om verbindingen te
vormen tussen de neuronen die bij die ervaring zijn betrokken.
Gevoelige (sensitieve) perioden: Bepaalde vermogens, zoals het gehoor en het
gezichtsvermogen, ontwikkelen zich alleen normaal als de stimulatie binnen een specifieke
periode plaatsvindt.
Synaptic pruning: Een proces waarbij ongebruikte verbindingen in de hersenen verloren
gaan en neuronen beschikbaar komen voor toekomstige ontwikkeling.
Rijping: ook wel maturatie genoemd. Proces van groeien en ontplooien zoals: Kruipen, lopen,
puberteit, menopauze.
Genetic leash: Term van Edward Wilson voor de beperkingen die erfelijke factoren opleggen
aan ontwikkeling.
Contactsteun: stimulatie en steun die wordt verkregen door de fysieke aanraking van een
verzorger.
Voorbeeld baby aapje kiest voor zacht figuur ipv metaal rek met voeding.
Psychologen noemen de ontwikkeling van een hechte emotionele band tussen het kind en
een ouderfiguur hechting.
Inprenting: Het fenomeen dat sommige pasgeboren diersoorten zich sterk aangetrokken
voelen tot het eerste bewegende object of individu dat ze zien.
Veilige hechting: de hechtingsstijl van kinderen die - in tegenstelling tot kinderen die onveilig
gehecht zijn – ontspannen en op hun gemak zijn bij hun verzorgers en die verdraagzaam zijn
tegenover vreemden en nieuwe ervaringen.
Als ze van verzorgers werden gescheiden, raakten ze van streek; op een leeftijd van 6 tot 13
maanden is dit een uiting van verlatingsangst. Veilige hechting.
,Onveilige hechting
Angstig-ambivalent
Wilden contact met hun verzorgers, huilden van angst en woede als ze van hun
verzorgers werden gescheiden en bleken moeilijk te troosten.
Angstig-vermijdende hechting
Kind toont geen interesse in contact met de verzorger en vertoont geen verdriet
wanneer het van de verzorger wordt gescheiden.
Gedesorganiseerd en desoriënterend hechtingspatroon
Kinderen vertonen tegenstrijdig gedrag. Gaan wel naar hun moeder wanneer ze
terugkeert, maar kijkt haar niet aan.
Wellicht minst veilige hechting.
Datgene wat het kind bij de eerste relatie met de verzorger leert te verwachten, bepaalt hoe
latere relaties worden waargenomen en geïnterpreteerd.
, 7.2 Welke vaardigheden moet een kind zich eigen maken?
Taalverwervingssysteem of LAD:
Hersenstructuur die enkele elementaire grammaticale regels bevat waardoor het leren van
taal gemakkelijker zou verlopen.
Vanaf 4 maanden is de brabbelfase.
Produceren van groot aantal verschillende geluiden.
Telegramspraak: korte, eenvoudige zinnen bij jonge kinderen.
Morfemen:
Kleinste nog betekenisvolle eenheden waaruit een woord bestaat.
Cognitieve ontwikkeling:
Proces waarbij de manier van denken in de loop der tijd verandert.
Theorie van de gefaseerde ontwikkeling:
Een theorie die fases aanduidt in de cognitieve ontwikkeling en belangrijke veranderingen in
denkprocessen benadrukt
Schema’s
In Piagets theorie: mentale structuur die of mentaal programma dat de ontwikkeling
van het denken van het kind aanstuurt.
Bijv; Dier met vier poten-> vriendelijk-> blaffend
Assimilatie
Mentaal proces dat nieuwe informatie in bestaande schema’s opneemt. Je kan al iets
en breid het uit.
Bijv; wanneer je iets leest over een nieuwe film van een favoriete acteur.
Accommodatie
Mentaal proces dat bestaande schema’s aanpast om nieuwe informatie beter te
kunnen opnemen. Totaal nieuw schema leren.
Bijv; Strategie om bepaalde cijfers te halen werkt niet langer.
Aanpassen aan cultuur en bepaalde gebruiken.