Cova leerdoelen blok 1b
Casus 1
Na de les:
De student kan de verschillen tussen positieve en negatieve gevoelens benoemen.
De positieve en negatieve gevoelens die mensen ervaren zijn geen tegenpolen van elkaar. Negatieve
gevoelens worden in de persoonlijkheidsleer wel samengevat onder de noemer emotionele
instabiliteit en positieve gevoelens helpen ons om zin in het leven te hebben en nieuwe dingen te
beleven en perspectief te zien.
De student kan positieve gevoelens inzetten in het contact met een ander.
Positieve gevoelens zorgen voor de behoefte om contact te leggen met andere mensen.
De student kan benoemen wat hij/zij persoonlijk nodig heeft om feedback te geven en
ontvangen.
Structuur en duidelijkheid.
Casus 2
Lesdoelen:
De student kan (verbaal en non-verbaal) je empathie tonen in een gesprek met een
simulatiepatiënt.
De student kan reflecteren op je eigen handelen naar aanleiding van een emotioneel
gesprek.
Casus 3
Lesdoelen:
De student kan uitleggen wat het betekent om cultureel competent te zijn en welke vijf
concepten hier bij horen.
1. Cultureel bewustzijn Het onderzoeken van de eigen vooroordelen over andere culturen. En een
grondig onderzoek naar de eigen culturele en etnische achtergrond.
2. Culturele bescheidenheid de wens om goed naar jezelf te kijken. De dynamiek in de
machtsverhouding tussen patiënt en arts erbij te betrekken.
Casus 1
Na de les:
De student kan de verschillen tussen positieve en negatieve gevoelens benoemen.
De positieve en negatieve gevoelens die mensen ervaren zijn geen tegenpolen van elkaar. Negatieve
gevoelens worden in de persoonlijkheidsleer wel samengevat onder de noemer emotionele
instabiliteit en positieve gevoelens helpen ons om zin in het leven te hebben en nieuwe dingen te
beleven en perspectief te zien.
De student kan positieve gevoelens inzetten in het contact met een ander.
Positieve gevoelens zorgen voor de behoefte om contact te leggen met andere mensen.
De student kan benoemen wat hij/zij persoonlijk nodig heeft om feedback te geven en
ontvangen.
Structuur en duidelijkheid.
Casus 2
Lesdoelen:
De student kan (verbaal en non-verbaal) je empathie tonen in een gesprek met een
simulatiepatiënt.
De student kan reflecteren op je eigen handelen naar aanleiding van een emotioneel
gesprek.
Casus 3
Lesdoelen:
De student kan uitleggen wat het betekent om cultureel competent te zijn en welke vijf
concepten hier bij horen.
1. Cultureel bewustzijn Het onderzoeken van de eigen vooroordelen over andere culturen. En een
grondig onderzoek naar de eigen culturele en etnische achtergrond.
2. Culturele bescheidenheid de wens om goed naar jezelf te kijken. De dynamiek in de
machtsverhouding tussen patiënt en arts erbij te betrekken.